Winterspelen Xandra Velzeboer en Jens Van ’t Wout wonnen allebei gouden medailles bij het shorttrack donderdag. „Toen schoot het door mijn hoofd: holy shit, je kan winnen.”
Velzeboer viert haar gouden medaille.
Midden in de ijsarena waarin concertzaal Forum Milano is omgetoverd, kwam Jens van ’t Wout aanglijden, een Nederlandse vlag om zijn nek gedrapeerd. Boven de vijf olympische ringen die in het ijs geschilderd zijn, keek hij even om zich heen en maakte toen, terwijl het geluidsniveau in het stadion nog een paar decibel steeg, in alle windrichtingen een royale buiging.
Alsjeblieft en dankjewel. De Nederlandse shorttrackers gaven donderdag een show weg waarvoor in de oranje sportgeschiedenis direct een plekje is vrijgemaakt. Na de deceptie van twee dagen geleden, toen Nederland zijn favorietenrol op de gemengde aflossing niet waarmaakte, zorgden uitgerekend de twee schaatsers die toen een fout maakten voor twee unieke prestaties.
De eerste Nederlandse vrouw die op de 500 meter olympisch goud wint. De eerste Nederlandse man – überhaupt ooit – die een olympische titel wint bij het shorttrack. Zo zullen Xandra Velzeboer en Jens van ’t Wout voortaan door het leven gaan.
„Dit is echt niet normaal, echt een droom die uitkomt”, zei Velzeboer na afloop. „Dit was het doel, en ik heb ervan genoten.” Van ’t Wout was zo mogelijk nog verbaasder met wat hij zojuist had gepresteerd. „Ik riep alleen maar: ‘what the fuck, what the fuck’, want ik geloofde niet wat ik had gedaan.”
Bondscoach Niels Kerstholt wist dat zijn schaatsers goed waren, zei hij nadat zijn twee kersverse kampioenen waren doorgelopen. „En vandaag zag je dat ze schaatsten om te winnen. We waren op jacht.”
De knock-outwedstrijden wisselden elkaar donderdag snel af op het ijs in Milaan. Het waren de vrouwen die telkens eerst mochten; kwartfinales, halve finales, finale. Voor Velzeboer was het een dag waar ze lang naar uit had gekeken.
Ze werd de afgelopen vier jaar drie keer wereldkampioen op de 500 meter, won met de Nederlandse vrouwenploeg in 2022 in Beijing olympisch goud op de aflossing, alleen een individuele olympische titel ontbrak nog op haar erelijst. Voor Velzeboer was alles behalve goud een grote teleurstelling geweest.
De druk op haar schouders was alleen maar toegenomen na afgelopen dinsdag. Toen ging het mis in de halve finale van de gemengde aflossing. Na een aaneenschakeling van foutjes van de Nederlandse ploeg was het uiteindelijk Velzeboer die met haar punt in het ijs prikte en onderuit ging. Een medaille was spoorslags uit zicht.
Velzeboer barstte daarna op de ijsbaan in tranen uit. „We hadden met zijn zessen op het podium kunnen staan, dit was het moment, en het is gewoon niet gelukt”, treurde ze. Ze wist ook wel dat vallen bij het shorttrack hoort, waarin lang niet altijd de beste wint vanwege het chaotische karakter van de sport, en ze wist ook wel dat het niet alleen maar haar schuld was – ook Van ’t Wout maakte in die halve finale een fout. Maar toch voelde het zo.
Het tekende haar ontwikkeling van de afgelopen jaren. Terwijl Suzanne Schulting, jarenlang het oranje boegbeeld, door ziekte, blessures en haar keuze voor de langebaan bij de shorttrackers uit beeld verdween, schoof Velzeboer zich met haar prestaties nadrukkelijk naar voren als opvolger.
Bondscoach Niels Kerstholt zei voorafgaand aan de Spelen dat Velzeboer langzaam is uitgegroeid tot kopvrouw. „Ze is pas voor het eerst favoriet op de Spelen, dus het is niet zo gek dat ze nog bezig is zichzelf die rol eigen te maken. Maar ze gaat voorop in de groep door het goede voorbeeld te geven. Ze werkt altijd hard, probeert het maximale eruit te halen en laat zichzelf niet snel afleiden van het doel.”
Daarmee doelde de bondscoach op de onrust die ontstond nadat Suzanne Schulting werd geselecteerd voor deze Spelen ten koste van Diede van Oorschot. Dat viel niet goed bij de vrouwelijke shorttrackers, die samen twee jaar naar Milaan hadden toegewerkt. „Xandra had zich daar enorm druk over kunnen maken, maar ze realiseerde zich dat dit nou eenmaal het besluit was. En toen ging de focus op de Spelen.”
Met de focus zat het wel goed op donderdagavond. In de kwartfinale serveerde Velzeboer als primi piatti een olympisch record uit. In de halve finale volgde als secundi piatti een wereldrecord. Haar zusje Michelle kwam in dezelfde race ten val, en zat na afloop op de stoel naast Velzeboer huilend te balen. Velzeboer liet het niet binnen. Alle aandacht op de finale.
Die was zoet als de Italiaanse dolce. Velzeboer was gewoon sneller, sterker, beter dan de rest. Niemand kan zoals zij vanaf de start drie bochten doorversnellen, en precies op die manier sloeg ze een gat. Daarna kwam niemand meer in de buurt. Velzeboer hief haar handen, sprong op de boarding, keek van ongeloof om zich heen. Opnieuw waren er trainen, maar die waren er dit keer van blijdschap.
„Ik dacht: ‘gewoon gaan, niet omkijken’”, zei Velzeboer grijnzend. „Dit is precies hoe ik het wilde. Ik weet nog dat Wu Dajing [Chinese shorttracker] in 2018 ook een wereldrecord reed toen hij olympisch goud won, dus dat zou wel echt sick zijn. En nu is het gewoon gelukt.”
Daarna was het aan Van ’t Wout, die meer moeite had om de finale van diens 1.000 meter te bereiken. De kwartfinale ging soeverein, van start tot finish aan kop, maar in de halve finale ging het maar net goed. Van ’t Wout begon op de derde plek en maakte twee inhaalacties die maar nét pasten. In de laatste rondes blies hij zichzelf op, maar het was genoeg om de eindstrijd te halen.
Van ’t Wout was als gevaarlijke outsider naar Milaan gekomen. De afgelopen jaren groeide hij uit tot een van de beste shorttrackers ter wereld, maar zijn resultaten waren wisselvallig. Als hij goed was, won hij alles, zoals in januari nog op de EK shorttrack in Tilburg. Van ’t Wout won er vier titels. Maar een wereldtitel won hij bijvoorbeeld nog nooit.
Het past wel bij zijn soms laconieke houding. Voor de Spelen zei Van ‘t Wout tegen NRC dat als zijn broer Melle niet was gaan shorttracken en hij hem had gevolgd, hij nu waarschijnlijk met een skateboard en een blikje energydrink in het park zat te chillen. „Dan had ik niks met mijn leven gedaan.”
Het was ook zijn broer Melle, die door een blessure jarenlang niet kon schaatsen, die Van ‘t Wout deed inzien dat als hij echt goed wilde worden, hij er hard voor moest werken. Van ’t Wout kweekte afgelopen zomer kilo’s spiermassa om steviger op het ijs te staan en minder vaak ziek en geblesseerd te raken. Hij voelde zich aan het begin van het seizoen beter dan ooit. Alleen de resultaten bleven lang uit.
Het leek Van ’t Wout niet te deren, zoals ook de mislukte gemengde aflossing hem ogenschijnlijk weinig deed. „Ik ben wel opgelucht eigenlijk”, zei hij de dag na die tegenslag, om daarna uit te leggen dat hij erachter was gekomen dat zijn schaatsen niet goed geslepen waren. Dat was de reden waarom hij zo slecht door de bochten was gekomen en de fout had gemaakt die uiteindelijk de val van Velzeboer inleidde.
Toen Van ’t Wout het ijs opstapte voor zijn finale, vertelde hij na afloop, was hij helemaal niet bezig met winnen. „Ik liep dat stadion binnen, zag alleen maar oranje en hoorde alleen maar geschreeuw, en ik dacht alleen maar hoeveel ik van shorttrack houd. Zo mooi vond ik het dat ik de finale mocht rijden.”
Van ’t Wout moest door zijn finale beginnen op de ongunstige vijfde plek, maar hij had in de kleedkamer met zijn teamgenoten een plan bedacht. Ervan uitgaande dat niemand hard wilde beginnen aan de race, kon Van ’t Wout eenvoudig opschuiven naar de tweede plek. Daar bleef hij lang wachten, en wachten, tot zijn moment kwam om koploper William Dandjinou in te halen.
Samen met zijn broer had Van ’t Wout deze manoeuvre al talloze keren geoefend. Eerst wat ruimte laten, snelheid maken en dan binnendoor steken zodat hij als eerste de bocht ingleed. Van ’t Wout voerde het tot in perfectie uit. „En toen schoot het door mijn hoofd: holy shit, je kan winnen.”
Het stadion ontplofte toen Van ’t Wout als eerste zijn ijzer over de lijn stak. Broer Melle en bondscoach Kerstholt sprongen op de boarding, uit de kleedkamers kwam de gehele vrouwenploeg – inclusief kersvers olympisch kampioen Velzeboer – aanrennen. Terwijl er „Holland, Holland, Holland”, werd gescandeerd, volgde er een grote groepsknuffel.
„Ik vond de ritten van Femke Kok en Jutta Leerdam al bijzonder”, zei Kerstholt. „En dan nu dit, eerst zo’n overmacht van Xandra Velzeboer, dan Jens van ’t Wout die het met zoveel tactisch vernuft uitspeelt, hoe dat allemaal gebeurt, dat vind ik wel heel bijzonder.”