Sipan Kelani wordt dit jaar 25. Hij ontdekte mede dankzij gym bro-boeken en rechtse vakkenvullers een politieke passie. ‘Ik ben zo druk met de politiek dat het voelt alsof ik de studie erbij doe.’
schrijft voor Volkskrant Magazine.
Waar en hoe ben je opgegroeid?
‘In deze flat in Apeldoorn, waar ik nu nog steeds woon met mijn moeder. Ik ben er vorige zomer weer ingetrokken. De drie jaar daarvoor woonde ik overal en nergens: Amstelveen, Den Haag, Hoofddorp. Dat was bevrijdend. Je bent ergens nieuw, ontdekt allemaal plekken, moet ineens zelf schoonmaken, wassen en koken. Hier doet mijn moeder dat. Ze heeft het me niet geleerd, hoor, ik keek gewoon YouTube-video’s met uitleg.
‘In Amstelveen woonde ik met vijftien huisgenoten en maar één keuken. Toch was ik daar minder sociaal dan ik hier in Apeldoorn was. Mijn vrienden woonden hier, en aan nieuwe mensen leren kennen had ik weinig behoefte. Uiteindelijk dwong ik mezelf wel dingen alleen te doen: naar een filmfestival of park, dat soort dingen. Gewoon even naar buiten.’
Je bent een huismus?
‘Ja, wel een beetje. Maar dat is niet goed. Je moet naar buiten, stappen zetten, in de frisse lucht zijn. Als ik niet oplet, ben ik de hele dag binnen.’
25 in 26
In de serie 25 in 26 vragen we jongeren geboren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Wat doe je dan?
‘Werken, YouTube kijken, gamen, series kijken. Ik vermaak mezelf makkelijk.’
Hoe is het om weer met je moeder te wonen?
‘Ook fijn, hoor. We lijken op elkaar: allebei zelfstandig en ook koppig. Ze is geboren in het Syrische gedeelte van Koerdistan en heeft in haar eentje twee jongens opgevoed. Mijn broer is een jaar ouder. Ik spreek hem niet veel, we zijn heel verschillend. Hij heeft moeite met het verwerken van emoties en problemen met agressie. Hij heeft in open en gesloten instellingen gezeten, mede omdat hij soms agressief was. Hij heeft nooit de ruimte gehad om te focussen zoals ik dat deed.’
‘Onze ouders scheidden toen ik 3 was. Mijn vader was tot mijn 11de minimaal aanwezig in mijn leven, daarna zag ik hem helemaal niet meer. Toen ik jonger was, vond ik dat misschien wel vervelend, maar inmiddels niet meer. Het was goed om daarin een harde lijn te trekken, denk ik. Zo’n halfslachtige relatie was slechter geweest.’
Hoe was het om op te groeien in Apeldoorn?
‘Ik vond het hier altijd leuk. Zevenhuizen, de wijk waar ik woon, is heel multicultureel. Hij is gebouwd in de stijl van de Bijlmer: een plek met hoogbouw en veel groen. Ik zat hier eerst in de buurt op de Martin Luther King-basisschool. Er zaten twee witte kinderen in de klas, Jesse en Milou, kinderen met voor mijn gevoel een zware jeugd. Jesse schold zijn moeder in groep 2 al uit voor kankerhoer als ze hem kwam ophalen. Dat was mijn beeld van witte mensen. Mijn moeder haalde me in groep 4 daar weg. Toen belandde ik op een witte school.’
Hoe was dat voor je?
‘Ik werd heel stil, minder sociaal, was vaak afgeleid. Het was een cultuurshock, terwijl het tien minuten fietsen van huis was. Uiteindelijk maakte ik wel vrienden. Ik kreeg een basis/kaderadvies terwijl mijn Citoscore een stuk hoger was. Ik ging vmbo-t doen. Dat was wel chill. Ik deed telkens heel weinig tot de winter, en de tweede helft van het jaar werkte ik m’n achterstand weer weg. Verder waren het gewoon de awkward puberjaren.
‘Op m’n 17de was ik klaar. Ik vond niks interessant, was met weinig bezig. Maar de deadline om een vervolgopleiding te kiezen kwam eraan, dus ik moest iets gaan doen. Tijdens een afspraak vroeg de decaan me: wat vind je van leidinggeven? Prima, zei ik. Ik ging naar de open dag voor ‘facilitair leidinggevende niveau 4’, schreef me in en dat was het. Het was een stomme opleiding, ik heb het minimale gedaan maar het afgemaakt. Daardoor ben ik nu een soort gediplomeerd conciërge.’
Heb je dat ooit in de praktijk gebracht?
‘Nee, school ging me makkelijk af, dus ik wilde doorstuderen. Het werd een hbo-opleiding archeologie. Eigenlijk koos ik dat vooral omdat ik dino’s in m’n hoofd had, die vond ik als kind heel cool, maar dat is het vakgebied van paleontologen, dus die motivatie klopte niet helemaal. Het was een nieuwe tijd voor me. Ik had ineens een hele hoop motivatie, deels door onzekerheid of ik het wel kon. Door die onderadvisering was ik bang dat ik het niet zou halen. Op 0,1 punt verschil heb ik net niet cum laude m’n propedeuse gehaald.
‘Toen alles door de coronapandemie op slot ging, ben ik veel gaan lezen. Ook wel boeken die nu worden geassocieerd met toxische masculiniteit. Meditations van Marcus Aurelius, bijvoorbeeld, over stoïcijnse filosofie. Maar ik was geen gym bro, ik vond het gewoon interessant hoe die levensvisie werkte. Daarnaast was het het jaar van de Tweede Kamerverkiezingen. Daarin was ik zo geïnteresseerd dat het voelde alsof ik wakker werd: eigenlijk ben ik altijd al een politiek persoon geweest, maar ik realiseerde me het nooit zo.’
Hoe bedoel je dat?
‘Ik ging naar Black Lives Matter-demonstraties, keek Malcolm X-video’s op YouTube. Tot die tijd had ik een afkeer van de traditionele politiek. Dat had te maken met de omgeving waar ik opgroeide: het barst hier niet van de voorzieningen of welvaart en daar hield ik het gevoel aan over dat politici niet om mij of mijn omgeving gaven. Maar discussies met mijn collega-vakkenvullers deden me ook beseffen dat ik best een sterke mening had. Zij waren best rechts, vonden dat de overheid klein moest zijn en weinig belasting moest vragen, en dat woke mensen gekkies waren. Ik ging daar een beetje in mee, totdat ik mezelf begon te ontdekken en besefte dat ik het er niet mee eens was.’
Wat gebeurde er precies?
‘Ik begon na te denken of ik wel vond wat de anderen vonden. Eerst was ik het eens met het idee dat dat woke-gedoe te ver ging, dat genderneutrale wc’s onzin waren, maar daar kwam ik van terug. Ik realiseerde me dat mijn overtuigingen inconsistent waren. Racisme, iets waarmee ik zelf veel te maken had, veroordeelde ik hard, maar die lijn trok ik niet door. Als ik tegen discriminatie ben, waarom ben ik dan tegen zoiets als genderneutrale wc’s?
‘Er ontstond een passie. Ik wilde altijd al mensen helpen, en bedacht dat ik dat misschien via de politiek kon doen. Zwaar ongeïnformeerd en heel impulsief besloot ik een studie politicologie aan de Universiteit van Amsterdam te beginnen. Ik koos het omdat het woord politiek erin voorkwam. Als er iemand was geweest met wie ik erover zou hebben kunnen overleggen, had ik misschien een andere keuze gemaakt.
Woonplaats: Apeldoorn
‘Als ik volwassenheid zie als hoe goed je voor jezelf kan zorgen: een 8 of 9. Maar als je het verdiept en meer denkt aan zelfkennis en je omgang met emoties, zit er nog wel wat werk, dus een 7.’
‘Ja, ik ben activistisch en zit op TikTok en Instagram.’
‘Ik hoop gezond en gelukkig. En dat ik terugkijk op goede beslissingen: ik hoop dat ik niet alleen voor mezelf heb gekozen, maar ook voor m’n medemens.’
‘Het was prima, ik heb er veel geleerd omdat de omgeving heel anders is. Veel rijke internationale studenten, die dingen zeiden als: ‘Ik ga deze zomer naar Korea en misschien ook Thailand. Alleen willen mijn ouders dat ik ook meega naar Japan en daar heb ik geen zin in.’ Dat ergerde me. Niet iedereen was wereldvreemd, maar sommige studenten waren het wel.
‘Inmiddels doe ik een master, maar ik ben wel klaar met al die essays schrijven, en ik ben zo druk met de politiek dat het voelt alsof ik de studie erbij doe.’
Hoe ben je de politiek ingerold?
‘Het begon vier jaar geleden met een mail naar de lokale PvdA, nadat ik me in allerlei politieke stromingen had verdiept. Liberalisme, conservatisme, het deed me allemaal weinig: ik was echt een sociaaldemocraat. Ik wilde lid worden, vrijwilligerswerk doen, ontdekken wat me lag. Vorig jaar solliciteerde ik naar een plek op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen, en ik ben op nummer vier beland. Dat is een verkiesbare positie – Jesse Klaver moet het wel heel erg verpesten, mochten we maar drie zetels krijgen.’
Dus je bent wel weer stevig geworteld in Apeldoorn na je omzwervingen?
‘Jazeker. Er is geen stad die ik zo goed ken als deze. Ik hou van deze plek omdat het mijn thuis is. Maar verder is het een supersaaie stad, hoor. De natuur eromheen is prachtig, maar voor jongeren is er weinig te doen. Mijn vriendin woont in Amsterdam, en zij ziet het niet zitten hierheen te verhuizen, dus dat is wel een ding. Als ik in de gemeenteraad kom, woon ik zeker nog vier jaar hier. Met een tweede termijn durf ik nog niet bij haar aan te komen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant