Home

‘Het beste voor je kind’ betekent betalen: nog nooit was het moederlichaam zo gecommercialiseerd

Moederschap – en borstvoeding geven – zou betaald arbeid moeten zijn. Want iedereen verdient aan je kind, behalve jij, stelt econoom Sophie van Gool. Historicus Lotte Houwink ten Cate vraagt zich af: wie mag munt slaan uit het moederlichaam?

is historicus, gepromoveerd op de tweede feministische golf.

Tot nu toe heb ik, in totaal, anderhalf jaar borstvoeding gegeven. Bij mijn zoon stopte ik na een jaar; mijn dochter van een half jaar oud krijgt het nog.

Econoom Sophie van Gool legt in haar nieuwe boek Je kind is een goudmijn uit dat borstvoeding geven evenveel tijd vergt als een fulltimebaan: ‘Zou je voor deze arbeid het gemiddelde uurloon krijgen – of het uitbesteden, en in die tijd ander werk doen – dan bedraagt de waarde van een jaar borstvoeden 45.252 euro.’

Goedemorgen.

In de Argos-podcast Het witte goud stelt onderzoeksjournalist Hansje van de Beek: ‘De fles staat voor vrijheid, gelijkheid, de moderne feminist.’ In de jaren zeventig kantelde het imago van flesvoeding tegenover borstvoeding namelijk ten positieve: het zou moeders in staat stellen baas in eigen lijf te blijven en voedingen gelijkwaardig te verdelen met een eventuele partner.

Daartegenover symboliseert borstvoeding iets heel anders: een toegewijde Maria met de blik verliefd op haar kind gericht. In Het witte goud schetst Van de Beek het fascinerende historische verloop van de waardering van ‘het natuurlijke’. Ook al had borstvoeding grote fans – Rousseau, Napoleon, Jacob Cats – eeuwenlang was het geven van borstvoeding helemaal niet zo gangbaar. Het werd geassocieerd met dierlijkheid en armoede.

Rijke vrouwen besteedden het uit. Tot halverwege de 19de eeuw kregen Nederlandse baby’s koemelk aangelengd met vervuild drinkwater.

Inmiddels leven we in de moderne tijd, en nu betekent ‘het beste voor je kind’: betalen.

Flesvoeding is nog altijd big business voor de boerenlobby: de nettowinstmarge op kunstvoeding ligt vele malen hoger dan op koemelk. In de jaren negentig intervenieerde het ministerie van Landbouw in een bewustwordingscampagne over het belang van borstvoeding. Van Gool citeert emeritus hoogleraar Anne Marie Oudesluys-Murphy: ‘Als alle baby’s wereldwijd borstvoeding zouden krijgen, zou de stikstofcrisis zo zijn opgelost.’

Intimiteit, rust en sensualiteit

Eerst voel ik de zwaarte, de warmte, en dan de speldenprikjes. Mijn borsten lopen vol. Ik bekijk een filmpje van mijn kwetterende meisje dat zo graag wil praten. Haar broer noemt haar ‘zijn poedersuiker en stroop’. Als ik het filmpje vier keer bekijk, heb ik genoeg melk gekolfd.

‘Borstvoeding is een kunst’, zei mijn kraamverzorgende. Wie het niet doet, wordt veroordeeld. Wie het lang doet, wordt dat ook. De grote afwezige, in beide kampen van het borstvoedingdebat, is de moeder zelf.

Ik geef geen borstvoeding omdat het de beste keuze zou zijn, maar omdat mijn kind moet worden gevoed en ik dit de fijnste manier vind. Voor wie ervan houdt is het een overdonderende, onmeetbare ervaring van intimiteit, rust, en sensualiteit.

Geen zin is een prima reden om het niet te doen, maar het kan ook een worsteling blijken. Dat wordt gebagatelliseerd omdat het haaks staat op de aanname dat moederlijke zorg als vanzelf komt aanwaaien.

Ook fout: de moeder die er juist zelf van geniet. Ze moet het immers doen voor hechting en verbinding ten dienste van het kind, niet voor haar eigen plezier, de fysieke sensatie die niet volledig van erotiek te scheiden is.

Borstvoeding heeft gezondheidsvoordelen voor moeder en kind, al worden die vaak overdreven. ‘En terwijl de minimale positieve effecten voor de baby enorm worden uitvergroot, wordt er in al die folders met geen woord gerept over de moeite en energie die het moeders kost om te borstvoeden’, schrijft Van Gool.

Het ontkennen van moederschap als essentieel werk voor de maatschappij, is wat overheden in staat stelt om vrouwen zonder adequate steun te laten zorgen. Dat stelt Elinor Cleghorn, een Britse academicus, in haar in maart te verschijnen geschiedenis van het moederschap A Woman’s Work. Als moederschap een ‘aangeboren neiging’ is, iets wat vrouwen ‘van nature’ kunnen en willen, kunnen we ze aan hun lot overlaten. De nadruk op natuur ontkent bovendien de creativiteit en intelligentie die ook worden aangesproken in het zorgen voor kinderen.

‘Als jij nu niet stopt met werken’, roept mijn zoon, ‘dan bel ik de politie en laat ik je arresteren.’ Onder zijn hoogslaper is een zeeslag van piraten gaande, er gaat ‘gepieuwd’ worden, en ik moet komen kijken.

Drie keer zeg ik dat ik er aan kom. Ik ga kijken.

Van Gool spreekt van de moedereconomie, waarin iedereen van kinderen profiteert behalve de moeder zelf. Ze concludeert: ‘Wat we wel zeker weten is dat de financiële belangen in de moedereconomie ervoor zorgen dat het belang van het kind, en ook dat van de ouder, niet altijd voorop staat. Er is namelijk altijd een nóg groter belang: dat van de ondernemer en de aandeelhouder.’

‘Een bizar bedrag’

Laat ik het anders stellen: het moederlichaam is nog nooit zo gecommercialiseerd geweest. Van het doneren en invriezen van eicellen en naamloze ‘surrogaten’ die baren voor de rijken tot moedermelk op de zwarte markt: de grens tussen empowerment en uitbuiting is flinterdun.

Terwijl het geboortecijfer keldert, gaan technologische ontwikkelingen steeds sneller en zijn er nog nauwelijks bevredigende antwoorden op de cruciale vraag: wie mag munt slaan uit het moederlichaam? De vrouw zelf, de industrie, of niemand?

Rob Jetten, die samen met zijn verloofde een kind wil krijgen, noemde de 150 duizend dollar die het algauw kost om in de Verenigde Staten een draagmoeder te vinden ‘een bizar bedrag’. Volgens hem moet het toegankelijker kunnen.

Van Gool begrijpt de wens, maar vraagt zich terecht af of het een werkelijk ‘bizar’ salaris is. Misschien wel als we een zwangerschap beschouwen als iets ‘natuurlijks’, wat de vrouw er wel even bij doet. Uit aardigheid, of voor een zakcentje.

Het is minder bizar als we zwangerschap erkennen als negen maanden zeer ingrijpend, meer dan fulltime lichamelijk werk, met een (altijd risicovolle) bevalling als grand finale.

Ik deel Van Gools kritiek op de commercialisering van de uitdijende vruchtbaarheidsindustrie. Van belachelijk goedkoop – in Oekraïne krijgen draagmoeders een vergoeding van maar 25 duizend dollar – tot belachelijk absurd: de Chinese miljardair Xu Bo heeft naar verluidt al ‘ruim honderd’ kinderen verwekt bij draagmoeders in een poging zo veel mogelijk ‘zonen van hoge kwaliteit’ te krijgen. (Hij hoopt dat zijn nazaten zullen trouwen met die van Elon Musk.)

Hoe dan ook: gedurende de hele zwangerschap krijgen de wensouders middels contracten vrijwel volledige controle over het leven en lichaam van de draagmoeder. Bovendien, zo beargumenteert hoogleraar medische ethiek Britta van Beers in Je kind is een goudmijn: we wijken ook niet uit naar het buitenland om organen te kopen van mensen die armer zijn dan wij.

In de jaren zeventig bundelden feministen over de hele wereld hun strijd in één eis: loon voor zorgarbeid. ‘We willen loon voor elke vieze wc, elke ongewenste aanraking, elke pijnlijke bevalling, elk kopje koffie en elke glimlach.’ Zorgarbeid behelst zwangerschap en het opvoeden van kinderen, het draaiende houden van het huishouden, maar ook de emotionele ondersteuning die nodig is voor mensen om te kunnen blijven functioneren.

(De grote waarde van onbetaald werk voor de Nederlandse economie is door Lynn Berger uiteengezet in haar boeken Zorg en Ik werk al (ik krijg er alleen niet voor betaald).)

Het kapitalisme steunt op de onzichtbare en onbetaalde arbeid van moeders, en de feministische hoop was dat het toekennen van een prijs aan dat werk zowel het kapitalisme als de patriarchale sociale orde waarop het steunt, blootlegt en bedreigt.

De eis is letterlijk, maar, zo stelt historicus Emily Callaci, ook een zeer effectieve vorm van ‘politiek theater’. Het zichtbaar maken van onbetaald werk zorgde voor nieuwe termen die niet meer weg te denken zijn, zoals ‘de tweede shift’, ‘emotional labour’, en ‘de mental load’.

Kinderen als menselijk kapitaal

Vroeger werkten kinderen voor hun ouders, vandaag de dag werken ouders voor hun kinderen. Van Gool heeft gelijk dat moeders de hoofdprijs betalen.

Maar dat komt niet alleen door genderongelijkheid. Onze samenleving is door en door gekapitaliseerd. ‘Goed genoeg’ bestaat niet meer. Volgens de Amerikaanse socioloog Nina Bandelj zorgt dit ervoor dat ouders meer dan ooit tevoren investeren in de emotionele kant van het ouderschap.

Bandelj betoogt in haar nieuwe boek Overinvested dat dit het gevolg is van de gelijktijdige economisering en emotionalisering van de samenleving, die kinderen veranderen in investeringsprojecten en het opvoeden van kinderen in stressvol werk. Al in de baarmoeder, en soms zelfs voor de conceptie, beginnen we met het ‘optimaliseren’ van kinderen. Ze zijn menselijk kapitaal.

In plaats van kinderen te beschouwen als waardevol voor ons allemaal – in iedere draagzak en kinderwagen ligt onze gezamenlijke toekomst verscholen –zien we opvoeding nu als het ultieme project van de ouders.

Ik had haar uitvoeriger willen bedanken, de oudere vrouw die een paar maanden geleden niet wegkeek terwijl ik met rode wangen in de tram zat, een krijsend kindje op schoot.

‘Dit is nu even de enige manier waarop een baby kan communiceren’, zei ze terwijl ze naast me kwam zitten. ‘Dus wij luisteren.’

Dat het krijgen van een kind in deze crisistijd weleens als egoïstisch wordt bestempeld, verbaast me. Los van de tijd en het geld die nodig zijn om een kind op te voeden, is het ook op een veel fundamenteler niveau een uiterst kwetsbare onderneming. Ouders leggen hun geluk in het lijf en leven van een kind, dat ze – in het allerbeste geval – langzaam van zich af beminnen.

Bij beide kinderen raakte ik meer gehecht aan het ritueel van borstvoeding dan zij zelf. Mijn zoon bleek een papfanaat, mijn dochter is nu al een dolenthousiast etertje. Broccoli, bloemkool, pompoen: als haar bordje leeg is, wordt ze boos.

Nog een poosje krijgt ze iedere dag twee zakjes melk mee naar de crèche. Op elk zakje schrijf ik haar naam. Op de i geen puntje, maar een hartje.

Sophie van Gool: Je kind is een goudmijn Waarom iedereen verdient aan je kind behalve jij. Meulenhoff; 256 pagina’s; € 22,99.

Nina Bandelj: Overinvested The Emotional Economy of Modern Parenting. Princeton University Press; 400 pagina’s; € 30,99.

Elinor Cleghorn: A Woman’s Work Reclaiming the Radical History of Mothering. Weidenfeld & Nicolson; 416 pagina’s; € 27,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next