Home

Carl Haarnack was missionaris van Surinaamse geschiedenis en cultuur

De laatste bladzijde Carl Haarnack (1963-2026) leverde met zijn historische collectie een onmisbare bijdrage aan de kennis over Suriname in Nederland. ” Hij kon zich ergeren aan de onwetendheid over Suriname.”

Carl Haarnack in zijn bibliotheek in 2018.

Het ruime appartement van Carl Haarnack aan het IJ zag eruit als een bibliotheek. Maar dan ook echt. Duizenden boeken, archiefstukken, documenten, schilderijen, foto’s, manuscripten, prenten, objecten, land- en ansichtkaarten over koloniaal Suriname had hij verzameld. En dan had hij ook nog een en ander in de kelder opgeslagen. „Gebrek aan ruimte, maar dat is eigenlijk the story of my life”, zei hij er zelf over in een video, opgenomen enkele maanden voor zijn overlijden op 10 januari. Met zo’n tweehonderd strekkende meter had Haarnack volgens kenners de grootste particuliere historische collectie over Suriname ter wereld. Ingewijden schatten de waarde op zo’n zeven ton.

Hij liet de buitenwereld er kennis mee maken in een nieuwsbrief en op zijn Buku-website. „Er was geen tentoonstelling over Suriname of ze hadden iets van Carl geleend of nodigden hem uit voor een toelichting”, vertelt Peter Sanches van de Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek (IBS). Zo leverde Haarnack een belangrijke bijdrage aan De Grote Suriname Tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam in 2019 en 2020, die met 183.000 bezoekers een enorm succes was.

„Carl was een missionaris van de Surinaamse geschiedenis”, zegt zijn co-auteur Garrelt Verhoeven. Hij leerde Haarnack goed kennen bij het opzetten van de expositie Slavernij verbeeld in 2013, voor de 150-jarige herdenking van de afschaffing van de slavernij. „Het was een heel andere tijd, we hebben er intern best nog wat over moeten soebatten”, zegt Verhoeven, destijds hoofdconservator bijzondere collecties bij de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. „Men vond een slavernij-expositie toen nog lastig. Oude boeken moesten mooi zijn, veilig.” Niet dat het een activistische expositie was. „Dat hoefde ook niet. Carl wilde de bronnen voor zichzelf laten spreken.’’

Carl Haarnack in zijn bibliotheek in 2010.

Het was het begin van een vriendschap en lange samenwerking aan tal van boeken en projecten. „Ik maakte er ook een sport van om iets voor hem te vinden”, zegt Verhoeven. Hij verraste Haarnack met een in wit linnen gebonden eerste druk van Wij slaven van Suriname van Anton de Kom. „Daar was hij zo blij mee. Maar hij werd gedreven door de inhoud, Carl ging niet voor franje, glitter en glamour. Hij was een intellectuele verzamelaar met een historische en culturele blik. Hij kon zich ergeren aan de onwetendheid over Suriname.”

Carl (Erich Dilip Djieke) Haarnack werd in 1963 geboren in Paramaribo, in een Surinaams gezin met Afro-Surinaamse, Indische en Duitse roots. Vanaf zijn derde woonde hij in Nederland, waar hij opgroeide zonder veel kennis van zijn geboorteland. Na zijn studie politicologie in Amsterdam belandde hij via een uitzendbureau een beetje bij toeval in de financiële wereld, waar hij snel carrière maakte. Hij werkte bij banken en beleggingskantoren in New York, Londen, Stuttgart en Amsterdam en – tot het laatst – Rotterdam. „Het was niet zijn grote droom, maar hij had er zeker talent voor. Er zijn honderden miljarden door zijn handen gegaan”, zegt vermogensbeheerder Karel Altena, een van zijn beste vrienden. „Maar hij gaf niet zoveel om geld of dure horloges. Veel meer om zijn boeken.”

De 15-jarige Carl Haarnack voor het huis van zijn moeder in Amsterdam-Osdorp.

Zijn ware passie was het verzamelen van alle mogelijke ‘surinamica’, een hobby die zou uitgroeien tot zijn levenswerk: de Buku- Bibliotheca Surinamica. Carls eerste boek over Suriname was De Encyclopedie van Suriname die hij in 1977 van zijn oma kreeg. Maar een sleutelmoment was toen hij als zevenjarige met zijn moeder het Tropenmuseum bezocht en daar een foto zag van zijn zwarte opa van moederskant, uit het boek Suriname – Geboorte van een nieuw volk (1957). „De foto was voor mij de bevestiging van het bestaan van deze opa – de vader van mijn moeder Rubia”, schreef hij erover. Als tiener begon hij een levendige correspondentie met zijn opa. „Wie kon mij beter vertellen over het land, waar mijn voorouders al sinds het eind van de 18de eeuw geworteld waren, dan hij?”

Met zijn bibliotheek leverde Carl een onmisbare bijdrage aan de kennis over Suriname in Nederland. Samen met Verhoeven bezorgde hij onder meer een monumentale uitgave van P.J. Benoits beroemde Reis naar Suriname  uit 1839. Ze beleefden ‘eureka-momenten’ bij het werken aan de uitgave: ze achterhaalden de ghostwriter die achter Benoit schuilging, een Nederlands-Belgische schrijver, en identificeerden een slavin op een van de iconische kleurenplaten uit het boek.

Verhoeven: „Carl wilde altijd alles uitzoeken, feiten blootleggen. Mensen op oude prenten of foto’s een naam geven”. Hij benaderde de geschiedenis van Suriname „genuanceerd, nooit zwart-wit”, zegt Verhoeven. Een gezamenlijke reis naar Suriname voor presentaties over het boek werd een hoogtepunt. In zijn laatste jaren werkte hij noest door en verschenen de fotoboeken Groeten uit Paramaribo (2023) en Suriname in beeld (2025, met Garrelt Verhoeven en Eveline Sint Nicolaas).

Goethe en Suriname

Ook de Duitse connectie met Suriname bleef Carl boeien. Hij werkte aan een proefschrift over de Duitstalige literatuur over Suriname. Dertien jaar geleden ontmoette hij zijn levenspartner en ‘muze’ Sonja op een conferentie in Münster over reisliteratuur. „Het eerste wat hij me vroeg toen hij hoorde dat ik over Goethe heb geschreven, was of er een verband is tussen Goethe en Suriname”, vertelt Sonja Klein, docent Duitse letterkunde in Düsseldorf. „Ik ben meteen het werk ingedoken. En daar vond ik vier brieven waarin Goethe het heeft over iemand in Suriname. Als je maar ver genoeg zoekt kom je altijd wel in Suriname uit, zei hij tegen me.”

De twee trouwden drie jaar geleden toen Haarnacks gezondheid minder werd, zodat zij in zijn geest over de collectie kon beslissen. „We hielden allebei heel veel van boeken en van de achttiende eeuw, onze lievelingseeuw. De tijd van de Verlichting, literatuur, wetenschap”, zegt Sonja. „Ik heb ontzettend veel van hem geleerd en zoveel mensen via hem ontmoet. Het is ongelooflijk wat hij allemaal heeft gedaan, in eigenlijk toch nog korte tijd. Soms denk ik; hij heeft twee levens geleefd.” Ze hield haar appartement in Düsseldorf aan, om meer dan één praktische reden: „Er was gewoon geen plek voor mijn eigen boeken in zijn appartement.”

Toen duidelijk werd dat hij door ziekte niet lang meer te leven had, nam Carl stappen om te verzekeren dat zijn collectie toegankelijk zou blijven.Een stichting onder voorzitterschap van emeritus hoogleraar (post)koloniale en Caribische geschiedenis Gert Oostindie moet erop toezien. „Carl legde zelf nooit drempels voor anderen, dat heb ik altijd enorm gewaardeerd”, zegt Oostindie. De stichting werft fondsen – de Universiteitsbibliotheek Leiden en het Nationaal Slavernijmuseum hebben al toegezegd. Het Surinaams Nationaal Archief is erbij betrokken. Oostindie: „De collectie moet ook in Suriname beschikbaar zijn, dat was voor hem een prioriteit”.

In december kreeg Carl Haarnack in het Allard Pierson Museum de Andreaspenning uitgereikt, een onderscheiding van de stad Amsterdam voor wie op maatschappelijk gebied uitzonderlijke prestaties heeft geleverd. Haarnack, die ook voorzitter was van de Stichting Anton de Kom, kreeg de erepenning uit handen van stadsdeelbestuurder Vincent de Kom, achterkleinzoon van Anton de Kom.

In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Suriname

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next