Home

Opinie: Coalitiepartijen schatten toekomstige kosten van AOW hoger in dan nodig is

Het aanstaande kabinet-Jetten baseert de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd op een merkwaardige aanname. Als de hoogte van de AOW-uitkering gekoppeld blijft aan de cao-lonen (en niet meer), scheelt dat miljarden euro’s die niet bezuinigd hoeven te worden.

Het plan van de aantredende regeringspartijen D66, VVD en CDA om de AOW-leeftijd sneller te verhogen heeft al veel kritiek losgemaakt. Die hogere AOW-leeftijd zou nodig zijn omdat de kosten door de vergrijzing sterk oplopen. Maar die kostenstijging is veel kleiner dan waar de coalitiepartijen van uitgaan.

Zij baseren zich op de topambtenaren van de Studiegroep Begrotingsruimte, die in hun rapport stellen dat de AOW-uitgaven zullen stijgen van 4,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2025 naar 5,7 procent in 2040. Een stijging met 1 procentpunt lijkt misschien niet zoveel, maar het gaat wel om een bedrag van zo’n 11 miljard euro.

Over de auteur

Paul de Beer is emeritus hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De topambtenaren baseren zich weer op berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB). Om die toekomstige uitgaven te berekenen moet het CPB allerlei veronderstellingen maken. Een daarvan is de hoogte van de AOW-uitkering in de toekomst. En daarbij maakt het CPB een vreemde veronderstelling. Het CPB gaat er namelijk vanuit dat de AOW-uitkeringen zullen meegroeien met de werkelijk verdiende lonen.

Half procent

Het planbureau erkent dat dit niet overeenkomt met de huidige wettelijke regeling, die inhoudt dat de AOW-uitkeringen zijn gekoppeld aan de cao-lonen. De werkelijk verdiende lonen stijgen gemiddeld zo’n half procent per jaar sneller dan de cao-lonen, onder meer door promoties en hogere lonen in bedrijven zonder cao.

Volgens het CPB ‘past’ zijn veronderstelling beter bij het ‘huidige’ beleid. Dat is vreemd, want er bestaan geen plannen om de AOW aan de feitelijke loonontwikkeling te koppelen. En het staat haaks op de praktijk van de afgelopen decennia, waarin de AOW-uitkeringen steeds verder zijn achtergebleven bij de feitelijke loonontwikkeling. Mede daardoor geven we momenteel, ondanks de sterke groei van het aantal gepensioneerden, een kleiner percentage van het bbp uit aan de AOW dan in de jaren tachtig.

4,7 miljard euro

Als de AOW-uitkering per jaar een half procent minder stijgt dan het CPB veronderstelt, zullen de uitgaven in 2040 niet 5,7 procent, maar nog geen 5,3 procent van het bbp bedragen. Dat is liefst 4,7 miljard euro minder.

Volgens het coalitieakkoord zou de snellere verhoging van de AOW-leeftijd op termijn bijna 2,8 miljard euro moeten opleveren. De nieuwe regering kan dat voornemen dus zonder enige financiële consequentie inslikken en houdt dan nog bijna 2 miljard euro over om andere leuke dingen te doen – een verhoging van de AOW-uitkering bijvoorbeeld.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next