Home

Maak geen karikatuur van het taalonderwijs

Lezersbrieven U schreef ons over de onjuiste tegenstelling tussen de alfa- en bètavakken, over de make-up van Jutta Leerdam en over nog veel meer.

Op LinkedIn las ik een veelgedeeld bericht met een provocerende stelling: „Nederland verspilt zijn bètatalent aan Franse grammatica.” De auteur beschrijft hoe haar dyslectische zoon, sterk in wiskunde en natuurkunde, zich door Frans en Duits heen moet worstelen op de middelbare school. Dat zou zijn zelfvertrouwen ondermijnen en kostbare tijd opslokken die beter aan techniek besteed kan worden. De conclusie: laat deze leerlingen eerder specialiseren en schrap talen waar mogelijk.

Het is een herkenbaar verhaal. Als docent Duits zie ik dagelijks leerlingen die zuchten boven naamvallen, struikelen over spelling en zich door luistertoetsen heen ploeteren. Ik zie ook ouders die wanhopig zoeken naar een uitweg. De emotie achter het betoog begrijp ik dus heel goed.

Maar de analyse is op cruciale punten onjuist, kortzichtig en uiteindelijk schadelijk, juist voor de leerling die als voorbeeld wordt opgevoerd.

Het tekort aan bètatalent is reëel. Maar het is intellectueel lui om dat probleem af te schuiven op „Franse grammatica” of moderne vreemde talen in het algemeen. Een paar uur taalonderwijs per week bepaalt niet of een kind uitgroeit tot ingenieur of tot gefrustreerde afhaker.

Bovendien wordt hier een karikatuur gemaakt van het huidige talenonderwijs, alsof dat nog steeds draait om eindeloze rijtjes werkwoorden en rode strepen onder spelfouten. De werkelijkheid in mijn klaslokaal is een andere. Talenonderwijs anno 2026 gaat over communiceren, samenwerken, presenteren, lezen met begrip, kritisch omgaan met informatie, culturele verschillen begrijpen, je verplaatsen in een ander perspectief. Het gaat over burgerschap in een internationale samenleving. Mijn leerlingen voeren debatten in het Duits over Europa, analyseren hoe media de publieke opinie beïnvloeden, maken podcasts, oefenen sollicitatiegesprekken en leren hoe je respectvol en effectief communiceert met mensen uit een andere cultuur. Dat is geen overbodige ballast naast de „echte” vakken. Dat zijn kernvaardigheden voor elke toekomstige professional – óók voor de bèta.

Het stoort me ook dat het Nederlandse systeem wordt neergezet als star en uniform. Het Nederlandse systeem is níét gericht op „iedereen hetzelfde”, maar op een brede vorming vóórdat er gespecialiseerd wordt. Dat is geen ideologische hobby, maar een bewuste pedagogische keuze. Juist op jonge leeftijd zijn interesses en talenten nog volop in ontwikkeling. Wat vandaag „nooit zijn talent zal worden”, kan over vijf jaar heel anders blijken.

Het meest problematisch vind ik het aloude frame dat taalvakken tegenover bèta-vakken staan. Dat is een valse tegenstelling. De werkelijkheid is dat de moderne arbeidsmarkt vraagt om mensen die kunnen analyseren én communiceren, die technisch sterk zijn én cultureel vaardig. Ik zie dagelijks leerlingen die technisch sterk zijn maar vastlopen omdat ze niet kunnen lezen, redeneren of formuleren. Dat los je niet op door talen te schrappen.

Onderwijs is geen topsportacademie waar we op jonge leeftijd de rest afschrijven. Het is een publieke voorziening die mensen voorbereidt op een complexe samenleving, niet alleen op de arbeidsmarkt van morgen maar op het leven als geheel.

Tot slot: ja, het systeem kan en moet beter. Differentiatie, maatwerk, ondersteuning, daar ben ik volledig voor. Maar het antwoord is niet om kinderen alleen dat te laten doen waar ze al goed in zijn. Dat klinkt aantrekkelijk, maar is pedagogisch armoedig en maatschappelijk kortzichtig.

Als docent Duits zie ik elke dag leerlingen die zuchten, worstelen en soms falen. Dat hoort bij leren. Onze taak is niet om elk obstakel weg te halen, maar om leerlingen te helpen ermee om te gaan, mét behoud van zelfvertrouwen én met een brede blik op de wereld.

Hilco Elshout Breda

SchaatsenHet OKT is geen selectie meer

Twee honden vechten om een been, de derde gaat ermee heen. In het Nederlandse schaatsen vechten de besten zichzelf al uit voor de Spelen. Het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) is geen selectie meer, maar een slijtageslag. Wie daar wint, is vaak al leeg als de Spelen beginnen. Onze beste schaatsvrouwen móéten daar pieken om überhaupt naar de Spelen te mogen, en staan een maand later leeg aan de start. Het resultaat was pijnlijk zichtbaar: geen medaille op de 3.000 meter. Beune zegt het zelf: mentaal en fysiek gesloopt, haar beste afstand verloren, en een maand later niets meer over.

Het goud ging niet verloren op de Olympische ijsbaan, maar al eerder, in eigen huis. Voor een topatleet is dit het zuurst denkbare onrecht: alles goed doen, jarenlang toewerken naar één moment, en dat moment missen omdat het systeem je dwingt te vroeg te pieken. Zo wordt falen geen sportief tekort, maar een systeemfout. Wie echt olympisch succes wil, moet durven erkennen: dit kwalificatiemodel werkt tegen ons. Tijd voor een ander systeem, vóór we onszelf blijven verslaan.

Harm Jan Weevers Doesburg

SchaatsenMascara doet er niet toe

Topschaatser Jutta Leerdam, gouden medaillewinnaar, heeft alles gedaan om haar doel te bereiken: de olympische overwinning. Deze topprestatie wordt in de media bedorven door het bijna uitsluitend noemen van de uitgelopen make-up, haar verloofde en haar leven buiten de sport.

Dat ook NRC (9/2) hieraan meedoet valt me tegen. Benoem wat relevant is aan haar gouden prestatie. Make-up en verloofdes zijn dat niet.

Dina Brouwer Middelburg

GeopolitiekDe wereld staat wél in de fik

Arjen van Veelen slaat in zijn column (De wereld staat niet in de fik, 6/2) de plank ongelooflijk mis. De wereld staat wél in de fik. De Doomsday Clock staat op slechts 85 seconden voor ‘middernacht’, dichter bij het absolute dieptepunt dan ooit tevoren. Zelfs tijdens de Koude Oorlog was het niet zo gevaarlijk als nu.

Hoe groot moet de brand worden voordat Van Veelen het gevaar inziet? Er is maar één mogelijkheid om onze welvaart en toekomst veilig te stellen: samenwerken als de Europese Unie, of in elk geval met gelijkgestemde landen.

Om ons te kunnen verdedigen is geld nodig. De afgelopen dertig jaar hebben we onze welvaartstaat opgebouwd door defensie te verwaarlozen, en nu krijgen we de rekening gepresenteerd.

We kunnen discussiëren over wie deze kosten moet dragen en hoe de verdeling het beste kan, maar kom niet aan met struisvogelpolitiek.

Ernst-Jan Huijbers Molenhoek

OorlogWeg uit onze gedachten

Ik merk dat de oorlog in Oekraïne in mijn gedachten op de achtergrond begint te raken. Terwijl een eind hieraan veel belangrijker zou moeten zijn dan veel ander nieuws. Wanneer daalt het besef in dat de verschrikkelijke slachtpartij van Rusland in Oekraïne alleen gestopt kan worden met gedrag dat we in Europa lang niet voor mogelijk hebben gehouden?

Stop met de hoop dat diplomatieke gesprekken Rusland op andere gedachten brengt. Het is hoog tijd om Oekraïne raketten te leveren (en het gebruik hiervan toe te staan) om het leven in het welvarende deel van Rusland ondragelijk te maken.

Een eventuele reactie van Rusland op Europa moeten we voor lief nemen. We zullen deze zeker weerstaan en de kans is groot dat we dan militair tot een geduchte macht gesmeed worden. Hoe lang kunnen we immers leven in welvaart als de buren vermoord worden?

Arnoud Gravestein Amsterdam

Grond Zeewaartse oplossing op tafel

Nederlandse grond is onbetaalbaar geworden. Opkoop van gronden door de overheid, zoals de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (RLI) voorstelt (De strijd om landbouwgrond legt Nederland lam, 6/2) zal in sectoren als de landbouw mogelijk enige beheersing brengen in de marktwerking. Het landelijk tekort aan grond en de hiermee gepaard gaande prijsopdrijving zullen echter onverminderd doorgaan.

Een aanvullende, duurzamere oplossing die het verdienvermogen van Nederland vergroot is landwinning uit zee. Dat hebben we altijd al gedaan, daar zijn we goed in. Op de tekentafels van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging ligt de zogenaamde zeewaartse oplossing. Die behelst de aanleg van een extra kustlijn, bedoeld om Nederland te beschermen tegen de zeespiegelstijging. De Tweede Kustlijn is een in fasen uit te voeren nieuwe duinvormige, sterke zeewering, 10 tot 25 km in zee, parallel aan de huidige kust. Tussen de huidige en de nieuwe kust vormen zich op het huidige zeepeil kustmeren (reservoirs) voor opvang van overvloedige rivierafvoeren en voor zoetwatervoorraad in de zomer. Een gebied met water en land, ongeveer ter grootte van een provincie, komt er zo bij.

Deze zeewaartse oplossing om Nederland waterveilig te maken, levert dus ook kostbare ruimte op. Dat kan niet gezegd worden van het verbreden van dijken en rivieren en de aanleg van grote waterbuffers, de zogenaamde landinwaartse oplossing. Die kost juist ruimte en daar hebben we al zo weinig van. Aanbeveling voor de nieuwe regering om voluit in te zetten op zeewaartse uitbreiding.

Dick Butijn Prinsenbreek

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Onderwijs

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next