Een staatscommissie heeft vastgesteld wat iedereen al wist: Tweede Kamerleden hebben invloed. Hopelijk zet het ze toch aan het denken.
Leden van staatscommissies leiden een onzeker bestaan. Aanzien genieten ze altijd wel in Den Haag, ze zijn tenslotte door de regering zelf aangesteld, maar dat wil niet zeggen dat er ook wordt geluisterd naar hun adviezen.
Soms wel natuurlijk. Aan de staatscommissie-Thorbecke heeft het land de Grondwet van 1848 te danken, de staatscommissie-Bos beslechtte in 1917 de schoolstrijd en de staatscommissie-Veerman legde in 2008 de basis voor de dijkversterkingsoperatie die nu in volle gang is.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Daar staan alle staatscommissies tegenover die na 1917 enthousiast adviseerden over democratische en staatkundige vernieuwingen, maar die merkten dat het gevoel van urgentie op het Binnenhof minder leefde. Tot wezenlijke stelselwijzigingen kwam het nooit.
De staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme, die deze week alarm sloeg over het effect van discriminerende uitingen door politici, moet vrezen dat ze eindigt bij de minder effectieve gezelschappen. Althans met dit advies.
Met de analyse van de commissie is weinig mis. Onderzoekers analyseerden op verzoek de wisselwerking tussen politici en de (sociale) media. Ze stelden vast dat stigmatiserende en discriminerende opmerkingen van Tweede Kamerleden een ‘robuuste’ invloed hebben op de mate waarin het internet wordt bedolven onder zulke uitlatingen.
In kort bestek: als een Kamerlid, in dit geval FvD’er Freek Jansen, zich in 2021 in de Tweede Kamer beklaagt over ‘de massa-invasie van gelukszoekers uit met name islamitische landen die afkomen op onze vrouwen, op onze uitkeringen, op onze zorg, op onze welvaart en op onze woningen…’, dan vinden de beelden van dat optreden razendsnel hun weg op het internet, waar ze niet alleen afkeer maar ook volop instemmende reacties uitlokken.
Politici hebben invloed, daar zal niemand van opkijken. Het naïeve deel van het advies begint daar waar de staatscommissie politici oproept ‘zich bewust te zijn van de impact van hun woorden’. Alsof het een deel van de Kamer niet om die impact te doen is. Dat is juist het probleem. In de fractiekamers van de PVV en Forum voor Democratie, waar maximale polarisatie het streven is, wordt de analyse van de commissie hooguit met gejuich begroet: ‘Kijk, het werkt!’
Zinniger is de oproep van de commissie aan techbedrijven om ‘hun verantwoordelijkheid te nemen’ en discriminatie en racisme op hun platforms tegen te gaan. Al leert de praktijk dat het zelfs voor een grote speler als de Europese Unie niet meevalt om daar een voet tussen de deur te krijgen.
Maar wie weet. Misschien zijn er Kamerleden die toch aan het denken worden gezet. Zoals de VVD’ers die zich de afgelopen jaren vaak geroepen voelden om haasje-over te spelen met de rechts-radicale concurrenten, en daarom van de Maccabi-rellen in Amsterdam meteen maar een algemeen ‘integratieprobleem’ maakten en per motie wat al te gretig opriepen tot onderzoek naar de ‘normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond’.
Als Kamerleden in fracties die claimen dat zij niet uit zijn op meer verdeeldheid elkaar voortaan nou eens aanstoten en zeggen ‘misschien maar even niet doen’, heeft deze staatscommissie haar nut toch bewezen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant