Home

Hoe cowboys en Barbie in het Trump-tijdperk nieuwe betekenis krijgen: de Amerikaanse fotograaf David Levinthal exposeert in Amsterdam

Amerikaanse identiteit David Levinthal wordt gezien als fotograaf van de Amerikaanse identiteit. Hij gebruikt speelgoedpoppetjes van cowboys, soldaten en Barbie. Krijgt zijn oude werk door Trump nieuwe betekenis? „Mijn werk is als een Rorschachtest.”

David Levinthal,Iwo Jima, uit de serieHistory, 2013.

Een paar jaar geleden zou het een grapje zijn geweest, maar nu? „Nu weet ik dat niet meer zo zeker”, zegt David Levinthal, 76. De Amerikaanse fotograaf heeft net gevraagd wanneer het interview wordt gepubliceerd, vóór of nadat hij weer terug is in New York? Want als hij weer terug is kan ICE hem tenminste niet „oppakken” als hij nu verkeerde uitspraken doet.

Het thema ‘Donald Trump’ is onvermijdelijk, vandaag in de statige ontvangstkamer in H’Art Amsterdam bij het interview met David Levinthal. Want: hoe is het nu om als kunstenaar in de Verenigde Staten te leven? De vraag dringt zich in de tentoonstelling American Myth & Memory van Levinthals foto’s vanzelf op. Een ‘fotograaf van de Amerikaanse identiteit’ wordt David Levinthal ook wel genoemd. Levinthal fotografeert speelgoedpoppetjes van cowboys, Barbies of soldaten, zet ze in scène, fotografeert die dan liefst wat onscherp, en creëert daarmee beelden die óver beeldvorming gaan, óver de Amerikaanse populaire cultuur van de 20ste eeuw, met zijn mythes en verhalen die ook decennialang de Europese cultuur hebben beïnvloed.

David Levinthal in de expositie in het H’Art museum Amsterdam.

In deze Amsterdamse tentoonstelling komen er alleen wel nog een paar betekenislagen bovenop, vanwege de huidige politieke context in Amerika. Verreweg het grootste deel van de foto’s zijn vóór 2016 gemaakt, nog voor het eerste Trump-tijdperk, de tentoonstelling zelf is in 2019 gemaakt voor het Smithsonian American Art Museum in Washington, en in 2023 vroeg H’Art hem ook in Amsterdam te kunnen tonen (zie inzet). Maar nu valt deze tentoonstelling ineens midden in heftige discussies over de Amerikaanse identiteit, discussies over wat je misschien zelfs een identiteitscrisis van die Amerikaanse mythes zou kunnen noemen. Met de vormgeving speelt het museum hier zelfs op in: de blauwe sterren en rode strepen van de Amerikaanse vlag zijn groot op de muren aangebracht, maar dan in een ‘gedeconstrueerde vorm’, zoals museumdirecteur Annabelle Birnie het omschrijft.

Herboren

Levinthal is zich bewust van deze nieuwe context. Vlak voor de tentoonstellingsopening komt hij in een glimmende blazer aan voor het interview, noemt zich een paar keer een „oude man”, verontschuldigt zich voor zijn uitweidingen – „je krijgt in dit antwoord de lange versie”. Maar hij vertelt desondanks hoe hij deze Nederlandse tentoonstelling niet alleen „de mooiste van zijn werk ooit” vindt, maar ook als een moment ziet waarin zijn werk „herboren” kan worden, een nieuwe betekenis kan krijgen.

David Levinthal, The Searchers, uit de serie History, 2013.

Hij noemt als eerste voorbeeld hiervan zijn fotoseries over het ‘Wilde Westen’, waarmee hij al in 1986 begon, en waarover hij nu opnieuw een boek aan het maken is. De cowboys erop zijn niet bedoeld als echte historische personages, maar als voorbeelden van de mythologisering ervan in films uit de jaren 50: de westerfilms uit die tijd droegen mannelijksheidsidealen en goed-fout-schema’s uit die de hele westerse wereld beïnvloedden. Eenzelfde soort gelaagdheid brengt Levinthal ook in zijn History-serie (2010-2018) aan, waarin hij de bekende ijkpunten uit de Amerikaanse geschiedenis onderzoekt, zoals de aanslag op J.F. Kennedy en de Vietnam-oorlog: ook in deze foto’s gaat het er niet om hoe die momenten écht waren, maar hoe dit soort momenten via films een rol in het collectieve geheugen zijn gaan spelen.

Dit soort historische beeldvorming is nu opnieuw actueel geworden, zegt Levinthal. „Verontrustend”, noemt hij het, hoe de geschiedenis onder Trump „herschreven wordt”. In de nieuwe politieke visie op de Amerikaanse geschiedenis en diens mythes, zoals rond de cowboys, is er geen ruimte meer voor zelfkritiek en ándere verhalen, zoals de invloed van de native Americans op de Amerikaanse geschiedenis. Het idee van vooruitgang waarmee hij was opgegroeid, zegt Levinthal, lijkt aan het afbrokkelen.

David Levinthal, Washington Crossing the Delaware, uit de serie History, 2013.

Dat deze nieuwe context zijn werk nieuwe betekenis kan geven, is een gevolg van zijn manier van werken, denkt Levinthal. Zijn foto’s zijn altijd wat onscherp, waardoor de figuren eerst echt lijken, en pas op het tweede gezicht van speelgoed. Het zorgt voor meer ruimte voor interpretatie: „Mijn bedoeling is om ‘open werk’ te maken. Ik wil dat de kijker zichzelf in het werk kan inbrengen, dat hij of zij de details kan invullen.”

Schoonheidsidealen

Om die openheid te houden blijft hij bewust ver van de actualiteit. Als actuele politieke kritiek is het werk nooit in eerste instantie gemaakt, zegt Levinthal. Liever kijkt hij terug, naar de geschiedenis, naar de grote verhalen, vooral die uit het „eerste tijdperk van de televisie”, waarin hij zelf opgroeide. Zo werd hij ook gewoon gefascineerd door de jurken van Barbie – „we zijn één dag na elkaar geboren”- , waardoor hij besloot een serie over haar te maken (1997-98). Maar ook bij Barbie, zegt hij, krijgt het werk door de veranderende schoonheidsidealen van de afgelopen decennia steeds weer nieuwe betekenis: eerst mocht Barbie wel, toen weer niet, en nu ziet hij weer een nieuwe fascinatie voor haar ontstaan.

David Levinthal, Zonder titel, uit de serie Barbie, 1998.

Het laat zien: speelgoed is bij Levinthal niet zo onschuldig als het eruit ziet. De speelgoedcowboys en -soldaten en de Barbies zijn als de bouwstenen van de Amerikaanse mythes, die kinderen vanaf hun vroegste jeugd krijgen voorgeschoteld. Bij meer explosieve thematiek werken ze volgens hem daarom net zo goed. Dat begon al bij zijn afstudeerproject: zijn eerste boek ging over Hitler in de Sovjet Unie (Hitler moves East 1972-75). Daarna maakte hij een serie over de Holocaust (Mein Kampf, 1993-1994) en over Blackface (1995-1998; niet in H’Art te zien), foto’s van zogeheten ‘Black memorabilia’, souvenirs of gebruiksvoorwerpen uit de vroege 20ste eeuw met zwarte mensen in stereotiepe of karikaturale situaties. Een geplande expositie daarvan in Philadelphia werd in 1996 teruggetrokken omdat het kritiek opriep, terwijl de serie juist was bedoeld, zegt Levinthal nu, „om de witte blik op de tijd waarin dit werk ontstond te laten zien. Of, zoals je nu zou kunnen zeggen: Donalds Trumps kijk op die periode.”

Is Donald Trump zelf als speelgoedversie geschikt voor zijn foto’s? Nee, zegt Levinthal. „En ook duikt er niet ineens een ICE-agent in op.” Hij houdt de focus liever open, daarna is het aan de bezoekers: „Die kunnen mijn foto’s met betekenis vullen, alsof het een Rorschachtest is.”

American Myth & Memory: David Levinthal Photographs. H’Art Museum Amsterdam, t/m 6 september 2026.

Samenwerking Na Rusland nu Amerika

„Ik lag er wel even wakker van”, zegt Annabelle Birnie, directeur van H’Art Amsterdam. „Ik dacht: komt het wel, laat hij deze tentoonstelling wel het land uitgaan?” Annabelle Birnie heeft het over het moment in maart 2025 toen de Amerikaanse president Donald Trump het prestigieuze Amerikaanse Smithsonian Instituut in het vizier nam, dat een positiever beeld van de Amerikaanse geschiedenis zou moeten uitdragen.

Het was twee jaar nadat het H’Art een samenwerking had gesloten met een van de vele culturele instellingen van het Smithsonian: het American Art Museum in Washington. De geplande tentoonstelling van het werk van David Levinthal zou de eerste samenwerking van het Smithsonian ooit met een buitenlandse instelling worden. Maar uiteindelijk ging alles gewoon door, zegt Birnie. Hoewel het Smithsonian het wel moeilijker heeft gekregen omdat er veel ontslagen zijn gevallen, is de „intentie van het Smithsonian om dit te doen” niet veranderd, zegt Birnie. Al heeft ze ervoor gekozen de politieke onrust en de mogelijke problemen die dat zou kunnen krijgen, tegenover het Smithsonian niet te benoemen.

De schok rond de Smithsonian-discussie was bij het H’Art extra groot omdat de particuliere instelling zelf nét uit weer een andere crisissituatie kwam, ook al door geopolitiek bepaald. H’Art heette tot september 2023 nog de Hermitage Amsterdam. Het had sinds 2004 een samenwerking gesloten met de Hermitage in Sint Petersburg. Maar na de Russische aanval op Oekraïne in februari 2022 stopte het museum met deze samenwerking, in lijn met de Europese sancties tegen Rusland. En ineens stond het voortbestaan van de Hermitage Amsterdam op het spel.

Birnie, toen net een jaar directeur, besloot niet meer afhankelijk te willen zijn van één partner, vanaf nu moesten het er meerdere worden. Dankzij de grote aandacht voor de kwestie meldde zich in 2022 eerst het Centre Pompidou uit Parijs voor een samenwerking, daarna werd er ook een met het British Museum gesloten. Het contact met het Smithsonian ontstond puur toevallig: het H’Art had in 2023 een artist in residence aan het werk op het balkon. De bestuursvoorzitter van het Smithsonian liep toevallig langs, meldde zich, en vanaf daar begon het. Tijdens het eerste bezoek aan Washington werden 25 exposities gepresenteerd, die van Levinthal is toen uitgekozen. En nu valt hij ineens precies op het goede moment. Toeval, of, zegt Birnie, ook gewoon een keer: „Geluk hebben.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC In Beeld

De mooiste fotografie en de beste tips geselecteerd door de fotoredactie

Fotografie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next