Home

De dag waarop Cees Nooteboom een literaire wereldster werd

Literatuur Dankzij een Duitse tv-uitzending werd Nooteboom begin jaren negentig een Grote Europese Schrijver: vertaald in tientallen talen, schrijvend voor de grote Europese kranten, overladen met prijzen en eredoctoraten. In eigen land bleef de erkenning achter.

Cees Nooteboom op de Freie Universität Berlin, in 2008. Daar ontving hij een erecoctoraat.

„Ik moet u zeggen” – de eminente Duitse literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki liet een korte pauze vallen – „dat ik dit boek niet helemaal heb begrepen. Maar wat ik ervan heb begrepen heeft diepe indruk op me gemaakt.” Tijdens het daaropvolgende betoog veerde hij op en neer in zijn stoel, zijn rechterwijsvinger zwaaiend in de lucht, als de dirigent van zijn eigen loftuitingen. Die waren niet mis. Dit boek was het werk van een „grote Europese schrijver” en waarschijnlijk „het belangrijkste boek dat ik dit jaar heb gelezen”.

Die folgende Geschichte was een verhaal over de onmogelijkheid om verhalen te vertellen – natuurlijk! – maar wat de 71-jarige Reich-Ranicki betreft hadden we hier vooral een liefdesgeschiedenis in handen, over de liefde van een intellectueel. O, de fabelachtige erotiek van deze Hollander! Wat een verschil met Duitse schrijvers, zei hij: als het Duitse volk zich zou laten inspireren door de eigen literatuur, „dan zou er van voortplanting niet veel meer terechtkomen”. Het was donderdag 10 oktober 1991, iets na elven en het literaire bestaan van Cees Nooteboom had een nieuwe wending gekregen.

De uitzending van Das Literarische Quartett op de ZDF geldt als het moment waarop Cees Nooteboom, die woensdag op zijn 92ste op het Spaanse eiland Menorca overleed, transformeerde van een gewaardeerde Nederlandse auteur in de Grote Europese Schrijver die hij de rest van zijn leven zou blijven: vertaald in tientallen talen, schrijvend voor de grote Europese kranten, overladen met prijzen en eredoctoraten, veelgevraagd spreker, kandidaat voor de Nobelprijs. Een publiek intellectueel van wereldformaat, tussen Mario Vargas Llosa en Günter Grass.

Das Literarische Quartett had in het relatief overzichtelijke literaire landschap van begin jaren negentig de autoriteit om de oplagen van boeken razendsnel omhoog te jagen en het opkontje dat Nooteboom van Reich-Ranicki kreeg, miste zijn invloed niet. Toch valt niet vol te houden dat deze Holländische Schriftsteller een ontdekking van Reich-Ranicki was. Kort voor de uitzending in 1991 had Nooteboom de eerste ‘Literaturpreis zum 3. Oktober’ toegekend gekregen voor de vertaling van zijn Berlijnse notities, Die folgende Geschichte was die herfst al een succes en in eerdere jaren was er behoorlijk wat van Nooteboom vertaald: in 1989 had Rüdiger Safranski al een pagina in Die Zeit volgeschreven naar aanleiding van de vertaling van Een lied van schijn en wezen.

In Nederland reageerde een deel van de literaire wereld niettemin beduusd. Want daar waren weinig tekenen dat Nooteboom op het punt stond naar de toppen van de internationale literatuur te worden gekatapulteerd. Een halfjaar voor de Duitse aanhankelijkheidsuitbarsting was het boekenweekgeschenk Het volgende verhaal juist tamelijk lauw ontvangen. De recensent van NRC waarschuwde dat het een „uiterst serieus” boek betrof, overladen met verwijzingen naar de klassieke mythologie: „Ook om andere redenen moest ik bij de eerste lezing van het boek geregeld de aanvechting onderdrukken het voorgoed dicht te slaan.” Toegegeven, bij tweede lezing viel het een en ander op zijn plaats, maar geen krantenlezer zal het idee hebben gehad met een Europese grootheid van doen te hebben.

Een paar maanden eerder had dezelfde krant de staf gebroken over de Berlijnse notities. Nooteboom voerde maar weinig mensen sprekend op in zijn boek over de val van de Muur, dat het dus vooral moest hebben van de waarnemingen en gedachten van de auteur zelf: „Helaas zijn die niet zo vaak bijzonder. Zijn beschrijvingen zijn de beschrijvingen van iedereen.”

Nu was Nooteboom altijd lastig te plaatsen geweest: hij was net wat jonger dan de ‘Grote Drie’ Gerard Reve, W.F. Hermans en Harry Mulisch, al was hij met veel schrijvers van die generatie (Hugo Claus, Remco Campert, Gerrit Kouwenaar) bevriend. Maar hij was ook een reiziger die vaker niet dan wel in het land was, en reisliteratuur werd op zijn best als half-literair beschouwd. Hij haalde de neus niet op voor journalistiek werk, bestierde jarenlang de poëzieafdeling van het glossy maandblad Avenue, deed reclamewerk. Ook was hij enige jaren getrouwd met zangeres Liesbeth List, voor wie hij enkele liedteksten schreef. Tegelijk hadden zijn romans – met uitzondering van Rituelen – de reputatie moeilijk toegankelijk te zijn.

Nooteboom gold jarenlang als een goede schrijver, maar niet als een grote schrijver. De dubbelhartige houding van (een deel van) de Nederlandse literaire wereld uitte zich ook in de toekenning van literaire prijzen. Hij kreeg ze uiteindelijk allemaal, maar zeker de P.C. Hooftprijs – in 2004, op zijn zeventigste – kwam rijkelijk laat. „Er heeft altijd een licht verdacht aura om me heen gehangen”, zei hij bij de uitreiking.

Zo werd de gebrekkige waardering van Nooteboom in eigen land een thema op zich, bijvoorbeeld in de jaarlijkse publiciteit rondom de toekenning van de Nobelprijs. „Eerst schrijven ze dat je een grote kans maakt, en als de prijs vervolgens naar iemand anders gaat, gaan ze er nog eens met veel leedvermaak overheen zeiken”, zei hij in het interviewboek Met lopen nooit meer opgehouden (2013). Aanleiding was de observatie „wéér geen Nobelprijs voor Cees Nooteboom” in NRC (2012). „Dat is taal van bediendes, maar ook dat hoort erbij’.

In de loop der jaren ontstond er meer harmonie tussen het ‘Nederlandse’ en het buitenlandse beeld van de Europese schrijver Cees Nooteboom. Toen hij werd geïnterviewd over Tumbas, een koffietafelboek over de graven van schrijvers van over de hele wereld, met foto’s van zijn echtgenote Simone Sassen (een initiatief van zijn Duitse uitgever) antwoordde hij lachend op een vraag over een eigen graf: „Het maakt voor een Nederlander toch niet zoveel uit. Want je kunt wel een mooi graf laten maken, maar er komt toch geen mens kijken.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Literatuur

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next