Home

‘Jongeren worden voortdurend verleid om geld uit te geven dat ze niet hebben’

Schuldenindustrie De Rotterdamse Jamal Oulel belandde zelf als jonge ondernemer in de schulden. Deze week verscheen zijn boek De Schuldenfabriek, een aanklacht tegen het systeem van incassobureaus en deurwaarders dat jongeren, zo stelt hij, in een financiële val lokt.

Jamal Oulel, auteur van een boek over financiële schulden onder jongeren, poseert voor een portret in Rotterdam, op 6 Februari 2026. Hedayatullah Amid / NRC

‘Geld verdienen aan de schulden van een ander is pervers”, schrijft Jamal Oulel in zijn deze week verschenen boek De schuldenfabriek. De Rotterdammer (35) beschrijft daarin hoe hij zelf als piepjonge ondernemer door een aanvankelijk kleine schuld in grote ellende terechtkwam, depressief raakte, vervreemd van zijn vrienden en familie. Het boek is een aanklacht tegen het systeem van incassobureaus en deurwaarders, die naar zijn overtuiging financieel belang hebben bij het opstapelen van schulden van anderen. „Dat is het fundament van de schuldenfabriek”, vertelt hij. „Ze nemen je vleugels af om er zelf mee te kunnen vliegen.”

Ik spreek Jamal Oulel in een verzamelgebouw in het centrum van Rotterdam. Daar is zijn stichting Socialdebt gevestigd, die jongeren helpt uit beginnende schulden te komen, met kwijtschelding en aflossingen, zonder boetes of aanmaningen. Oulel is ondanks al z’n verontwaardiging een vriendelijke, bijna verlegen man, met twee zusjes opgegroeid in Rotterdam-Zuid, kind van Marokkaanse ouders. Zijn vader was leraar, zijn moeder „getalenteerd huisvrouw”.

Hoe raakte je zelf in de schulden?

„Mijn droom was zelfstandig mijn toekomst op te bouwen, zoals veel jongeren. Ik ben al vroeg op mezelf gaan wonen. Op mijn achttiende begon ik een softwarebedrijf in videorecruitment, waarmee jongeren een sollicitatievideo konden opnemen. Maar je bent kwetsbaar. Je hebt enthousiast een eenmanszaakje opgericht en moet bijvoorbeeld ineens omzetbelasting gaan betalen. Het bedrijf liep best goed, maar ergens botste het met de investeerders en ben ik eruit gestapt.”

Had je een grote schuld?

„Zonder inkomen is vijfhonderd euro al heel veel. Ik kon er zelf niet meer uit komen. Ik heb niet onder een brug geslapen. Maar alles viel weg. Vrienden en familie zag ik niet meer. Je sociale netwerk sterft. Leuke dingen zoals een kopje koffie drinken kosten geld. De schulden bleven maar stapelen. Je ziet een stip aan de horizon maar je komt niet los van je verleden. Dat is wat dit systeem met je doet. Veel instanties zien jongeren als mensen die er bij beginnende problemen zelf wel uitkomen. Ga maar werken, zeggen ze, leen maar bij studiefinanciering of vraag bijstand aan.”

Dat vond je moeilijk?

„Heel moeilijk. Er komt veel schaamte bij kijken. Het taboe is vreselijk groot. Ik ben uiteindelijk weer thuis gaan wonen. Van mijn zusje kon ik geld lenen. Ik kon simpel en goedkoop leven. Veel andere jongeren hebben zo’n vangnet niet. Dat is wat ongelijkheid is. Nadat ik zelf weer bij m’n ouders ging wonen en mijn zusje zag dat ik klaar was om te gaan werken, zat ik binnen no time bij de manager van het ziekenhuis waar zij werkte en kon ik daar eten rondbrengen. Niet iedereen heeft zo’n netwerk.”

Jongeren met schulden betalen vaak hun zorgpremie niet, toch?

„Dat is wat ik zelf vaak deed. Het klinkt misschien raar of dom om een afgeschreven zorgpremie op je rekening te storneren, maar als kerngezonde jongen van negentien die daar nooit gebruik van maakt, denk je: ik heb liever geld voor boodschappen, ik betaal volgende maand wel. Zo begint het. Want dan is het bedrag dus twee keer zo hoog en komt er ook een regeling waaraan je je moet houden.”

Ontstaan schulden door foute aankopen?

„Domme aankopen zie ik niet veel. Vaak gaat het om de kosten van de zorgverzekering en de huur, belastingen, gemeentelijke heffingen. En jongeren willen leuke dingen met vrienden doen. Erbij horen. Ze willen iets uitstralen, met nieuwe schoenen of een telefoon. Ze kopen kleding voor school of werk. Maar wat ik veel zie, is buy now pay later, achteraf betalen. Sommige schatten niet goed in of ze iets aan het einde van de maand echt kunnen betalen. Ik zie ook interessante keuzes. Jongeren die denken: ik heb een shitty tijd, of ik kan niet naar m’n werk reizen, dus ik investeer mijn laatste vijfhonderd euro in het halen van m’n rijbewijs. Een logische keuze misschien op dat moment, maar uiteindelijk kunnen ze dat niet betalen.”

En ze zien overal om hen heen rijkdom?

„Overal om ons heen is verleiding. Via advertenties online en buiten op straat. Via influencers, winkels en mediakanalen. We hebben het heel normaal gemaakt om van alles te kopen, het systeem verleidt jongeren voortdurend om geld uit te geven en de politiek laat toe dat je achteraf kunt betalen. En als jongeren toehappen, geeft het systeem hun boetes als ze niet kunnen betalen. Dat is precies de bedoeling. Het systeem wil dat jongeren toehappen en niet kunnen betalen, zodat vervolgens de schuldenfabriek kan starten. En het is ook moeilijk, hè. Ik zag vroeger cash geld in mijn zak minder worden maar tegenwoordig is geld alleen maar een saldootje, een cijfer op je telefoon waar je geen binding mee hebt.”

Wat versta je onder de schuldenfabriek?

„Het systeem gaat ervan uit dat wie niet betaalt, niet wil betalen. Dat werkt misschien bij mensen die veel geld hebben en die bijvoorbeeld een verkeersboete hebben gekregen. Maar deze jongeren kunnen niet betalen. Die krijgen eerst te maken met een incassobureau en vervolgens met een deurwaarder, soms dezelfde persoon. Die mag voor elke handeling die hij verricht kosten berekenen, die bij de schuld worden opgeteld. Zo wordt een sneeuwbal een lawine. Voor jongeren worden de dingen wazig, brieven worden dikker en moeilijk te begrijpen, het overzicht verdwijnt. Je snapt niet dat je een regeling kunt treffen. Je begrijpt niet dat het nuttig kan zijn voor de rechter te verschijnen als je gedagvaard wordt. Ik vind het überhaupt gekkenhuis dat een jongere voor de rechter moet verschijnen voor een onbetaalde rekening, dat voelt echt als van een mug een olifant maken.”

Wat ergert je het meest?

„Wat mij het meest ergert, is dat hoe langer de reis duurt van een vordering, bijvoorbeeld van een zorgverzekeraar, naar incassobureau tot deurwaarder, des te lager de kans wordt dat die vordering wordt betaald. Waar zijn die clubs dan voor? Ik vrees dat het hun prikkel om winst te maken is. Incassobureaus hebben allemaal aandeelhouders en dat geldt ook voor deurwaarderskantoren die incasso doen. Er is marktwerking. Die maakt dat ze eigen kosten verlagen en marges verhogen en gevoelig worden om meer wettelijke handelingen te verrichten, want elke wettelijke handeling betekent geld in het laatje. In hun jaarrekeningen praten ze trots over hun miljoenenomzet. Terwijl ze werken met een kwetsbare doelgroep.”

Jamal Oulel, auteur van het boek ‘De schuldenfabriek’, over schulden onder jongeren.

Je schrijft over de trucs van incassobureaus?

„Sommige gebruiken sluwe listen. Incassobureaus zijn commerciële tussenpersonen, maar ze geven je het gevoel dat ze wettelijke deurwaarders zijn, dat blijkt ook uit waarschuwingen van bijvoorbeeld de Consumentenbond. Ze doen alsof ze jou namens schuldeisers kunnen dagvaarden, vonnissen van de rechter kunnen betekenen, en daarna ook kunnen uitvoeren door beslag te leggen op je inkomen, uitkering, auto of wat dan ook. Die incassobureaus schrijven ‘conceptdagvaardingen’ maar dat betekent helemaal niks. Ze bedreigen je. Angst is hun belangrijkste waarde. Ze maken je bang zodat je gaat betalen.”

En dat lost niets op?

„Het probleem wordt verschoven. Want sommige jongeren betalen terwijl ze dat niet kunnen. Op korte termijn wordt het probleem opgelost voor een incassobureau of een deurwaarder. Maar op langere termijn is er veel schade. De jongeren verpanden hun spullen en gaan gevaarlijke leningen aan met hoge rentes, flitskredieten met heel moeilijke voorwaarden. En niemand kijkt naar de jongere zelf, die een premie misschien niet heeft betaald omdat de huur voorrang kreeg. Dat noem ik een tunnelvisie. Als er iets zou moeten stoppen in de schuldenfabriek, dan is het die tunnelvisie.”

Hoe kan het beter?

„We moeten jongeren niet beschouwen als mensen die vanaf hun achttiende ineens volwassen zijn. We moeten een overgangsperiode instellen waarin jongeren kunnen herstellen van de ongelijkheid. Want de ene jongere krijgt altijd alle steun van zijn rijke ouders, maar de ander moet geld lenen voor een bed, en het is oneerlijk om hen allebei te beschouwen als mensen die een schuld wel kunnen betalen maar dat niet willen. Jongeren zijn een investering. We krijgen bij onze stichting jongeren die niet verder mogen studeren aan een hogeschool omdat ze het lesgeld van duizend euro nog niet hebben betaald. Ik vind dat absurd, want je ontneemt iemand de kans een diploma te halen en te werken en zo iets te betekenen voor het land. Ga als school eens praten met zulke studenten, en kom erachter dat het geen zin heeft om een dagvaarding te sturen. Wijk af van de procedures. Toon begrip.”

Hoe gaat het nu met jou persoonlijk?

„Het gaat goed. Ik kan rondkomen van mijn fulltime baan hier. Ik ben getrouwd. Heb een dochtertje van 22 maanden. Ik heb alles op de rit. Dat was niet gemakkelijk. De echo van schulden klinkt heel lang door. Ze hebben me een achterstand bezorgd. En ik heb nog steeds angst. Onbekende telefoonnummers neem ik niet op. Brieven vind ik niet fijn. Maar ik ben eruit gekomen. En ik ben zelfs iets gaan opzetten waar anderen weer iets aan hebben. Dus er is hoop.”

Jamal Oulel: De schuldenfabriek. Uitgeverij Atlas. 224 blz. 22,99 euro.

Jongeren met schulden

In 2024 hadden ongeveer 19.000 jongeren van 18 tot 25 jaar een of meerdere geregistreerde betalingsachterstanden, meldt het Nederlands Jeugdinstituut, dat zich baseert op cijfers van het Bureau Krediet Registratie. Het aantal jongeren met schulden neemt wel af, meldt het instituut, deels doordat jongeren minder vaak lenen. Daarbij moet worden aangetekend dat informele leningen en openstaande rekeningen niet worden geregistreerd.

In een onderzoek van Deloitte, vorig jaar, zei 47 procent van alle jongeren consumptieve schulden te hebben. Daarbij werden informele leningen en openstaande rekeningen wel meegerekend. Een onderzoek, eind vorig jaar, van jongerenplatform State of Youth onder ruim drieduizend jongeren, meldt dat 81 procent van de jongeren weleens geldzorgen ervaart, 64 procent wel eens moeite heeft maandelijks rond te komen, en 14 procent vrijwel elke maand.

Van de jongeren ervaart 60 procent veel stress door financiële onzekerheid. Stichting Socialdebt van Jamal Oulel neemt de schulden over van jongeren tussen de 18 en 27 jaar, tot een maximum van 2.500 euro. Jaarlijks helpt de stichting enkele duizenden jongeren, overigens vaak ook met slechts een enkel gesprek met een coach of een doorverwijzing naar gemeenten. In januari dit jaar meldden zich honderdvijftig jongeren.

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next