Home

Gisèle Pelicot was een gewone vrouw, tot het ondenkbare haar overkwam

Memoires De Franse Gisèle Pelicot (73) werd jarenlang gedrogeerd en verkracht door haar echtgenoot, die haar bewusteloze lichaam ook uitleverde aan tientallen andere mannen. In Ode aan het leven blikt ze terug op een normaal leven dat plots uit elkaar valt.

Gisèle Pelicot tijdens een fotosessie in Parijs ter promotie van 'Ode aan het leven', het boek wordt wereldwijd uitgebracht op 17 februari.

Gisèle Pelicot: Ode aan het leven. Schaamte moet van kant wisselen. (Et la joie de vivre) Vert. Alexander van Kesteren, De Geus, 304 blz. €24,99

Vaak ging het bij de monsterrechtszaak over „de verkrachtingen van Mazan” over de 51 mannen die terechtstonden omdat ze de Franse pensionada Gisèle Pelicot (73) hadden misbruikt terwijl zij door haar man gedrogeerd was. En dan vooral over hoe ogenschijnlijk normaal zij waren: het leken doodgewone vaders, zoons, broers, vrienden. Twintigers en gepensioneerden, met uiteenlopende beroepen en verschillende achtergronden.

In het boek Ode aan het leven van Gisèle Pelicot, dat op 17 februari in het Frans en in meer dan twintig andere talen verschijnt, gaat het nauwelijks over deze mannen. Het gaat over Gisèle Pelicot, een vrouw die zelf ook opmerkelijk normaal is – of was voor het ondenkbare haar overkwam. Uit de 304 pagina’s tellende autobiografie, die Pelicot samen met journaliste en romanschrijfster Judith Perrignon schreef, komt een beeld naar voren van een mens zoals er zovelen zijn: iemand met onzekerheden, nare jeugdherinneringen, gecompliceerde familiedynamieken, geldproblemen. Maar ook een zachte vrouw die openstaat voor liefde, zich ontwikkelt op werk, die opleeft door het krijgen van kinderen, passie ontdekt tijdens een affaire, die het ouder worden omarmt en uitblinkt in de rol van mamimou (oma).

Als lezer kun je bijna niet geloven dat deze vrouw, die haar gepensioneerde leven doorbrengt tussen de oleanders en kalkstenen huizen van het provençaalse Mazan, slachtoffer is van misschien wel de ernstigste misbruikzaak van Frankrijk van deze eeuw. Dat het deze vrouw is die in een tijdspanne van tien jaar tientallen keren werd gedrogeerd door haar echtgenoot Dominique Pelicot, waarna hij haar verkrachtte en liet verkrachten door mannen die hij op obscure datingsites ontmoette. Eind 2024 kregen Dominique Pelicot – die alles heeft bekend – en vijftig andere verkrachters jarenlange celstraffen opgelegd voor hun daden. Tientallen andere daders die op door Dominique Pelicot geschoten beelden waren te zien, wist de politie niet te identificeren.

Traumaverwerking

Ook Gisèle Pelicot – formeel heet ze Gisèle Guillou sinds ze van haar man scheidde nadat uitkwam wat hij had gedaan, maar ze blijft Pelicot gebruiken omdat ze haar (klein)kinderen niet alleen wil laten met deze bezoedelde naam – kon het lang niet geloven. Omdat ze geen herinneringen heeft aan de verkrachtingen. Omdat ze het niet wilde geloven. In het boek komt steeds weer terug hoe Pelicot afstand probeert te creëren van wat er is gebeurd. Zelfs als de politie door haar man genomen foto’s toont waarop te zien is hoe haar slappe lichaam op allerlei wijzen wordt gepenetreerd zegt ze: dat ben ik niet.

Het boek geeft zo een inkijkje in hoe een mens – dit mens – omgaat met een onwaarschijnlijk trauma. Dat traumaverwerking voor iedereen verschillend is komt pijnlijk naar voren in Ode aan het leven. Want waar Gisèle Pelicot afstand creëert tussen haarzelf en de slapende vrouw die keer op keer verkracht wordt en haar verwerking doet door stilletjes te huilen en lange wandelingen te maken met haar hondje Lancôme, ontsteekt haar dochter Caroline Darian in woede. Darian verwoest de spullen van haar vader, schreeuwt in de rechtszaal tegen hem, zoekt ruzie met haar moeder, moet zelfs even in een psychiatrische inrichting worden opgenomen. Hierbij speelt mee dat ze vermoedt ook gedrogeerd en verkracht te zijn door haar vader, wat hij ontkent – hard bewijs ontbreekt. Het verschil in traumaverwerking creëert een wig tussen moeder en dochter, die elkaar nu nog maar weinig spreken. De al zo gehavende familie valt verder uit elkaar.

Pelicot schrijft ook over wat haar precies is aangedaan door al die mannen. Maar de verschrikkingen beslaan niet het belangrijkste of het grootste deel van het boek. Dat hoeft ook niet: er zijn maar enkele voorbeelden nodig om over te brengen hoe grenzeloos het sadisme van Dominique Pelicot en zijn bondgenoten was. Zoals de anekdote over hoe hij zijn bewusteloze echtgenote door een onbekende man liet verkrachten in de slaapkamer van hun kinderen. Op de terugreis naar huis verkrachtte hij haar slappe lichaam nogmaals zelf in de auto.

Of de passage waarin Gisèle Pelicot beschrijft hoe haar man de lieve echtgenoot speelde door mee te gaan met doktersbezoekjes toen zij last kreeg van geheugenverlies en gynaecologische klachten – beide het gevolg van zijn wandaden. Eenmaal hielp Dominique Pelicot zijn vrouw een losse tand te verwijderen. Later zou ze ontdekken dat die tand was losgeraakt „door het geweld van de penissen die in mijn slap hangende mond werden geduwd”.

Feminisme

Toch is Ode aan het leven niet alleen een treurig boek. Het gaat ook over een vrouw die zichzelf terugvindt na het ondenkbare. Ze beschrijft hoe ze aanvankelijk wordt overspoeld door schaamte en verwarring. Ze gaat bij zichzelf ten rade of ze niet zelf schuld draagt. Want hoe kon haar „attente en goedaardige” Doumé haar dit aandoen? Je voelt haar schaamte als ze beschrijft hoe ze ineen krimpt als ze merkt dat mensen weten wat er gebeurd is, hoe ze schrikt van de eerste artikelen over de zaak, hoe ze zich maandenlang terugtrekt op het Bretonse eiland Ile-de-Ré.

Maar naarmate de tijd verstrijkt en het onderzoek en vervolgens de rechtszaak vorderen, vallen meer puzzelstukjes op hun plek. Als ze terugdenkt aan die keren dat haar man aandrong op anale seks, het filmen van hun vrijpartijen en andere seksuele uitspattingen waarbij zij zich niet comfortabel voelde. Die keer dat ze opmerkte dat een drankje raar proefde en hij dat snel weggooide. Ze ontdekt dat hij zich ook tegenover andere vrouwen misdroeg. Ze gaat verbanden leggen met zijn jeugdtrauma’s en volwassen problemen – zonder hem te verexcuseren maar om te begrijpen waarom. Ze blijft voor hem zorgen – zo brengt ze warme kleding naar de gevangenis als de winter aanbreekt – maar ze realiseert zich steeds meer dat de man met wie ze decennia een leven deelde óók een bruut is. Een man voor wie alleen zijn eigen verknipte verlangens tellen, iemand die haar wilde bezitten en domineren. En dat zijzelf geen schuld draagt.

Ook breder wordt ze kritischer op de positie van de man in de Franse maatschappij. De lezer moet er een tijd op wachten, maar steeds meer laat de latente feminist in Gisèle Pelicot zich zien. Als ze schrijft over „die verdomde blikken” die mannen al haar hele leven over haar lichaam laten glijden. Over hoe ze „in naam van een masculiene orde […] was gereduceerd tot totale onderwerping”. Over hoe haar vrouwenlichaam werd gebruikt „als vuilnisbak voor […] fantasieën”.

Rechtszaak openbaar

Een keerpunt hierbij was haar veelbesproken besluit de rechtszaak openbaar te laten plaatsvinden – in Frankrijk kiezen slachtoffers van verkrachting of de deuren van de rechtszaal open mogen voor de pers en het publiek. Hierop groeide de media-aandacht, spraken wereldwijd bekende feministen en prominenten, uit onder meer de culturele wereld, hun steun uit en kwamen talloze mensen – vooral vrouwen – naar de rechtszaal om madame Pelicot steun te betuigen. De rechtszaal in Avignon werd steeds voller, uiteindelijk kreeg Gisèle Pelicot elke ochtend bij aankomst applaus en een erehaag.

De keuze om de rechtszaak openbaar te laten plaatsvinden had grote gevolgen: tientallen journalisten en andere aanwezigen zagen de videobeelden van de eindeloze verkrachtingen en wereldwijd werd Gisèle Pelicots naam en beeltenis bekend – haar roodbruine bob en ronde brilletje zijn zeker in Frankrijk bij feministische marsen niet meer weg te denken. De aandacht vond ze overweldigend, maar spijt krijgt ze niet omdat ze het belangrijk vindt dat de daders gezien worden en „de schaamte van kant wisselt” – haar inmiddels gevleugelde uitspraak.

En de steun van feministisch Frankrijk doet haar goed, maar helemaal gemakkelijk voelt ze zich niet bij haar nieuwe status als feministisch icoon. „Waarschijnlijk zal ik sommige activistische feministen teleurstellen, want erg radicaal ben ik niet en ik ben eerder geneigd tot een traditioneel rustig leventje” schrijft ze daarover. Wel leent ze activisten graag haar „verhaal, voorbeeld en naam om op hun banieren en spandoeken te zetten”.

Nadat de rechtszaak in december 2024 tot een einde kwam, verdween Gisèle Pelicot uit de schijnwerpers. Ze wilde rust, en ze was opnieuw verliefd geworden. In de roddelpers was te lezen hoe Gisèle Pelicot haar dagen spendeerde met wandelingen op het Île-de-Ré met haar hondje en haar nieuwe liefde Jean-Loup.

Woensdag verscheen ze voor het eerst op tv. „We zijn geneigd te denken dat een slachtoffer een ‘goed’ slachtoffer moet zijn, dat wil zeggen, depressief, suïcidaal…”, zei Gisèle Pelicot in boekenprogramma La Grande Librairie. Terwijl ze zelf naar eigen zeggen une femme debout is: een vrouw die overeind staat. Ze hoopt dat haar boek hoop kan geven aan „alle vrouwen die een zeer moeilijke periode in hun leven doormaken”. „Ik wil hen vertellen dat we allemaal de nodige innerlijke kracht bezitten, kracht waarvan we het bestaan ​​vaak niet vermoeden.”

Tijdens het lezen van het boek voelen de passages over jeugd, familiebanden en professionele ontwikkelingen ietwat langdradig en af en toe overbodig. Maar deze boodschap over het hervinden van kracht, die ook in het boek tussen de regels steeds weer terugkomt, maakt het Ode aan het leven het lezen waard.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next