Home

De Spaanse premier Pedro Sánchez kiest zijn eigen koers en oogst er lof mee

Of het nu gaat over Israël, over defensieuitgaven of over Venezuela: de Spaanse premier Pedro Sánchez valt op met afwijkende, linkse standpunten. Aan de vooravond van een nieuwe Europese top de vraag: welke positie neemt Spanje in Europa in?

is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over het Middellandse Zeegebied. Van 2016 tot 2020 was ze correspondent in Madrid.

Spain is different. Het is een leus die iedereen in Spanje kent. In de Franco-tijd gebruikte de regering deze woorden om buitenlandse toeristen naar het land te lokken. Ja, Spanje was misschien een dictatuur – maar het onderscheidde zich ook door uitgestrekte stranden, stralende zon, stierenvechters en flamencodanseressen.

Nu is Spanje op een andere manier anders. De Spaanse premier Pedro Sánchez is volgens velen de enige écht linkse leider van Europa. ‘De laatste der Mohikanen van het Europese socialisme’, in de woorden van het Franse tijdschrift Libération. En: ‘leider van het Europese verzet tegen Trump’, aldus The Economist.

Het Italiaanse tijdschrift L’Espresso riep Sánchez zelfs uit tot persoon van het jaar 2025. Sánchez is een ‘capabele leider’, schreef hoofdredacteur Emilio Carelli, ‘een baken in een Europa dat zichzelf verliest in angst en uitstel. Hij laat zien dat een andere politiek – eerlijker, moediger, Europeser – niet alleen mogelijk is, maar al een realiteit.’

Onversneden links

In eigen land kiest de sociaal-democratische PSOE, samen met coalitiepartner Sumar, voor een onversneden linkse politiek. Onder Sánchez geen bezuinigingen, maar verhoging van pensioenen en uitkeringen. Het ouderdomspensioen stijgt mee met de inflatie en is er een ‘minimaal leefinkomen’ ingevoerd. Voor werkenden is het minimumloon flink omhooggegaan, de werkweek wordt verkort van 40 tot 37,5 uur. Tot Sánchez’ tevredenheid gaan zijn sociale maatregelen niet ten koste van economische groei: die bedroeg 2,9 procent in 2025, hoger dan in haast alle andere EU-landen.

Nu het vertrouwen in de Verenigde Staten als bondgenoot en handelspartner daalt, moet de rest van het Westen op eigen benen staan. In de serie Zonder Amerika onderzoekt de Volkskrant wat dit betekent.

Sánchez gaat ook niet mee in de anti-immigratiepolitiek waarop conservatieve regeringen – maar ook sociaal-democraten als Mette Frederiksen in Denemarken en Keir Starmer in het VK – zich laten voorstaan. Vorige maand kondigde de Spaanse regering nog een generaal pardon aan, waardoor zo’n 500 duizend irreguliere migranten een verblijfsvergunning krijgen.

En dan is er nog de buitenlandse politiek, waarmee Spanje een heel eigen koers vaart in Europa. Op de groepsfoto die na de Navo-top werd gemaakt, afgelopen juni, stond Sánchez een beetje apart, op een afstandje van de andere wereldleiders. Dat werd in Spanje al snel symbolisch gevonden: Sánchez als de dwarse gast op wat een eendrachtig Navo-feestje had moeten zijn. Als enige had hij gezegd dat hij niet bereid was de defensieuitgaven te verhogen tot 3,5 procent van het bbp.

Ook de Israël-politiek van Sánchez viel op. Als een van de eersten stelde hij dat Israël genocide pleegde in Gaza, en pleitte hij voor het opschorten van het Associatieverdrag tussen Israël en de EU, waardoor Israël handelsvoordelen zou verliezen. Spanje besloot bovendien Palestina als staat te erkennen, een half jaar nadat de Gaza-oorlog was begonnen.

Een ander pad

Ja, Spanje is anders, beamen experts. ‘Sánchez leidt een van de weinige centrum-linkse regeringen in Europa’, zegt Otto Holman, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van het boek Het Spaanse mirakel, over de recente Spaanse geschiedenis. ‘Hij heeft nu eenmaal een andere set ideologische uitgangspunten. Dat moet je niet onderschatten.’

Ook Ignacio Molina, onderzoeker van denktank Elcano in Madrid, ziet dat Spanje zich onderscheidt. ‘Maar het is een loyale EU- en Navo-partner’, haast hij zich te zeggen. ‘Het helpt met de verdediging tegen Rusland, de regering heeft de defensieuitgaven behoorlijk omhooggebracht. En het is een voorstander van handelsakkoorden. Daarin lijkt het op Nederland: beide landen zijn liberaal en zetten in op een open economie.’

‘Spanje is een outlier’, vindt ook Eduard Soler, universitair hoofddocent internationale betrekkingen aan de universiteit van Barcelona. Hij ziet hoe Spanje bezig is de last van het verleden van zich af te schudden. ‘Sánchez is niet meer bang om van mening te verschillen met de andere Europese leiders. Dat is lange tijd anders geweest.’

Toen Spanje in 1986 bij de EU kwam, na een lang en moeizaam proces, wilde het land vooral constructief zijn en geen problemen veroorzaken, schetst Soler. Ook in de regeerperiodes van José Luis Zapatero (2004-2011) en Mariano Rajoy (2011-2018) wilde het niemand tot last zijn. Vanwege de economische crisis was het belangrijk om op goede voet te blijven met leiders als Angela Merkel. Pas met het aantreden van Pedro Sánchez in 2018 brak een ander tijdperk aan.

‘Het beslissende moment kwam met Gaza’, zegt Soler. ‘In Spanje is er een grote sociale beweging die zich achter de Palestijnen schaart.’ Van de Spanjaarden vindt 82 procent dat er sprake is van genocide in Gaza – óók rechtse kiezers denken er in meerderheid zo over. Voor Sánchez is het logisch om in die opvatting mee te gaan. Soler: ‘In Spanje zeggen we altijd: je wint de verkiezingen niet met buitenlands beleid, maar je kunt ze er wel door verliezen.’

Kiezersgunst

Er zijn sceptici die zeggen dat Sánchez de buitenlandse politiek gebruikt voor electoraal gewin. In eigen land wordt de sociaaldemocratische premier geplaagd corruptieschandalen in zijn directe omgeving: een oud-minister en vertrouweling moest aftreden, tegen zijn vrouw Begoña Gómez loopt een rechtszaak.

‘In de peilingen heeft Sánchez het moeilijk’, zegt Molina. ‘Zijn internationale standpunten zijn volgens mij idealisme gemengd met egoïstische berekening: hij weet dat ze goed vallen bij zijn kiezers.’

Misschien is het voor Sánchez ook bevrijdend om zich met de buitenlandse politiek bezig te houden, oppert Holman. ‘Hij ligt in Madrid voortdurend onder vuur van de conservatieve partijen PP en Vox. In Europa heeft hij aanzien; het economische succes van Spanje geeft hem legitimiteit.’

Toch is er nog een andere verklaring voor het eigenzinnige optreden van Sánchez. Zijn land is minder dan andere Europese landen afhankelijk van de Verenigde Staten, en dat is een cruciaal verschil.

Verhouding met de VS

Toen Spanje zich niet wilde vastleggen op defensieuitgaven ter hoogte van 3,5 procent van het bbp, riep Trump: ‘We zullen ze het dubbele laten betalen!’ Maar in de praktijk is dat nog niet zo gemakkelijk.

‘De VS kunnen Spanje niet straffen’, zegt Molina. ‘Want Spanje heeft een negatieve handelsbalans, met weinig export naar de VS. Andersom maken de VS gebruik van twee militaire bases in Spanje, in Rota en Morón. Die spelen geen rol in de verdediging van Europa, maar zijn nuttig voor de Amerikaanse positie in het Midden-Oosten en Afrika.’

Daar komt bij dat de relatie tussen Spanje en de VS nooit erg hecht is geweest. Molina: ‘Het is hier niet zoals in Letland of Polen, waar ze de VS zien als het land van de vrijheid. De VS steunden hier de franquistische dictatuur. En de American Dream kennen we hier niet: Spaanse emigranten gingen altijd naar Midden- of Zuid-Amerika, niet naar de VS.’

Ten slotte voelt de dreiging van Rusland in Spanje ver weg. ‘We voelen hier niet dezelfde nervositeit als in de Baltische staten’, zegt Molina.

De vraag is: leidt het onthechte optreden van Sánchez ook tot meer invloed in Europa? Of landen zijn politieke boodschappen vooral onder zijn eigen kiezers?

Het is duidelijk, zegt Soler, dat Sánchez op zoek is naar invloed in het buitenland. De internationale politiek oefent onmiskenbaar aantrekkingskracht op hem uit. ‘Sánchez is de eerste Spaanse premier die Engels spreekt. Hij heeft ook al vroeg in zijn carrière internationale werkervaring opgedaan, onder andere als assistent van een Europarlementariër.’

Zodra Sánchez premier werd, probeerde hij Spanje naar een centralere positie in de EU te manoeuvreren. Hij spande zich bijvoorbeeld in om de Spaanse politicus Nadia Calviño voorzitter te maken van de Eurogroep – dat mislukte. Soler: ‘Sánchez leerde toen dat hij zich zélf duidelijker moest manifesteren in het buitenland.’

Niettemin staat in het zojuist verschenen rapport España en el mundo (‘Spanje in de wereld’) van het Elcano-instituut dat ‘de invloed van Spanje is afgenomen’ het afgelopen jaar, en dat die ‘minder is dan wat Madrid toekomt’, vooral doordat de oostflank van Europa dominanter is geworden.

‘Neem het bezoek dat Europese leiders afgelopen zomer brachten aan Trump, om hem over te halen Oekraïne te blijven steunen’, zegt Molina. ‘Alexander Stubb, de president van Finland, was daarbij. Sánchez niet. Dat ligt niet voor de hand, want Finland is een veel kleiner land dan Spanje. Al is het ook wel te begrijpen, gezien de goede persoonlijke band tussen Stubb en Trump.’

Van de andere kant, stelt het Elcano-rapport, is Spanje zichtbaarder geworden in de rest van de wereld, bijvoorbeeld door op te komen voor de Palestijnen. In het mondiale Zuiden zou er een verbetering van het prestige zijn.

Referentiepunt in Europa

En het is best mogelijk dat in de EU de waardering voor Spanje de komende tijd zal toenemen. Ook de rest van Europa zoekt nu immers naar een manier om zich los te weken van de VS.

‘Als je stilletjes in een hoekje blijft zitten, heb je geen problemen, maar invloedrijk ben je niet’, zegt Molina. ‘Ik wil niet zeggen dat Sánchez zo fantastisch is, maar hij heeft zich niet vergist. De VS zijn geen betrouwbare bondgenoot meer. Door zich uit te spreken, is hij een referentiepunt geworden in Europa.’

Holman noemt als voorbeeld de Navo-norm. ‘Daar hebben meer landen moeite mee. Ik moet nog zien wat er gebeurt als die defensie-uitgaven ten koste gaan van gezondheidszorg, onderwijs en sociale zekerheid. In Nederland is die discussie niet uitgekristalliseerd. En hoe gaat Frankrijk dit doen, met het begrotingstekort dat er nu al is?’

Je zag het gebeuren rond Gaza, zegt Soler, toen Spanje als een van de eerste het Associatieverdrag met Israël wilde opzeggen. ‘Wat eerst een minderheidsstandpunt was, werd later een meerderheidsstandpunt.’

Uiteindelijk, denkt Molina, is het voor heel Europa niet verkeerd dat Sánchez tegen de heersende consensus ingaat. ‘Het wapent de EU tegen group thinking. Er moet iemand zijn die vragen stelt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next