Virologie De oorzaak van de sterfte onder grote bruine roofmeeuwen op Antarctica is vastgesteld: het sinds 2021 rondwarende, zeer besmettelijke vogelgriepvirus H5N1.
Wetenschapper neemt monsters op Antarctica, voor onderzoek naar vervuiling en virusbesmettingen.
De opvallende sterfte onder skua’s (grote bruine roofmeeuwen) op Antarctica is veroorzaakt door de beruchte, hoogpathogene H5N1-variant van het vogelgriepvirus. Dat meldde een internationaal onderzoeksteam, onder wie virologen uit Rotterdam, in januari in Scientific Reports.
Het team bezocht Antarctica in maart 2024 tijdens een onderzoeksmissie met een ‘varend laboratorium’. De aanleiding was de vondst, een maand eerder, van dode skua’s met vogelgriep op het Antarctisch Schiereiland. Het was de eerste keer dat het virus opdook op het vasteland van Antarctica. Maar dat het virus de sterfte ook had veróórzaakt, was op Antarctica nog niet aangetoond. Eerder was ook al massale sterfte vastgesteld bij zeezoogdieren en zeevogels in Zuid-Amerika, de Falklandeilanden en het eiland Zuid-Georgië.
„We hadden deze uitkomst wel verwacht, maar toch is het zaak dat je de doodsoorzaak netjes aantoont”, vertelt hoofdonderzoeker Thijs Kuiken, viroloog van het Erasmus MC in Rotterdam. „Er zijn namelijk ook andere verklaringen voor zo’n massale sterfte bij zeevogels. Bijvoorbeeld besmetting met Pasteurella multocida, ook wel vogelcholera genoemd.” Om de doodsoorzaak vast te stellen was aanvullend pathologisch onderzoek nodig. Dat kon niet ter plekke, maar gebeurde in Rotterdam.
Maakt het dan uit wat precies de massasterfte veroorzaakt? Ja, vindt Kuiken, want de variant van het vogelgriepvirus die sinds 2021 de wereld overgaat, is een klasse apart. „Dit is een variant die zeer besmettelijk lijkt en een grote verscheidenheid aan dieren besmet: niet alleen vogels, maar ook allerlei soorten zoogdieren. Zeezoogdieren, marters, vossen, beren, en op grote schaal ook melkkoeien in de VS.”
De situatie op Antarctica is zeer zorgwekkend, vindt Kuiken, omdat vogels en zeezoogdieren daar in voorjaar en zomer dicht op elkaar samenleven in gigantische kolonies. Het besmettingsgevaar is dan groot. Dieren zoals skua’s kunnen het virus snel over grote afstanden verspreiden.
Nu al is duidelijk dat het vogelgriepvirus bezig is aan een opmars over het Zuidpoolcontinent. De eerste vaststellingen van vogelgriep vonden plaats in het deel van Antarctica ten zuiden van Zuid-Amerika. Maar al in maart 2025 werd het virus vastgesteld op drie sub-Antarctische eilanden in de Indische Oceaan – zesduizend kilometer verderop. „Onder meer bij zeeolifanten en koningspinguïns”, vertelt Kuiken. „Op het Antarctische vasteland bij Australië is het virus nog niet aangetroffen, maar dat is wellicht een kwestie van tijd.”
Naast de enorme sterfte onder wilde dieren – alleen al in Zuid-Amerika stierven honderdduizenden wilde vogels en tienduizenden zeezoogdieren – is er ook nog steeds de zorg over pluimveebedrijven. Sinds 2021, toen de huidige uitbraak vanuit Azië begon, zijn wereldwijd honderden miljoenen vogels geruimd. En de ellende zet door: in Nederland zijn in de eerste weken van 2026 al meer dan 200.000 vogels geruimd.
Het directe gezondheidsrisico voor mensen lijkt vooralsnog gering: met deze variant raakten sinds 2021 circa 72 mensen besmet, vooral in de VS, van wie er drie overleden. Maar het bredere subtype H5 dat rond 1996 ontstond in Chinees pluimvee, en dat ook de huidige variant voortbracht, is gemiddeld veel dodelijker: daaraan stierven 466 van de 964 besmette mensen. Het grootste risico is echter, aldus experts, dat er – in mensen of bijvoorbeeld in varkens – door genetische menging een variant ontstaat die gemakkelijker zoogdieren besmet en misschien zelfs van mens op mens overdraagbaar is.
Het onderzoek op Antarctica gaat intussen verder. In de afgelopen maanden is het virus weer op nieuwe plekken en bij nieuwe soorten vastgesteld, ook verder oostwaarts. „Via het Nederlandse project PolarFlu vaart op dit moment een Nederlandse onderzoeker mee op het Duitse onderzoeksschip Polarstern”, vertelt Kuiken. „En gidsen van een poolreisorganisatie gaan in februari en maart dode vogels voor ons bemonsteren.”
De verspreiding van het virus kunnen de onderzoekers er niet mee tegenhouden. Maar het is volgens Kuiken cruciaal dat ze documenteren wat er gebeurt: „Hoe het virus zich verspreidt over Antarctica, hoeveel sterfte het veroorzaakt bij vogels en zoogdieren, welke impact dat heeft op ecosystemen… Beleidsmakers moeten dat op hun netvlies hebben, zodat ze het risico op toekomstige uitbraken zo veel mogelijk kunnen beperken.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC