Het kabinet-Jetten wil van Nederland weer een drijvende kracht maken in Europa. De miljardeninvesteringen in defensie onderstrepen de ambities, maar de binnenlandse steun blijft onzeker.
De Haagse politiek verkeert nog een kleine twee weken in niemandsland. De nieuwe kabinetsploeg staat ongeduldig te wachten in de coulissen, terwijl de oude garde met ieder uur de macht verder voelt wegglippen.
Fraai zijn de laatste stuiptrekkingen zelden. Toen het team van George W. Bush in 2001 het Witte Huis betrok, bleken medewerkers van de vertrekkende president Bill Clinton alle letters ‘w’ uit de toetsenborden te hebben verwijderd. Een laatste daad van verzet tegen ‘Dabbeljoe’, hoe machteloos ook.
Politiek redacteur Frank Hendrickx bericht wekelijks over de mechanismen achter de politieke gebeurtenissen.
In Den Haag zijn er nu ook nog oprispingen. Zo weigert BBB-minister van Asiel Mona Keijzer de Spreidingswet uit te voeren. Volgens de vicepremier heeft dat niks met politiek opportunisme van doen, ook al is haar partij tegen de ‘dwangwet’. Keijzer vindt het gewoon ‘netjes’ om haar opvolger niet voor de voeten te lopen.
Van die hoffelijkheid zullen ze bij het ministerie van Landbouw opkijken. De BBB-bewindspersonen daar proberen juist op de valreep nog een belangrijke benoeming af te dwingen. Het gaat om de post van permanente vertegenwoordiger bij de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) en het Wereldvoedselprogramma (WFP) in Rome.
De strijd om die functie bij de VN sleept zich al meer dan een jaar voort. BBB-staatssecretaris Jean Rummenie blokkeerde tot twee keer toe een kandidaat die door een onafhankelijke selectiecommissie was uitgekozen. Waarom? ‘Onvoldoende politiek draagvlak’, aldus een woordvoerder.
Eind vorig jaar werd in allerijl een derde procedure gestart, onder begeleiding van ex-CDA-minister Cees Veerman. Daar is een kandidaat uitgekomen die wel politieke steun heeft van de BBB, ook al heeft de partij nu zelf amper nog draagvlak. De komende ministerraad of die weer daarna moet de benoeming worden beklonken – vlak voordat de nieuwe D66-minister van Landbouw op het bordes staat.
Het zal het voorlopig laatste BBB-geurspoor zijn op het buitenlands toneel. Daarna gaat het roer om. Terwijl PVV, BBB en ook NSC vaak meer oog hadden voor de provincie dan voor de wereld, zijn de nieuwe regeringspartijen erop gebrand om van Nederland weer een drijvende kracht te maken binnen de EU.
VVD-leider Dilan Yesilgöz sprak maandag tijdens haar Kerdijk-lezing de hoop uit dat de geschiedschrijving in het huidige tijdsgewricht ‘een kantelpunt’ zal zien: ‘Het moment waarop Europa eindelijk opstond en een nieuwe wereldorde opbouwde. Met landen als Nederland in de leidersrol.’
Het zijn grote woorden, ondersteund met grote bedragen. Yesilgöz merkte na haar speech in de Haagse sociëteit De Witte op dat Nederland als ‘enige land in Europa’ nu al tot 2035 de nieuwe Navo-norm van 3,5 procent heeft gefinancierd.
Dat is ook naar Nederlandse maatstaven uitzonderlijk. Een kabinet neemt doorgaans alleen verantwoordelijkheid voor de eigen regeerperiode - wat daarna komt, is voor de opvolgers. Volgens die logica had het kabinet-Jetten niet 19,3 miljard structureel hoeven te vinden voor de extra defensie-uitgaven, maar ‘slechts’ 9,5 miljard.
Waarom nu vrijwillig alle pijn nemen? Nederland laat zo zien dat het menens is met de militaire weerbaarheid, zo luidt één verklaring. En: de defensie-industrie heeft ‘commitment’ nodig voor de lange termijn.
Er valt ook een andere reden te horen, al wordt die minder hardop uitgesproken: de investeringen in defensie vormen een alibi voor hervormingen en bezuinigingen. Eind vorig jaar sprak een hoge ambtenaar van het ministerie van Financiën, Joost Clerx, tijdens een congres onomwonden van ‘een kans’. ‘We voeren al twintig jaar een slepende discussie, waarbij we weten dat de vergrijzing een te grote druk legt op de verzorgingsstaat’, aldus de topambtenaar die tevens lid is van de invloedrijke Studiegroep Begrotingsruimte. ‘Daar moeten we iets aan doen. De defensie-investeringen kunnen daarvoor een trigger zijn.’
Die trigger heeft gewerkt, althans bij de nieuwe coalitie. Om de extra investeringen van 19,3 miljard te financieren, zijn ombuigingen van zo’n 10 miljard op de zorg en 6 miljard op de sociale zekerheid ingeboekt. Die ‘hervormingen’ waren vanwege de vergrijzing toch al nodig, meent de coalitie, maar door de geopolitieke omstandigheden zijn ze nu ook onontkoombaar.
Het aanstaande kabinet-Jetten kan zo in Europa pronken met een dekking voor alle defensie-uitgaven tot 2035, maar de vraag blijft of er binnenlands ook voldoende steun is voor die koers. Bij GroenLinks-PvdA, de oppositiepartij die cruciaal kan zijn in de senaat, valt nu al het verwijt te horen dat de aanstaande coalitie de geopolitieke onrust als dekmantel gebruikt voor een ideologische agenda om de verzorgingsstaat in te krimpen.
Tijdens de campagne benadrukte GL-PvdA bovendien alleen voor de komende vier jaar defensie-investeringen te willen financieren. De uitleg: Nederland moet niet te veel voor de troepen uitlopen, want dan gaan andere lidstaten ‘op de bagagedrager zitten’.
Ook BBB – de enige andere oppositiepartij met serieuze slagkracht in de Eerste Kamer – koos in het eigen verkiezingsprogramma slechts voor defensie-investeringen tot 2031. Gaat die partij straks dan wel ambitieuzere begrotingen steunen? De nadagen van het kabinet-Schoof zullen de nieuwe coalitie niet meteen hoopvol stemmen.
BBB kan hoffelijk zijn, maar het moet politiek uitkomen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant