‘The pursuit of happiness just seems a bore.” Een tijdloze zin uit ‘Mother’s Little Helper’ van de Rolling Stones. Een lied over de enorme sociale druk op moeders in de jaren zestig. De huishoudens moesten smetteloos zijn, de vrouwen zwoegend, poetsend, kokend en strijkend in verder doodsaaie levens.
Mother’s little helper was een pot met pilletjes die de moeders in Amerika door de dag heen hielpen. In de jaren zestig vooral kalmeringsmiddelen, eerst Miltown en toen de ‘pammetjes’: benzodiazepines. Eerder, in de jaren veertig en vijftig, werden er juist meer pepmiddelen gebruikt. Benzedrine, oftewel amfetamine. Die hielpen niet alleen de moeders, maar ook de kinderen. Stoute hyperactieve Amerikaanse jongetjes bleven ineens stil zitten in de klas en konden met aandacht een doodsaaie les volgen.
Inmiddels heeft circa één op de zes jongens in de Verenigde Staten de diagnose ADHD en velen van hen krijgen dexamfetamine of methylphenidaat. Aandacht in een potje, een einde aan de hyperactiviteit, met onbekende gevolgen voor de creativiteit en spontaniteit van een minder geremd hoofd.
Recent zijn vooral vrouwen ADHD-medicatie als mother’s little helper aan het herontdekken. In Nederland verviervoudigde het aantal recepten in twintig jaar, maar bij vrouwen was er sprake van een verzesvoudiging.
Ik zie het ineens overal om me heen. De diagnose wordt vaak later gesteld, wat wordt beschouwd als voorbeeld van de medische ongelijkheid waardoor symptomen bij vrouwen gewoon niet eerder opgemerkt werden. Een inhaalslag dus. Gerechtigheid. Vrouwen zijn vaak opgelucht als ze horen dat het ‘al die tijd al ADHD was’. Ze voelen zich erkend, gezien, begrepen.
En die opluchting is ook ergens begrijpelijk. In een tijd waarin alles eigen verantwoordelijkheid is en alles je eigen schuld, betekent een officiële diagnose dat iemand met gezag jouw worsteling in het leven ziet. Het ligt allemaal niet alleen aan jou. Het ligt aan een spook in je hoofd dat ADHD heet.
Kennelijk is zelfacceptatie niet voldoende, het volstaat niet om te omhelzen dat je nu eenmaal bijzonder bent, met een andere werkwijze en een gebruiksaanwijzing. Je moet een medische bevestiging hebben. De geneeskunde is zo ongeveer de laatste sector met gezag in deze samenleving. Diagnose en recept zijn validatie, acceptatie.
Op individueel niveau misschien een overwinning, maar op systeemniveau een uiterst discutabele ontwikkeling. Want die diagnose komt tot stand op de wankele grond van de psychologie en psychiatrie, vakgebieden met een lange geschiedenis van controversiële diagnoses, met flinterdunne symptomatologie die zeer rekbaar en multi-interpretabel is, met een grote rol voor sociale besmettelijkheid en een pervers verdienmodel waarin makkelijke diagnoses met een makkelijk receptje de voorkeur hebben. Bij sommige private aanbieders is na een onderzoek van circa 1.500 euro een ADHD-diagnose zo goed als zeker, schreef Follow the Money onlangs.
En is het wel een inhaalslag? Of gaat het gewoon steeds slechter met de meiden? Kijk naar de genderzorg, waar ze een golf gezien hebben van geboren meisjes, vaak met autisme, die de overtuiging hebben in het verkeerde lichaam te zijn geboren. Kijk naar de enorme toename van emotionele problematiek bij tienermeisjes waar bijna de helft een paar jaar geleden zei emotionele problemen te ervaren. Kijk naar de toename van zelfbeschadiging en suïcidepogingen.
Zonder dat ik er getallen bij heb, zie ik om me heen ook vooral een diepe uitputting. De sociale druk van de roddelbladen in eerdere decennia is vervangen door de druk en aandachtsverwoestende werking van Instagram en TikTok, die bij vrouwen harder toeslaan dan bij mannen, en bij mensen met gebrekkige impulscontrole nóg harder. De teloorgang van de persoonlijke ontmoeting, gekatalyseerd door corona, die een desastreuze uitwerking heeft, met name op de socialere dieren in de kudde. En vreemd genoeg zie je te midden van zoveel prikkels ook een enorme verveling. Alles lijkt corvee. De mamadagen die schier eindeloos lijken. De dopaminereceptoren die murw zijn gebeukt. Het gaat gepaard met een sluimerend gevoel dat we gelukkiger zouden moeten zijn dan we zijn.
„Life’s just much too hard today”, zongen de Rolling Stones. Maar daar is mother’s little helper alweer. Met Ozempic prikken we de kilo’s weg die de voedselindustrie ons deed aankomen. Met antidepressiva halen we de scherpe randjes af van de existentiële leegte. Met Ritalin corrigeren we de cognitieve atrofie en ons onvermogen om ons nog ergens op te concentreren.
Laat dat dan een lichtpuntje zijn aan deze nieuwe kabinetsperiode: het beleidsvoornemen om een begin te maken aan de beperking van sociale media. Er zal nog veel meer nodig zijn.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen