In China reizen arbeidsmigranten ieder jaar massaal terug naar hun dorpen voor Chinees Nieuwjaar. Dit jaar vreest de overheid dat velen van deze 300 miljoen mensen na de feestdagen niet terugkeren naar de stad. Daar wordt werk vinden steeds lastiger.
is China-correspondent van de Volkskrant. Ze doet verslag vanuit Hefei.
Op het stationsplein van de Oost-Chinese miljoenenstad Hefei zit Hou Zhihai op een witte verfemmer in de winterzon. Straks neemt de 62-jarige metselaar de trein terug naar zijn thuisdorp in de provincie Henan, 300 kilometer verderop, waar hij voor het eerst in een jaar zijn vrouw en twee zoons weer zal zien. Hij kijkt ernaar uit, maar is niet in een feeststemming.
Hou neemt al zijn bezittingen uit Hefei mee naar huis. Zijn gereedschap zit in de emmer, zijn kleding in een rolkoffer. Hij weet namelijk nu al dat hij na het Chinees Nieuwjaar – dit jaar 17 februari – niet zal terugkeren naar deze stad met negen miljoen inwoners: ‘Er is hier geen werk meer.’
Hou is een van de vele arbeidsmigranten die steeds moeilijker werk vinden in de stad. In november waarschuwde het Chinese ministerie van Landbouw en Plattelandszaken dat deze binnenlandse migranten na het Chinees Nieuwjaar ‘op grote schaal’ in hun thuisdorp dreigen te ‘stranden’ bij gebrek aan vooruitzichten, en zo opnieuw in armoede kunnen belanden. Volgens Chinese onderzoekers gebeurt dit nu al. In een district in de provincie Hunan bleef vorig jaar ruim een vijfde van de 183 duizend teruggekeerde arbeidsmigranten na het Nieuwjaar werkloos op het platteland.
‘Deze mensen vormen al decennia de motor van de Chinese economie’, zegt antropoloog Willy Sier, die aan de Universiteit Utrecht onderzoek doet naar Chinese arbeidsmigranten. ‘Als die stilvalt, kan dat enorm ontwrichtend zijn.’
Arbeidsmigranten van het platteland, in het Chinees letterlijk ‘boerenarbeiders’ genoemd, leveren al jarenlang goedkope arbeid in steden. Daar hebben ze doorgaans beperkte toegang tot zorg, pensioen en onderwijs. In veel Chinese steden vormen ze ongeveer een derde van de bevolking. Meestal zijn ze de kostwinner voor hun familie op het platteland. ‘Eén arbeider brengt vaak het geld binnen voor drie tot vijf anderen’, zegt Sier.
Dat de Chinese overheid vorig jaar waarschuwde voor een mogelijke terugval in armoede onder arbeidsmigranten leidde in China tot commotie. In 2021 sprak de Chinese leider Xi Jinping nog van een ‘complete overwinning’ in de strijd tegen extreme armoede op het platteland. ‘Voor veel Chinezen zou dit een ommekeer zijn van een trend, van een belofte,’ zegt socioloog Zhan Shaohua van de Nanyang Technological University in Singapore, die onderzoek doet naar de binnenlandse migratie.
De arbeidsmigranten zelf zijn niet geschokt door de overheidswaarschuwing. Hier op het stationsplein van Hefei stellen ze allemaal dat het werk al jaren afneemt. De metselaar Hou zegt dat vooral de laatste twee jaar de situatie verergerd is: ‘Er komt geen bouwplaats meer bij.’ Sinds 2021 kampt China met een diepe vastgoedcrisis, waardoor nauwelijks nog nieuwe bouwprojecten starten.
Een 52-jarige man die liever niet zijn naam noemt – ‘straks gaan we allemaal toch weer onze eigen weg’ – zegt dat er ook veel fabrieksbanen verdwijnen als gevolg van de automatisering. ‘Bedrijven zijn allemaal bezig met het verhogen van efficiëntie. Ze installeren steeds meer robots.’ Hij leunt op een grote graanzak gevuld met zijn kleding. Gelaten: ‘Het land moet zich ontwikkelen. Het kan niet anders.’
Het is vandaag anderhalve week voor het Jaar van het Paard begint. Voorheen zouden de arbeidsmigranten die nu al naar huis reizen daarmee vroege vogels zijn. ‘Vroeger had je zes dagen vrij, meer niet,’ zegt antropoloog Sier. Dat leidde tot een gigantische reispiek met volgepropte treinen: ‘Sommige mensen stapten met pampers aan in de trein, omdat je eenmaal binnen geen stap meer kon verzetten.’
Maar nu, zeggen taxichauffeurs in Hefei, zijn de meeste arbeidsmigranten allang vertrokken. De meesten reisden al een maand voor het Nieuwjaar naar huis, zodra het werk opdroogde. De taxichauffeurs voorspellen dat alleen de witteboordenwerkers, die gebonden zijn aan officiële vakantiedagen van de baas, nu nog vlak voor het Nieuwjaar zullen reizen.
Even verderop zit een groepje van zes mannen op bankjes bijeen, omringd door koffers en tassen. Voor hen is Hefei slechts een tussenstop. Ze werkten afgelopen jaar in een fabriek in de buurt van Shanghai, en reizen nu gezamenlijk terug naar hun thuisdorp in Henan: ‘Nog vijf, zes uur met de trein,’ zegt een van hen, gekleed in een zwarte jas die grijs ziet van het stof.
Ze vertrekken nu al omdat er in de fabriek geen werk meer voor hen was. ‘Het draait allemaal om de kosten van levensonderhoud’, zegt de man. ‘Thuis heb je bijna geen uitgaven, je eet en slaapt alleen.’
Waar ze na het Nieuwjaar gaan werken weten ze nog niet. Maar blijven plakken in het thuisdorp? Daar denkt niemand nog aan. De feestdagen zijn voor hen een moment om te hergroeperen, en via via na te gaan waar de baankansen het hoogst zijn. Contacten zijn daarbij cruciaal, zegt de man. ‘Daarom gaan we ook in groepen op pad, zodat we op elkaar kunnen letten. Samen sta je sterker.’
Ook de metselaar Hou zegt dat hij er na Nieuwjaar weer op uittrekt. Thuisblijven is geen optie, en zelfs ander werk zoeken dan in de bouw ziet hij niet zitten. ‘Op mijn leeftijd? Dit is het enige wat ik ken. Nu overstappen zou ontzettend moeilijk zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant