Home

‘Binnen vijf jaar zal de schok van weersveranderingen bedrijven tot verduurzaming aanzetten’

Faiza Oulahsen en John McCalla-Leacy Is er een grote terugslag in het verduurzamingsbeleid van bedrijven? Voormalig Greenpeace-activist Faiza Oulahsen en haar KPMG-collega John McCalla-Leacy zien welwillende ondernemingen verstrikt raken in de uitvoering van hun plannen, en een flinke groep bedrijven met groeiende twijfels. „Het centrum van verduurzaming is verschoven naar het oosten.”

Voormalig Greenpeace-activist Faiza Oulahsen en haar Britse KPMG-collega John McCalla-Leacy.

Hun eerste ontmoeting kan John McCalla-Leacy zich goed herinneren. Faiza Oulahsen was nog activiste bij Greenpeace. Zij sprak op een bijeenkomst voor bedrijven. Hij zat als de mondiale baas voor Environmental, Social, and Governance (ESG) van KPMG op de eerste rij, samen met Stephanie Hottenhuis, directeur van de Nederlandse tak van de accountants- en consultantsfirma.

„Toen jij uitnodigde tot vragen stellen, bleef het – zoals zo vaak – een beetje stil”, zegt hij tegen Oulahsen. „Ik heb altijd wel een vraag en Stephanie stootte mij aan dat ik die moest stellen. Het sentiment in de zaal, zo voelde ik, is dat jij als activiste veel had bereikt. ‘Veel van onze klanten begrijpen wel wat nodig is’, zei ik, ‘maar ze hebben moeite om stappen voorwaarts te zetten. Heb jij wel eens nagedacht hoe we die bedrijven kunnen helpen? Zou je daarvoor je mouwen willen opstropen?’ Een tijdje later belde je mij, daar was ik heel opgetogen over.”

Oulahsen weet het nog. „Ik sprak daar om jullie uit te dagen. Maar nu begon je mij uit te dagen. Dat was niet de bedoeling!”

Ruim anderhalf jaar werkt de voormalige activiste van Greenpeace nu voor KPMG als directeur duurzaamheid in Nederland.

Oulahsen (38) kreeg nationale bekendheid toen ze in 2013 twee maanden in een Russische cel zat vanwege protesten tegen olieboringen door Gazprom. Ze leidde onder andere campagnes tegen de uitstoot door de luchtvaart en tegen privéjets op Schiphol, en hield zich bezig met de vervuiling door Tata Steel. Ze stond aan de wieg van de klimaatrechtszaak rondom Bonaire, die Greenpeace vorige maand won.

Namens Greenpeace zat ze aan de Klimaattafel Industrie in de aanloop naar het Klimaatakkoord. Toen zat ze tegenover bedrijven, nu loopt ze er binnen als adviseur om verduurzaming te versnellen. „Veel mensen zeggen dat ik naar de andere kant ben overgelopen. Maar hier ben ik, still going strong”, zegt ze met lichte spot.

„Ik praat nu op een hele andere manier met bedrijven”, vertelt ze, „en krijg daardoor zicht op waar ze intern over spreken, krijg de getallen te zien die intern rondgaan. Daardoor krijg ik meer inzicht in de rationale achter sommige beslissingen van bedrijven.”

Ze heeft bij een deel van de energie-intensieve industrie waar ze fel campagne tegen heeft gevoerd een grote verandering gezien, zegt ze. „Tien jaar geleden had ik die overstap nooit kunnen maken. Toen verkeerden veel van die bedrijven nog in een staat van ontkenning. Het Akkoord van Parijs en het Nederlandse Klimaatakkoord, ondanks zijn onvolkomenheden, hebben een groot verschil gemaakt. De geest van dat klimaatakkoord was belangrijker dan wat opgeschreven stond aan instrumenten, subsidies en budgetten. Ik heb nu veel opener gesprekken met diezelfde bedrijven. Ik zie hoe ze verstrikt zitten in de uitvoering. En nu zit ik samen met ze daarin verstrikt. Als campaigner was het makkelijk om naar binnen te stormen, met de vinger te wijzen en te roepen dat ze doelen moeten gaan halen. Daarmee begon voor die bedrijven het echte werk. Dat is nu voor mij ook de uitdaging.”

Discipline door topsport

McCalla-Leacy (53) werkt al 25 jaar bij KPMG en stelt dat dit vermoedelijk zijn laatste jaar is voor zijn pensionering. Hij is vicevoorzitter van KPMG in het VK en is in het wereldwijde bestuur verantwoordelijk voor goede inbedding van ‘ESG’ (klimaat en natuur, sociaal beleid en goed bestuur) in het werk van alle drie takken van KPMG (accountancy, fiscaal en advies). Hij spreekt de top van bedrijven en overheden op alle continenten. „Nederland heeft de oudste duurzaamheidspraktijk van alle 143 landen waar we zitten. Die bestaat hier al veertig jaar. Daarom kom ik hier graag.”

Voor McCalla-Leacy was zo’n twintig jaar geleden de „S uit ESG de grote drijfveer” om zich met de ESG-kant van het werk van KPMG te bemoeien. Hij was door eigen ervaringen zeer begaan met het thema sociale mobiliteit, waar hij zich nog steeds sterk voor maakt.

Als jongen raakte hij gefascineerd door de kanosport, maar zijn familie had geen geld om zijn uitrusting en de reizen naar wedstrijden te betalen. Dankzij liefdadigheidsinstelling Prince’s Trust kon hij toch doorgaan met topsport. De Olympische Spelen haalde hij niet als sporter, wel als coach. Tot hij in de topsport verzeilde, was hij een slechte leerling op school, schreef hij later in een LinkedIn-post, maar met de discipline die de sport hem bracht, ontwikkelde hij zich en kreeg hij zijn loopbaan bij KPMG.

Anderen kansen geven, is een belangrijke drijfveer in zijn werk. „Wij zijn de eerste Britse firma, en misschien ook wel de eerste Europese, die twintig jaar geleden vrijwillig doelen op het gebied van diversiteit en inclusiviteit heeft gesteld”, zegt hij. En hoe is het nu, nu onder Trump in de VS een beweging is ontstaan die zich keert tegen diversiteit en inclusie?

„Ik zie dat bedrijven minder uitgesproken zijn, omdat ze in de VS bang zijn voor verlies van overheidscontracten of voor juridische claims. Maar ik zie tegelijkertijd veel bedrijven teruggaan naar de principes waarom ze er ooit mee zijn begonnen. Je verliest gewoon heel veel talent bij jonge mensen als we niet hard aan die sociale mobiliteit trekken.”

Groeipijnen van transitie

Het gesprek met McCalla-Leacy en Oulahsen richt zich op de vraag of zij in de bestuurskamers waar ze als adviseur komen een terugslag zien in het streven naar verduurzaming. McCalla-Leacy maakt een driedeling: „Er zijn bedrijven die zien dat het nodig is om duurzaamheids- en inclusief beleid te voeren. Er zijn bedrijven die dat niet willen en terugduwen. En er is een grote neutrale groep.”

De eerste groep heeft de afgelopen tien tot twintig jaar zelf al een beleid ontwikkeld, zegt hij. „Zij gaan gewoon door, het zit diep in hun bedrijfsvoering.” De crux zit in de grote neutrale groep. „Als zij niet inzien waarom het goed is voor hun bedrijfsvoering, gaan ze vragen stellen. Dan vertragen ze het proces, of pauzeren ze het.”

Maar naar die groep moet je genuanceerd kijken, stelt hij. „Ik sprak met de ceo van een van de snelst groeiende modebedrijven in de wereld. Hij vertelde dat ze bij nieuwe locaties helemaal inzetten op zonnepanelen, omdat het goedkoper is dan andere energiebronnen. Is dat duurzaamheidsbeleid of gewoon verstandige bedrijfsvoering?”

Oulahsen verwijst naar een onderzoek van KPMG onder 1.300 ceo’s van bedrijven met meer dan een half miljard euro omzet. „61 procent ervan zegt dat ze op schema liggen met hun duurzaamheidsdoelen voor 2030. En 39 procent niet. Dat merk ik in de gesprekken die ik voer. Ik zie dat veel bedrijven transitieplannen hebben, juist in de energie-intensieve industrie zijn er veel aan het uitzoeken hoe ze puzzel kunnen leggen. Ik zie hoe ze worstelen met de groeipijnen van de transitie. Hoe krijg je het hele bedrijf mee? Hoe krijg je de investeringen rond? Hoe krijg je de juiste vergunningen en manoeuvreer je tussen alle betrokken overheidsinstanties door? Ik hoor ze klagen over netcongestie, over pijpleidingen die vertraagd zijn, over subsidies die ze teruggeven omdat ze investeringen niet kunnen doen.”

Oulahsen ziet ook een „substantiële minderheid” van bedrijven die wel degelijk op ‘verduurzamingsschreden’ lijken terug te komen. „Daar krijg ik de vraag hoe ik denk over wat de invloed van Trump is. Of wat ze aan moeten met steeds weer een nieuw kabinet in Nederland. Dat zijn de organisaties waar de onzekerheid heeft toegeslagen.

„Ik sprak laatst de duurzaamheidsdirecteur van een financiële instelling. ‘Mijn raad van commissarissen denkt dat het allemaal niet meer zo belangrijk is, wat moet ik daarmee mee?’ Als zo de twijfel in een organisatie toeslaat, krijg je de terugslag.”

Barbados

McCalla-Leacy vertelt over een ontmoeting die hij had met de premier van Barbados, Mia Mottley. „Ik ben Brits, geboren in het Verenigd Koninkrijk. Maar mijn familie komt uit Jamaica en ik voel een diepe verbondenheid met het Caraïbisch gebied. Ik heb daar nog familie. De premier benadrukte dat de Caraïben de kanarie in de kolenmijn zijn: elk jaar kunnen ze daar een ‘orkanenloterij’ spelen, vertelde zij. Welk eiland zal dit keer door een orkaan getroffen worden?

Vorig jaar was dat Barbados. De zijde van het eiland waar de havens liggen werd hard geraakt. „Alle havens lagen stil, en daarmee alle in- en uitvoer. Toeristen kwamen niet meer, de belangrijkste bron van inkomsten. Ze hadden te dealen met de extreme weersomstandigheden die klimaatverandering veroorzaakt. Mottley vertelde hoe ze daarna een groot plan zijn gaan uitvoeren; hoe het eiland en de mensen zich moeten aanpassen.” Mottley wees hem er ook op dat één land iedere keer wordt getroffen: de VS. „En dat zullen ze daar een keer beseffen.”

Lessen die Caraïbische landen trekken, ziet hij ook bij bedrijven. „We begrepen van een grote frisdrankenfabrikant die zijn grootste fabriek in Zuid-Amerika bij een overstroming zag wegspoelen, dat ze twaalf maanden nodig hadden om die weer open te krijgen.” Of een toeleverancier van de auto-industrie, wiens fabriek ook door een overstroming werd getroffen. „Dat raakte de autofabrikanten, waardoor de productie van 10.000 auto’s stilviel.”

Dit type gebeurtenissen zal bedrijven vaker aan het denken zetten, wil hij maar zeggen. Oulahsen gaat een stap verder. „Ik denk dat er meer schokken zoals de overstromingen in Valencia in 2024 nodig zijn om iedereen wakker te schudden. Die kunnen als katalysator van nieuwe plannen bij bedrijven werken. Dat zal al in de komende vijf jaar gebeuren.”

„Ik deel die inschatting”, vult McCalla-Leacy aan. „Bedrijven, traditionele media en sociale media zijn vooral op de korte termijn gericht. We zien te weinig bedrijven die zich voorbereiden op risico’s die later komen. Maar de schok die bedrijven tot actie aanzet, komt misschien eerder dan we denken. En hetzelfde zullen we zien bij politici. Ook zij zullen op een grote schok snel moeten reageren met nieuw beleid, omdat ze ervoor verantwoordelijk zullen worden gehouden dat ze te weinig hebben gedaan.”

Idealiter wordt dan vanuit overheden goed beleid ontwikkeld, stelt Oulahsen. „Politici hebben ook de aanzet gegeven tot de energietransitie. Maar met de enorme politieke volatiliteit, zeker ook in Europa, is er vermoedelijk minder van de politiek te verwachten en zal de markt misschien wel voor de veranderingen moeten zorgen.”

Ze noemen de verzekeraars als een sector, waar het bewustzijn al sterk leeft dat meer actie nodig is. Oulahsen: „Ik sprak vorig jaar op hun Schademiddag. De overstromingen in Valencia hadden een enorme impact op de verzekeringssector, leerde ik daar. ‘We realiseerden ons daarvoor met alle klimaatscenario’s dat zoiets kon gebeuren’, vertelden ze mij. ‘Maar nu heeft het ons geraakt, en dat is een grote schok’. Ze gaven aan dat hun gesprekken meer en meer gaan over dingen die niet meer verzekerbaar zijn. Daar ging die hele middag over.”

McCalla-Leacy: „Op de laatste COP zagen wij veel meer verzekeraars. Zij hebben alle data over de risico’s. Zij zien wat nodig is aan maatregelen en dringen daar ook op aan. En vergeet niet dat zij ook belangrijke institutionele beleggers zijn. De ngo Force for Good heeft ooit berekend dat tussen 2020 en 2050 investeringen van 275.000 miljard nodig is om de doeleinden van 2050 te halen om nul uitstoot van CO2 te hebben. Ik denk dat ze gelijk hebben. Dan heb je heel veel financial engineering nodig om al die investeringen te kunnen financieren, met allerlei verschillende instrumenten. Hoe we dat gaan doen? Ik denk dat niemand het antwoord heeft. Maar er is genoeg kapitaal. En daarin spelen de verzekeraars ook een rol.”

Oosten als centrum voor verduurzaming

McCalla-Leacy komt terug op het voorbeeld van Barbados. „De schokken zijn er al geweest. In Hong Kong werd ik gewezen op alle tyfonen die ze daar hebben gehad. De Malediven en andere kleine eilandstaten hebben al vaak genoeg verteld dat zij het niet hebben over bedreigingen in de toekomst. In Brazilië kampen ze al met grote watertekorten.”

Maar hoe wrang ook, moeten we om iedereen wakker te schudden hopen op een klimaatschok op een plek waar veel hoofdkantoren staan: in Londen of New York? McCalla-Leacy: „Ja, misschien wel. Maar dat zou niet zo mogen zijn. De levens op al die plekken die ik noemde zijn even veel waard als de levens in de grote economieën.”

Zijn hoop is meer gevestigd op de landen in het oosten, op China en India, dan op Europa, waar het beleid heen en weer gaat. „Toen ik vorig jaar in India was, ging het gesprek veel over Viksit Bharat, het programma van de regering waar India moet staan als het 100 jaar onafhankelijk is. Daarin staat ook de visie waar ze willen staan met schone energie. Indiase bedrijven kennen het en zeggen allemaal: we weten waar we dan moeten staan. Hetzelfde zie je in China waar heldere doelen zijn gesteld. Daar hebben we al de enorme toename gezien van de elektrische auto’s en batterijtechnologie. Voor de duurzaamheidsagenda is het oosten al het centrum van de wereld geworden. Onder de radar gebeurt daar meer dan we nu zien.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Duurzaamheid

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next