Home

Binnen een paar uur tijd verdween een zeer groot schrijver, terwijl een ander zeer groot schrijver juist verscheen

Boeken zijn belangrijk. De voornaamste reden dat het atheïsme nooit echt lekker van de grond kwam, zo las ik ooit, is omdat het in tegenstelling tot het christendom en de islam geen boek heeft. Daarom zou ieder weldenkend mens de wereld van de letteren scherp in de gaten moeten houden.

En in die boekenwereld gebeurde woensdag iets historisch. Binnen een paar uur tijd verdween daaruit namelijk een zeer groot schrijver, terwijl een ander zeer groot schrijver er juist in verscheen.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De schrijver die verdween was uiteraard Cees Nooteboom, vermoedelijk de auteur met de beste vertaler uit de literaire geschiedenis. In Nederland voelde Nooteboom zich altijd zwaar miskend, maar in Duitsland, waar ze zijn vertalingen verslonden, werd hij juist op handen gedragen en riep een invloedrijke literatuurcriticus ooit verbaasd op tv: ‘Dat de Hollanders zo’n auteur hebben!’

‘Welke dichtregel van Cees Nooteboom zal onsterfelijk zijn?’, vroeg Onno Blom zich af in het mooie postuum dat donderdag in deze krant verscheen. Nooteboom had zich ooit hardop afgevraagd wat er overblijft na de dood van een schrijver. ‘Van de een een heel oeuvre, van de ander een verhaal. Met één regel poëzie zou ik al tevreden zijn.’

Blom koos daarop een dichtregel van Nooteboom uit zijn Getijde III; een regel die diens rusteloze, immer zwervende en lichtelijk gefrustreerde inborst perfect typeerde, en die bovendien prachtig is:

Ik had wel duizend levens/
en nam er maar één!

De succesvolle schrijver die afgelopen woensdag juist verscheen in de literaire wereld was Peter de Smet (71), een doodnormale man die achter het succesvolle schrijverspseudoniem Hendrik Groen blijkt te zitten. De Smet, die dus al honderdduizenden boeken verkocht en in zowel 2016 als 2018 de NS Publieksprijs won, is gevraagd het boekenweekgeschenk te schrijven. Daarom besloot hij nu eindelijk (ook al wisten oplettende Volkskrant-lezers dankzij verslaggever Haro Kraak al jaren wie hij was) uit de anonimiteit te treden.

Hij deed dat vermoedelijk omdat hij graag erkenning wil voor zijn werk, maar de ervaring van Nooteboom leert helaas dat die keuze onverstandig is. Erkenning heeft namelijk de nare eigenschap vrijwel nooit bij de juiste persoon terecht te komen, zeker niet in de letteren. Ze gaat liever naar mensen die reuring veroorzaken.

Zo interviewde ik zelf jaren geleden een ander enigma uit de hedendaagse literatuur: Elena Ferrante, schrijver van vier ultra-bestsellers over Napels. Althans, ik interviewde de persoon van wie iedereen, van taalwetenschappers tot onderzoeksjournalisten, beweerde dat hij Elena Ferrante was.

Iedereen behalve deze Domenico Starnone zelf, een weinig mysterieus ogende schrijver die onder zijn eigen naam nooit echt doorbrak, dondersgoed wist waaraan dat lag, en mij voorafgaand aan het interview dan ook tweemaal mailde dat hij niet Elena Ferrante is. Tijdens het interview sloeg hij bovendien een keer hard met zijn vuist op tafel en riep: ‘Ik ben niet Elena Ferrante! Schrijf je dat op? Ik. Ben. NIET. Elena. Ferrante.’

Hij was het wel, maar haatte het dat zijn pseudoniem en zijn echte identiteit zo door elkaar begonnen te lopen. Hij zei: ‘Wanneer ik sterf, zullen ze zes regels schrijven. In de eerste drie zal staan: hij was ooit leraar. In de laatste drie: lange tijd werd gedacht dat hij Elena Ferrante was. Alles wat in de tussentijd gebeurde, mijn romans, mijn scripts, stukjes leven, alles zal worden weggegooid.’

Ik begreep hem wel, die Starnone. Ook hij had misschien wel duizend levens. Alleen nam hij er twee.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next