Om te weten wat er speelt op de Albert Camuslaan moet je zijn op het meest kleurrijke balkon van de straat. Driehoog, versierd met bloemen, beeldjes en knuffels. „Kijk, in dat portiek” – Yvonne Mildred Keerveld wijst naar de overkant – „sliep wekenlang een bedelaar in andermans scootmobiel. En dáár” – wijzend naar de berm – „staan mannen altijd te pissen.” En waarom – begrijpt ze niks van – heeft die tweedehands witgoedzaak nog altijd geen naam op de gevel? En, gooit daar nou iemand een propje op te grond? Vanaf haar balkon: „Meneer, meneer, u laat iets vallen!”
„Iets laten vallen” klinkt beter dan „ruim je troep op”. Je moet het leuk brengen, dat heeft Keerveld (70), beter bekend als Talita, in al die jaren wel geleerd. Alleen dán luisteren mensen. En als mensen eenmaal naar je luisteren krijg je alles voor elkaar. Dan tover je zelfs de meest sjofele winkelstraat in het meest sjofele stukje Amsterdam-Zuidoost om tot Schoonste Straat van Venserpolder. Zoals haar lukte in 2017.
Meer ogen op de straat, wil de gemeente in deze buurt, om na de moord op de 17-jarige Lisa, vlakbij, de sociale controle te verbeteren. Nou, de ogen van Talita, loerend vanonder een gebreide muts met de Surinaamse vlag, staan nooit stil. Ziet ze met haar wekelijkse wandelclubje een bananenschil op straat liggen, dan weet de rest: okééé, wachten. En toen ze laatst een bril en een tas én een jas zag liggen heeft ze de politie gebeld. „Roofoverval, denk ik.”
Talita laat zich horen als mensen van buiten met een busje hun grofvuil hier komen dumpen. Ze laat zich horen als de jongeren tot ’s nachts hangen bij de exotische foodshop die na tienen gesloten hoort te zijn. Als mensen hun broodkorsten op straat gooien, want dat trekt ratten aan. Als de beautyshop, die nu opeens ook groente verkoopt, z’n lege dozen niet opruimt. Als de gemeente wél plantenbakken plaatst, maar ze niet onderhoudt.
En iedereen luistert naar haar, want Talita noemen ze ook wel de Moeder van Venserpolder. Ze woont hier sinds 1984, is actief lid van de kerk en de gemeenschap en vorig jaar ontving ze voor haar inzet een gemeentelijke onderscheiding. Veel bewoners kennen haar bovendien van de plaatselijke McDonald’s, waar ze als gastvrouw jarenlang alle verjaardagsfeestjes en zelfs bruiloften begeleidde.
Het was de tijd dat je op de Albert Camuslaan nog wel eens een straatfeest had. Met een karaokewedstrijd, een rommelmarkt, iedereen in klederdracht. En in de brievenbus trof je flyers van het buurthuis met de aankondiging voor een vergadering of een dansavond. Maar zulke flyers heeft Talita al lang niet meer ontvangen. En om de leefbaarheid te versterken heeft de gemeente wel een Wijk Actie Team opgericht, gevestigd in een kantoortje waar altijd de deur van gesloten lijkt, „maar… Actie?”
Het kost moeite, écht moeite, weet Talita, om de sociale controle hier te verbeteren. En ze vraagt zich wel eens af wie daar nou nog toe bereid is. Want kijk eens – ze wijst – naar die ondergrondse container. Daarvan stond het deurtje aan de zijkant open en daar heeft ze melding van gemaakt. Dat was vlak voordat ze voor drie maanden naar Suriname was. Maar toen ze terug kwam stond-ie nog stééds open.
„En dan denk ik: ben ik dan de enige, die…?”
Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag
Source: NRC