Theater In de voorstelling ‘Liefdesbrieven’ spelen theatercoryfeeën Anne Wil Blankers (85) en Hans Croiset (90) de levenslange correspondentie tussen een man en een vrouw. „Met pensioen? Dat vraag je toch ook niet aan een schilder?”
Anne-Will Blankers en Hans Croiset in theater Cpunt in Hoofddorp, 2026.
‘Kom een beetje dichterbij zitten, want ik hoor slecht”, zegt Anne Wil Blankers. De verslaggever moet aanschuiven tot bijna knie aan knie. „Vind ik ook gezelliger.” Ook collega Hans Croiset schuift dichterbij, in de kleedkamer van het Hoofddorpse theater Cpunt, waar de twee hun voorstelling Liefdesbrieven instuderen, in de regie van Mark Rietman.
Twee theatercoryfeeën die niet van ophouden weten, en nog altijd overstromen van liefde voor het metier. Hij 90, zij 85, met elk een grootse carrière. Hij grotendeels als regisseur en artistiek leider (Het Nationale Toneel, Het Toneel Speelt), maar ook als geliefd en gelauwerd acteur (tweemaal de Louis d’Or voor beste mannelijke hoofdrol). Zij als alom geprezen en gelauwerd actrice (tweemaal de Theo d’Or voor beste vrouwelijke hoofdrol). Talloze grote rollen speelde ze, met als bekendste die van Wilhelmina in een toneelstuk, in een tv-serie en in musical Soldaat van Oranje. Nadat ze in 1964 in haar eerste rol bij de Haagse Comedie (voorloper van Het Nationale Theater) als Desdemona grote indruk had gemaakt, gaf ze al haar eerste interview aan NRC.
Liefdesbrieven voerde deze grande dame al eens op in 2012, met cabaretier Paul van Vliet als tegenspeler. De tekst van de Amerikaanse toneelschrijver A. R. Gurney (uit 1989), die internationaal veel wordt gespeeld, bevat de briefwisseling tussen de vrienden Melissa en Andy, die bijna hun hele leven omvat. Ze beginnen als tieners en houden het tot op hoge leeftijd vol. De aanwijzing van de auteur is dat twee acteurs de tekst van achter een tafel kunnen voorlezen.
De statische opstelling is een reden om deze tekst weer te doen, zegt Blankers. „Het is lastig om op onze leeftijd de tekst in je bolletje te krijgen. Daar krijg ik slapeloze nachten van.” Tegen Croiset: „En jij wordt er ook niet gelukkig van.” Wat Croiset beaamt.
Gaan ze voorlezen? Blankers: „Nee. We lezen het wel. We mogen de tekst niet kennen, dat hoeft ook niet. Maar we spelen de sfeer waarin je de brief schrijft. En we mogen aangeven wat het doet als de ander zijn brief voorleest. Dat moet geen demonstratietoneel zijn” – wat ze daarmee bedoelt doet ze voor door een overdreven gek gezicht te trekken – „maar je kan bijvoorbeeld ongeduld tonen. Het moet niet te veel zijn, niet te weinig.”
Croiset: „Melissa maakt kleine grapjes. Dan hoef ik niet meer te doen dan:‘geh’.” Hij tilt zijn hoofd er licht bij op.
Reacties hoeven niet te worden vastgelegd in afspraken, zegt hij. „De spanning die ik altijd voel als ik speel, met een tekst die je uit jezelf naar boven moet halen, wordt nu anders. Zonder die angst voor de volgende zin, die je belemmert om vrij te spelen, kun op je gevoel afgaan. Dit is een totaal nieuwe ervaring.”
Angst voor de volgende zin heeft zij niet, zegt Blankers, en ze is geen liefhebber van improviseren. „Ik hou van goede afspraken en een regisseur die weet wat hij wil. Als ik het ermee eens ben, dan ga ik in dat bootje zitten en roei ik mee. Binnen die afspraken kun je wel verschillende kanten op. Dat is ook heerlijk voor je tegenspeler, want dan blijft het materiaal fris en levendig.”
Alleen bij Shakespeares sloeg vroeger de twijfel wel eens toe. Blankers: „Dan stond ik in de coulissen en dan moest ik op en weer af en weer op, en dan dacht ik: ‘Wat ga ik nu zeggen? Waar is mijn boek?’ Dat was gek worden, opgaan en toch gewoon je tekst kunnen zeggen. Want het komt vanzelf.”
Blankers: „Een verwend meisje uit een rijke familie. Het is een springerig, gek meisje, artistiek. Die jongen, Andy, intrigeert haar. Ze gaat ook tegen hem tekeer, maar hij moet dicht bij haar blijven. Allebei nemen ze in de loop van hun leven verkeerde beslissingen, waardoor het niet gaat zoals ze willen.”
Croiset: „Die komt uit een middenklassegezin, met een dominante vader die hoge eisen stelt. Hij verzet zich daar niet tegen. Zijn opvoeding maakt hem geschikt om later senator te worden, in dat frauduleuze Amerikaanse senaatssysteem. Het stuk voelt als een Amerikaans filmscript. Het leent zich het best om naturel te spelen, zonder ironisch commentaar, want dat slaat plat.”
Blankers: „Hij is bezig die vader te pleasen en blijft daardoor emotioneel achter.” Tegen Croiset, de tekst citerend: „Dansen met jou is altijd 1-2-3. Met die ander dans ik de rumba, die zwiept me de lucht in.”
Blankers: „Ze zeggen nergens dat ze van elkaar houden, maar ze geven geheimen uit hun leven prijs en weten dat dat veilig kan bij de ander. Ook al klaagt ze dat hij eens over zijn gevoel moet praten.”
Croiset: „Hun verwantschap maakt het liefde. Als zij mensen in het zwembad gooit, zou hij dat ook graag doen, maar ja, die vader. Hij is de rust voor haar en zij is het onbezonnene voor hem.”
Blankers: „Over verkeerde keuzes, keuzes waar je spijt van hebt.”
Croiset: „Voor mij gaat het ook over idiote tegenstellingen in de Amerikaanse maatschappij. Als senator hou ik me bezig met de invloedssfeer in Zuid-Amerika. Nou, actueler kan het niet. Dat motiveert mij wel.”
Croiset: „Ik wil een reden vinden waarom ik zo idioot ben om het toneel op te lopen.” Knikkend naar Blankers: „Gelukkig ben ik nu met haar. Meestal sta je achter een deur en denk je: jezus, waar ben ik aan begonnen.”
Blankers: „Dat heb ik alleen bij premières.”
Ze zeggen het bijna tegelijk: „Dat gaat niet over. Echt niet.” Blankers: „Maar als je op bent, is het binnen vijf minuten weg. Het is als bij de rand van een zwembad staan en er niet in willen, omdat het water koud is. Maar als je erin bent, denk je: hè, lekker.”
Blankers: „Pff, nee, er zijn nog andere fijne dingen. Met mijn kinderen en kleinkinderen zijn, het dagelijks leven. Daar geniet ik van.”
Blankers: „Dat vraag je toch ook niet aan een schilder? Wie had dan die rollen moeten spelen? Iemand van veertig?” Met veel gevoel voor zelfspot: „Dus als ze een oud, lelijk, dik wijf zoeken: Hallo! Mij bellen!” Ze lacht er hartelijk bij.
Anne Will Blankers en Hans Croiset, 2026.
Blankers: „Ik ben niet zo wild als zij. Ik ben heel timide geweest altijd, bescheiden.”
Blankers: „Schreef ik dat? Tja, ik ben niet blind en alles werkt nog hoor. En als je Paul zag in zijn mooie kleren….”
Blankers: „In wensen, in fantasieën. Als ik ruzie had met mijn man dacht ik wel eens: verdomme, als hij later eerder gaat dan ik, dan neem ik gewoon een andere man.”
Blankers: „Nee hoor. Mannen die ik leuk vind of mooi of interessant, die willen een jongere vrouw. Leuke mannen van 80 nemen geen vrouw van 85. Die willen een vrouw van 70.”
Blankers wijst naar Croiset: „Daar zit er een. Maar hij is getrouwd.”
Croiset: „En ik ben geen Paul van Vliet.”
Blankers proest het uit. „Nou zeg, schei uit. Krijg ik straks nog brieven thuis.” Als ze is uitgelachen: „Als ik nog eens een leuke man tegenkom en hij heeft een prima smoking thuis hangen, dan gaan wij samen over de rode loper.”
Blankers: „Zeventig jaar.” Tegen Croiset: „Toen ik jou voor het eerst zag, was ik vijftien.”
Croiset: „Maar dat wist ik niet hoor. Ik speelde bij het Rotterdams Toneel en zij kwam kijken.”
Blankers: „Ik zag hem ook rijden in Rotterdam, in een open sportwagen. Ik dacht: dat is die acteur. Ik werd verliefd. Maar verliefd op de auto!” Blankers barst uit in een klaterende lach.
Croiset: „Een jaar of veertig later heeft ze me een briefje geschreven: dat ze zo’n autootje wilde hebben. Ben ik op zoek gegaan voor haar naar een MG TD.” Blankers: „In Friesland stond er een. Maar hij bleek heel laag toen ik erin wilde gaan zitten. En geen stuurbekrachtiging. Ik dacht: Oh jezus, als ik hem koop dan zet ik hem alleen maar in de tuin om naar te kijken. Ik had gespaard, maar hij was 40.000 gulden. Toen spatte mijn droom uiteen.”
Blankers: „Het mens dat ik speel, probeer ik binnen te krijgen in dit voertuig, mijn lijf. Wat ze vindt, denkt en voelt, probeer ik in mijn hersenen te krijgen zodat ik twee uur denk en voel zoals zij. Dus ik kruip niet in haar huid, zij kruipt in mijn huid.
„Als ik opga, probeer ik mezelf thuis te laten. Zorgen, een ziek kind, alles weg. Als ik even geen tekst heb, denk ik nooit: wat zal ik morgen eens eten? Want ik ben het niet.”
Croiset: „Ik ben opgevoed door Ton Lutz. Die zei: ‘In een ander kruipen is vies’.
Blankers: „De woordjes moet je respecteren, maar het wordt pas interessant als je weet waarom ze iets zegt. Meent ze het, bedoelt ze iets anders? Dat is allemaal subtekst.”
Croiset: „De woorden van een schrijver zijn alleen maar de bovenkant. Daar zit een wereld onder en die wil ik naar boven halen.”
Blankers: „Als ik een sterke vrouw speelt, dan zoek ik naar tekst waarin ze toch kwetsbaar blijkt. Dat noem ik de lekjes in het karakter. Mensen zijn niet uit één stuk gemaakt. Dat is leuk om uit te zoeken.”
Blankers: „Ik vind het prettig als vrouwen het heft in handen nemen. Ik houd niet van onderdanig zijn en jezelf wegcijferen. Dat soort rollen heb ik wel gespeeld hoor, want dat moest ik spelen, maar ik kan meer kwijt bij zo’n Shirley Valentine.”
Croiset: „Dat kwam ook door de combinatie met Shireen Strooker als regisseur, waarin Anne Wil kennis maakte met een manier van werken die heel open was. Iets wat zij bij de Haagse Comedie niet gewend was.”
Blankers: „Ik dacht eerst: oh God, Shireen Strooker van Het Werkteater, die wilde mensen. En ik ben voor haar die ‘mevrouw’ van de Haagse Comedie. Maar na een kwartier met haar dacht ik al…” Blankers maakt het gebaar van een innige omarming.
„Ik heb die rol in plat Rotterdams gedaan. Iedereen dacht: ‘Dat kan niet waar zijn! Die keurige mevrouw Blankers!’.”
Croiset: „Mijn opvattingen veranderen vaak, omdat de wereld voortdurend verandert. Daarbij: ik heb een groot deel van mijn leven doorgebracht als artistiek leider en ik ben nog altijd meer een toeschouwer. Ik vind het nog altijd leuker om naar toneel te kijken dan om het zelf te doen.”
Blankers: „Vroeger deed ik wel veel, ik gaf veel, en dan kon de regisseur altijd nog zeggen: doe maar minder. Maar ik vond dat het allemaal duidelijk moest zijn. Toen ik ouder werd, durfde ik minder te doen, tot aan de kern van gewoon zeggen. Ik probeer nog steeds een mens van vlees en bloed op het toneel te zetten.”
Liefdesbrieven, door More Theater. Regie Mark Rietman. Spel Anne Wil Blankers en Hans Croiset. Première 15 febr. Tournee t/m 22 april. Info: moretheater.nl
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC