Rechtszaak Voormalig coffeeshophouder Johan van Laarhoven en zijn Thaise (ex)vrouw eisten van de Nederlandse staat een vergoeding van 44 miljoen euro omdat ze menen dat ze door onfatsoenlijk handelen van justitie „in mensonterende omstandigheden” in Thailand vast kwamen te zitten.
Johan van Laarhoven probeerde langs civiele weg zijn recht te halen.
De voormalig uitbater van vier Brabantse coffeeshops (The Grass Company) Johan van Laarhoven heeft geen recht op schadevergoeding omdat hij door toedoen van de Nederlandse justitie ruim tweeduizend dagen gedetineerd zat in een Thaise gevangenis.
De rechtbank in Den Haag oordeelt deze woensdag dat de Nederlandse opsporingsautoriteiten „niet onrechtmatig” hebben gehandeld in het strafrechtelijk onderzoek dat het OM in 2011 tegen hem begon wegens onder meer drugshandel en het witwassen van crimineel geld. Johan van Laarhoven en zijn Thaise (ex)vrouw eisten van de Nederlandse staat een vergoeding van 44 miljoen euro omdat ze menen dat ze door onfatsoenlijk handelen van justitie „in mensonterende omstandigheden” in Thailand vast kwamen te zitten.
Van Laarhoven werd in 2014 opgepakt in Thailand, waar hij in 2008 met zijn vrouw was gaan wonen. Dit gebeurde nadat het OM in Breda aan collega’s in Thailand had laten weten bezig te zijn met een strafrechtelijk onderzoek tegen onder meer Johan van Laarhoven en zijn broer Frans. De mannen worden verdacht van handelen in strijd met de Opiumwet, witwassen en belastingfraude. In een schrijven van 14 juli 2014 vroegen de Nederlandse opsporingsautoriteiten de Thai „to initiate a criminal case” tegen Johan van Laarhoven. Een week later werd hij met zijn echtgenote opgepakt.
Na 66 maanden detentie kwam hij vrij, nadat toenmalig minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) in 2019 naar Bangkok reisde om bij de premier van Thailand te pleiten voor zijn vrijlating. De bewindsman deed dat nadat de Nationale Ombudsman concludeerde dat de Nederlandse staat in deze zaak „onzorgvuldig” had gehandeld. De rechtbank oordeelt dat de slotsom van de Ombudsman „dat overheidsoptreden onbehoorlijk is geweest, niet zonder meer betekent dat dat optreden ook onrechtmatig is.”
De rechtbank wijst erop dat Van Laarhoven niet alleen werd onderzocht wegens „het voorhanden hebben van een te grote voorraad softdrugs”. Hij werd ook verdacht „van het grootschalig manipuleren van de opbrengsten van de softdrugs”. Deze „zouden – al dan niet contant – zijn doorgesluisd naar bankrekeningen in onder meer België, Luxemburg, Zwitserland en Thailand. Daarop zag de verdenking van witwassen en belastingfraude”.
De rechtbank ziet het risico dat het vragen om rechtshulp in sommige landen kan betekenen dat een verdachte „een mensonwaardige behandeling” krijgt. Maar „het kan moeilijk worden aanvaard dat verdachten die emigreren naar een land met een uiterst slechte mensenrechtenreputatie feitelijk naar een vrijhaven emigreren”.
In plaats van een schadevergoeding te ontvangen, moet Van Laarhoven ruim 39.000 euro proceskosten betalen, oordeelt de rechtbank. Advocaat Lisa Jie Sam Foek zegt „zeer geschokt” te zijn door de uitspraak. Ze kondigt hoger beroep aan. Haar cliënt Van Laarhoven zegt desgevraagd dat „alleen een corrupte rechtbank, die er meer belang aan hecht om de staat te dienen dan om recht te spreken, zo’n onrechtmatige uitspraak kan doen”.
Source: NRC