Drama Een klimaat van angst is constant voelbaar in Kleber Mendonça Filoho’s absurde, stille film over de Braziliaanse militaire dictatuur. En over het belang die tijd niet te vergeten.
Wagner Moura in 'The Secret Agent'.
The Secret Agent
Regie: Kleber Mendonça Filho. Met: Wagner Moura, Gabriel Leone, Maria Fernanda Cândido. Lengte: 161 minuten.
De Braziliaanse stad Recife is in 1977 een plek waar de politie stiekem een afgebeten been in het mortuarium (aangetroffen in een haai) vervangt door een bokkenpoot. Waar lijken dagenlang rotten in de zon, voordat de politie komt. En waar overheidsmedewerkers tikken op typmachines zonder papier: alles voor het decorum.
Als Dorothy in The Wizard of Oz belandt Marcelo (of is het Armando? of Fernando?) in Recife, wanneer hij moet vluchten voor de Braziliaanse militaire dictatuur. Hij is geen communist, geen vijand van het regime. Hij keek gewoon de verkeerde kapitalist verkeerd aan. En nu is hij vogelvrij – geheim agent tegen wil en dank. In Recife voegt hij zich bij andere vluchtelingen, herenigt hij zich met zijn zoon en probeert hij het land te verlaten.
Ook Recife, in het vrijere noordoosten van Brazilië, valt onder dictatoriaal bewind, maar is ver genoeg van het heersende zuiden dat de macht er begint te rafelen en kronkelen tot het absurde, onlogische vormen aanneemt. Er zijn geen wetten meer: dus niks mag, alles kan. En dan is het ook carnaval. Menigten gaan feestend door de straten. Overal is seks in de openbare ruimte: in de bioscoop, achter bomen, naast de archiefkast middenop de werkdag. Anderen lijken verlamd toe te kijken. Er heerst een fatalistische sfeer: de bewoners van Recife gedragen zich alsof er een komeet op weg is naar de aarde en de laatste dagen van de mensheid zijn aangebroken. Marcelo/Armando/Fernando loopt er aarzelend doorheen.
De Braziliaans journalist Fernando Molica schreef dat The Secret Agent „een geweldige film zou zijn, als-ie een script had.” En het klopt dat de film veel losser en experimenteler is dan de titel suggereert. Verwacht geen explosies, heldendom, knokpartijen. Het ergste geweld in The Secret Agent zit in de stilte. Hoe een heel land afwacht als een hond in een auto in de felle zon. Regisseur Kleber Mendonça Filho vat dat zoals je het nog nooit hebt gezien. Je kunt er niet eens echt een vinger op leggen: in het aarzelende spel van Wagner Moura, in de absurde scènes, in de vermoeide koppen – in alles voel je een klimaat van angst. Duidelijk wordt dat neutraliteit daarin onmogelijk is; iedereen wordt in de straalmotor gezogen.
Tegelijkertijd bevat de film een soort nostalgie naar deze „tijd vol ondeugendheid”, zoals de opening het noemt. De film zit vol met popliedjes die populair waren op de radio, modetrends op straat, de films (Jaws) in de bioscoop, zelfs de stijlvolle gele belhokjes die eruit zien als droogkappen. Mendonça Filho kleurt het verleden met wat ervan is overgebleven in het heden: de jaren zeventig in de stijl van films als The French Connection.
The Secret Agent is daarmee niet alleen een film over angst, maar ook over terugkijken, herinnering. De personages zijn constant bezig met bewaren. ‘Geheim agent’ Marcelo zoekt in de archieven tevergeefs naar bestaansbewijs van zijn moeder, ‘een Indiaan’ die niet het registreren waard was. Zijn zoon probeert diens overleden moeder niet te vergeten. Het verzet maakt geluidsopnamen. En in een flashforward naar het Brazilië van de 21ste eeuw probeert een jonge vrouw de geschiedenis te reconstrueren uit geluidsopnamen, herinneringen en volstrekte onzin in staatspropaganda en tandeloze kranten.
Dat blijkt onmogelijk. Veel blijft uiteindelijk onopgelost, als kijker krijg je niet eens echt een einde. De verhalen uit die tijd zijn voorgoed uitgehold, verdraaid of verkleurd. En de menselijke herinnering is te kort en emotioneel. Dat maakt The Secret Agent een eeuwig mysterie, een film die je wel vijf keer kunt kijken, en waarvan sommige details onbegrijpelijk blijven, behalve voor diegenen die erbij waren.
Source: NRC