Metal Dertig jaar na het debuut van de Amerikaanse metalband Deftones lijkt er niets te zijn veranderd: bij een uitverkochte show in Afas Live staan nog steeds dezelfde soort tieners vooraan.
Deftones op het Roskilde Festival 2025.
Gehoord: 10/2, Afas Live (Amsterdam)
Het is alsof de tijd heeft stilgestaan. Wie niet beter weet, bevindt zich dinsdagavond ergens halverwege de jaren negentig, het onbezorgde Utopia waarin niemand bang was voor een op een hol geslagen planeet of stervende democratieën en de jeugd slechts werd geteisterd door twee existentiële problemen: verveling en vervreemding.
Niemand kon daarover zo overtuigend klagen of ongenadig huilen als Chino Moreno, zanger van de Amerikaanse altmetalband Deftones, in ‘Bored’, het eerste nummer van de eerste (onderschatte) plaat Adrenaline (1995).
Ruim dertig jaar later ziet de wereld er een stuk grimmiger uit, maar is er op de voorste rijen van de uitverkochte Afas Live ogenschijnlijk niets veranderd. Daar staan namelijk nog steeds exact hetzelfde type tieners – zoals het meisje dat ooit de iconische hoes van het tweede (doorbraak)album Around the Fur (1998) sierde – uitzinnig te moshen en alle dagelijkse (en dit keer ook mondiale) ellende therapeutisch van zich af te schreeuwen.
Rara, hoe kan dat?
Het zou kunnen komen doordat Chino Moreno (52) ook gewoon achttien is gebleven, of in ieder geval in zijn hoofd. Hij lijkt nog steeds dezelfde eenzame skater als dertig jaar geleden (vet sluikhaar, zwarte sik) met zijn ziel onder de arm en zijn broek op half zeven. Sterker nog: hij oogt zelfs fitter (want leidt de laatste jaren een alcoholvrij bestaan) en blijkt in topconditie. Sprintend en springend stuift hij over het podium. Binnen de kortste keren is zijn lichtblauwe flodderblouse donker en doorweekt gezweet.
Het zou ook kunnen komen doordat Deftones handig met de tijd meebewegen. De hoekige nu-metalgrillen met als losse flodders gerapte wanhoopskreten uit de begindagen (,,als ik geen tekst had, deed ik maar wat”, zei Moreno er ooit over) zijn gaandeweg verdreven door oprechte emo-vertwijfeling. In tegenstelling tot de meeste tijdgenoten (zoals nu-metalpioniers als Korn en Limp Bizkit) klinkt Deftones daarom juist níet gedateerd, zoals ook het vorig jaar verschenen tiende album Private Music wederom bewees.
Het zal ongetwijfeld ook komen door de aanzuigende kracht van oneindige doomscrollfuiken waar veel van de headbangende Gen Z’ers in zijn gezwommen. Maar als ze dan toch verstrikt raken in TikTok, laat het dan zijn in het troostende Deftones-universum waar melancholieke droefenis wordt vermengd met extatische euforie.
Want het komt natuurlijk ook gewoon door de ijzersterke en afwisselende songs waarin de gitaren zowel dissonant knarsend als uitbundig loeien en Moreno zwelgt als Morrissey of krijst als Cobain. Wanneer hij in ‘My Own Summer (Shove It)’ hardop wenst dat de zon nooit meer zal schijnen – eerst hijgend en stamelend, dan hysterisch schreeuwend – klinkt dat eigenlijk best aanlokkelijk. En als hij voor een oranje gloed van die stervende zon zijn gitaar omhangt en een bloedstollende versie vertolkt van ‘Change (In the House of Flies)’, krijgt de Afas Live collectief kippenvel.
Op die momenten is iedereen (weer) zeventien – ook de oudjes achterin.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC