Xandra Velzeboer en Jens van ’t Wout schreven donderdag shorttrackgeschiedenis in Milaan: twee Nederlandse gouden medailles op één dag. Van ’t Wout is zelfs de eerste Nederlandse man die goud wint in het shorttrack.
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.
Het was de avond van memorabele shorttrackbeelden, donderdag in Milaan. Van Jens van ’t Wout, alleen huilend in het midden op het ijs, met een Nederlandse vlag om zijn schouders. Van zijn broer Melle, die hem trots op een kussen aan de zijkant stond te filmen. Het was de avond waarop Xandra Velzeboer kort daarvoor haar armen euforisch spreidde. Nooit beleefde het Nederlandse shorttrack in zo’n korte tijd zoveel succes: twee keer olympisch goud.
Eerst was daar Velzeboer, topfavoriete op de 500 meter, drievoudig wereldkampioen op die afstand, die vol overmacht de kortste shorttrackafstand won. Na dikke tranen en mineur twee dagen eerder, toen zij viel tijdens de gemengde aflossing en ze zich vervolgens schuldig voelde naar de rest van haar team; een grote medaillekans was verspeeld. Nu kon ze juichen. Haar eerste individuele olympische medaille ooit is meteen een gouden exemplaar. ‘Dit is waarvoor ik ben gekomen’, zei ze later in de catacomben van het stadion, glimmend van geluk.
Het was ook de avond waarop Melle zijn broer omhoog tilde tegen een omheining in het stadion, zodat Jens een paar meter hoger de handen van hun ouders op de tribune vast kon pakken in een halve omhelzing. Nog nooit eerder werd een Nederlandse man olympisch shorttrackkampioen. Maar op de 1.000 meter versloeg Van ’t Wout onder meer de Canadese topfavoriet William Dandjinou. En schreef zo shorttrackgeschiedenis in Milaan.
Donderdag was de avond waarop bondscoach Niels Kerstholt zijn vuisten de lucht in sloeg. Van opluchting, van blijdschap, van bevrijding; de coach van de Nederlandse ploeg had het zwaar de afgelopen maanden. Er was veel te doen om de tijdelijke terugkeer van Suzanne Schulting. De resultaten van de ploeg waren in het voorseizoen niet even stabiel en succesvol. We moeten geduld hebben, zei hij dan. Maar ook de uitspraak die zo vaak verteld wordt in deze wereld: ‘Dit is shorttrack.’ Oftewel: deze wereld is onvoorspelbaar.
Maar nu staat hij in Milaan na een ‘fenomenale’ shorttrackavond, zo zal Teun Boer zeggen. Na een ontknoping die zo’n tien minuten spektakel opleverde. Het shorttracktoernooi in Milaan is net begonnen en beter kan het resultaat bijna niet. Met twee keer goud doet het shorttrack het op dit moment beter dan het voor Nederland altijd zo succesvolle langebaanschaatsen; Jutta Leerdam tekende vooralsnog voor het enige olympische langebaangoud in Milaan.
Ze zijn leeftijdsgenoten, Velzeboer en Van ’t Wout. Beiden 24. De kopvrouw en kopman van de nationale ploeg. De avond begon al veelbelovend voor Velzeboer, die in de halve finale met 41,399 al naar een nieuw olympisch en wereldrecord schaatste. In een race waarin ze ondertussen haar kort daarvoor gevallen zus Michelle passeerde − zij moest het doen met een plek in de B-finale op de 500 meter.
Dat wereldrecord maakte de dag nog mooier. Ze spiegelde zich aan Dajing Wu, de Chinees die in 2018 olympisch kampioen werd op de 500 meter en in hetzelfde toernooi het wereldrecord aanscherpte. ‘Ik weet nog dat hij dat deed en heb wel eens gedacht: als je dat doet, dan is dat wel heel sick. En nu is het gelukt.’
Het oude mondiale record van 41,416 stond ook op de naam van Xandra Velzeboer. Dat schaatste ze in 2022 op de snelle hooglandbaan van Salt Lake City. In de afgelopen jaren werd Velzeboer al drie keer wereldkampioen op de kortste shorttrackafstand.
Van ’t Wout domineerde zijn olympische finale niet zoals Velzeboer, maar de 1.000 meter is dan ook een andere afstand. Daar gaat het niet per se om topsnelheid vanaf de eerste pas, maar is vaak meer ruimte voor inhaalacties en wisselingen van koppositie. ‘Ik wist dat ik zo lang mogelijk moest wachten’, zal hij later zeggen over zijn tactiek. ‘Alles of niks.’ De enige manier om Dandjinou te verslaan. Het vroeg een speciaal plan.
‘Hij is niet zonder reden de nummer één van de wereld’, zegt Van ‘t Wout na afloop. ‘Maar ik zag een soort paniek bij hem. Hij had een misser. Ik wist: nu ga ik hem inhalen, of ik ga laatste worden.’ En zo sloeg Van ’t Wout toe in het laatste deel van zijn race. Met bravoure en behendigheid. Om uiteindelijk ook als eerste zijn ijzer over de finishlijn te drukken.
Volgens Velzeboer kwam het allemaal samen in de twee finales. De hechtheid van de Nederlandse ploeg, die zich na de teleurstelling van de gemengde aflossingswedstrijd had herpakt en het geloof in eigen kunnen. ‘We hebben zo’n sterk team. En Jens die dan ook nog wint. Bizar. Dat is de beste comeback.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant