Muziekkomiek Hans Liberg (71) en zijn dochter Britt (28), model, performer en rokkenontwerper, over kleding.
Britt „Mijn oudere zus Liv en ik speelden fotograaf en modelletje zoals andere kinderen vadertje en moedertje spelen. Sinds mijn zesde sleepten we tassen vol kleren uit de kast van onze ouders – Kenzo, Mugler, veel Yohji Yamamoto – mee naar het bos om er shoots mee te doen. Ik verkleedde me en Liv maakte altijd de foto’s. We hadden geen idee dat het waardevolle kleren waren en brachten ze onder de modder weer terug. Op een gegeven moment hebben onze ouders een slot op die kast gezet, maar de sleutel hadden we snel gevonden. Liv heeft al die foto’s in 2021 uitgebracht als boek: Sister Sister. Sindsdien hebben we veel opdrachten samen gedaan, voor Acne Studios en Zara bijvoorbeeld.
„De kleding van onze ouders heeft voor Liv en mij ons beeld van mode geschapen. Onze kijk op mode gaat over vorm en kleur, nooit over trends. Dat mijn vader en ik vandaag allebei blauw aan hebben is toeval, maar jezelf helemaal in één kleur kleden is wel iets dat ik van mijn ouders heb.
„Dit is een vintage Laura Ashley-matrozenjurk, gevonden op Vinted. Ik hou van grote vormen en Laura Ashley-jurken hebben iets komisch omdat ze zo tuttig en klassiek zijn. Bijna al mijn kleren zijn vintage of komen uit mijn moeders kast.
„Ik wilde het liefst balletdanser worden, ik heb van jongs af aan gedanst. Maar op mijn vijftiende werd er ingestampt dat mijn lichaam niet geschikt was. Daardoor verloor ik het plezier en verschoof mijn interesse naar mode. Uiteindelijk heb ik de mode-opleiding in Arnhem gedaan. Gelukkig heb ik het plezier in dansen teruggevonden. Met schijt aan een perfect lichaam doe ik nu veel performances. De liefde voor optreden heb ik volledig van mijn vader. Net als mijn manier van bewegen. Ik loop met even grote passen als hij.
„Vanaf deze maand zijn de rokken die ik maak van deadstock stoffen te koop in Japan. Ik wilde jaren geleden al afstuderen met alleen rokken, maar dat mocht niet. Rokken ontwerpen brengt vrijheid met zich mee: ze moeten beginnen in de taille, maar verder hoef je geen rekening te houden met de vormen van het lichaam. Je kunt het haast als een sculptuur benaderen.”
Hans „Ik denk dat ik Britt besmet heb met die matrozenpakjes. Ik ben gek op matrozen. De familie Liberg komt uit Zweden en was een zeevaaardersfamilie die in 1847 aangespoeld zijn op Terschelling en bleven plakken omdat Åne Liberg er verliefd werd. Dat vind ik zo’n romantisch beeld.
„Britt is een echte performer. Je moet natuurlijk op het podium kunnen staan en mensen het gevoel geven dat je er thuishoort. Britt kan dat. Ze is nooit zenuwachtig. Toen ze tien was heeft ze tijdens een show van mij in Carré schitterend mooi gedanst in haar tutu. Voor tweeduizend man! Zelf ben ik altijd zenuwachtig. Ik weet inmiddels wel dat het goedkomt. Toch denk ik om een uur of vier ’s middags altijd: kan iemand anders het niet doen?
„Op de middelbare school had ik al behoefte om op te vallen. Ik stopte de broekspijpen van mijn corduroy pakken in suède laarzen met hoge hakken van mijn moeder en droeg goudbedrukte kaftan-achtige bloezen. Toen iedereen een Puch- of Tomos-brommer had, had ik een lullige senioren-Sparta. Anders zijn moet wel vanuit een innerlijke behoefte komen. En je moet het onverstoorbaar doen. Niet van: kijk mij eens. Bij Britt zie ik die behoefte ook al van jongs af aan.
„Ik heb een kast vol Yohji Yamamoto, die ontdekte ik in de jaren tachtig. Hij maakt heel theatrale kleren. Ik had ooit een Yamamoto-jasje van tweed, een heel burgerlijke stof. Maar hij had drie verschillende soorten tweed gebruikt, waardoor de linkermouw anders was dan de rechtermouw. Het zag er totaal gestoord uit, ik móést het hebben. Dat soort kwinkslagen doet hij, maar het wordt nooit platkomisch. Ik ging er jarenlang speciaal voor naar Antwerpen.
„Ik heb geen verklaring voor mijn interesse in kleren, behalve misschien dat mijn moeder een ongelooflijke kast vol had. Zelfs toen ze op haar 94ste in het ziekenhuis lag, kleedde ze zich nog zorgvuldig aan. Ze had wel een totaal andere smaak. Het moest vooral goedkoop zijn. Dan zei ze: ik heb nú weer wat gekocht voor 13 gulden!
„Elke centimeter in ons huis is met kunst behangen. Toen Britt een jaar of elf was hadden we in de keuken een schilderij opgehangen van een jongetje dat verveeld televisie zat te kijken op de bank met een enorme erectie. De meisjes kwamen thuis en begonnen meteen te gillen. Onze zoon Bengt, de oudste, was wel wat gewend, maar zei: nú zijn jullie te ver gegaan. Toen hebben we het toch maar ergens anders opgehangen.”
Source: NRC