Extremisme De AIVD en de MIVD hebben in de coronaperiode regelmatig mensen onderzocht en afgeluisterd die mogelijk een gevaar vormden. Zo dreigde een medewerker van Defensie met geweld als vergaande coronamaatregelen zouden worden doorgevoerd. Alles gebeurde binnen de wet, zegt de toezichthouder.
De demonstratie Nederland in Verzet op het Museumplein in Amsterdam, een demonstratie tegen kabinet Rutte-IV, in 2021.
De inlichtingendienst AIVD heeft tijdens de coronapandemie de telefoongesprekken van personen afgeluisterd die een gevaar zouden kunnen vormen voor de nationale veiligheid en democratische rechtsorde. Ook zijn de socialemedia-accounts door de dienst onderzocht van personen die extremistische uitlatingen deden tegen personen, de overheid en overheidsbeleid.
Volgens de toezichthouder van de dienst (CTIVD) is dit rechtmatig gedaan, zo blijkt uit het rapport van de CTIVD dat op donderdag is gepubliceerd. Zo zouden er in de periode van maart 2020 tot april 2022 meerdere aanwijzingen zijn geweest van personen die mogelijk een dreiging konden vormen voor de democratische rechtsorde en nationale veiligheid. Volgens de toezichthouder heeft de AIVD altijd toestemming gevraagd aan de CTIVD om onderzoek te doen naar de desbetreffende persoon.
Ook de militaire inlichtingendienst (MIVD), zo staat in het rapport, heeft tijdens de coronapandemie meerdere personen onderzocht die soortgelijke gevaren vormden. Een aantal van hen was werkzaam voor Defensie. Zo werden bij een aantal voorbeelden de uitingen, waaronder complottheorieën, gedeeld op sociale media.
Hierdoor zou er volgens de toezichthouder schade kunnen worden toegebracht aan internationale samenwerkingsverbanden en zou het politiek en maatschappelijk draagvlak voor Defensie kunnen afnemen. Ook zouden de onderzochte personen medestanders kunnen vinden binnen de krijgsmacht, „wat afbreuk kon doen aan de paraatheid van de krijgsmacht”, aldus het rapport. Op welke manier de personen in kwestie deze medestanders zouden kunnen vinden, daarover wijdt het CTIVD niet uit.
In een specifiek geval zou een persoon beschikking hebben gehad over wapens, waardoor deze ook tot geweld over zou kunnen gaan. Of dat ook daadwerkelijk gebeurd is, wordt niet vermeld. Een andere persoon die onderzocht werd, dreigde de overheid met geweld indien vergaande coronamaatregelen zouden worden doorgevoerd.
De MIVD zag daarom de noodzaak om deze personen verder te onderzoeken, onder meer om de intentie en de mate van dreiging beter in kaart te brengen. Zo werden in een aantal gevallen de inlichtingen ingezet om de uitingen, interesses en kringen van personen waarin de betrokkene zich begaf te onderzoeken. Wanneer het onderzoek meer informatie opleverde dan noodzakelijk, zou die informatie worden vernietigd. De toezichthouder schrijft niet of dit ook daadwerkelijk gebeurd is.
Het onderzoek van de toezichthouder was voorgesteld door de parlementaire enquêtecommissie Corona in de zomer van 2024 en werd gesteund door een meerderheid in de Tweede Kamer. Zo bleek uit jaarverslagen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten dat deze tijdens de coronacrisis aandacht besteedden aan critici van coronabeleid en de daarmee gerelateerde radicalisering en extremisme. De Kamer wilde graag weten hoe de AIVD en MIVD vervolgens handelden en of dit rechtmatig verliep.
Het CTIVD oordeelt dat een aantal onderzochte personen ook kritiek hadden geuit op het coronabeleid, maar dat deze kritiek gepaard ging met een breder, extremistisch anti-overheid sentiment. Dat concludeert de toezichthouder op basis van een steekproef van een aantal onderzochte personen.
In het onderzoek werd door de toezichthouder gekeken of handelingen van de inlichtingendiensten onder meer noodzakelijk en proportioneel waren. Dat blijkt voor zowel de AIVD als de MIVD te kloppen, concludeert de toezichthouder. De schending van de persoonlijke levenssfeer was volgens de dienst in verhouding met het doel van het onderzoek.
Zo zouden de door de AIVD onderzochte personen desinformatie en complottheorieën verspreiden via sociale media of andere media over het omverwerpen van de overheid. Ook zouden een aantal onderzochte personen uitingen over het gebruik van geweld gedaan hebben, die gekoppeld werden aan „prominente politici”. De AIVD heeft deze personen vervolgens gemonitord, om te zien of deze extremistische uitingen verder radicaliseerden.
Van de meeste personen betrof het onderzoek van de inlichtingendienst alleen het analyseren van berichten en video’s die door de personen in kwestie zelf online werden gezet, bijvoorbeeld op Facebook. De AIVD probeerde zo zicht te krijgen op de omvang van het bereik van deze personen. Wanneer een persoon „niet erg actief” was op sociale media, maar wel voornamelijk per telefoon communiceerde, werd de telefoon afgeluisterd.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen