Home

‘Hij is Goor, ik ben Geer, denk ik’: Jenning de Boo en Kjeld Nuis houden het luchtig, een dag voor de 1.000 meter

Een dag voor hun olympische 1.000 meter proberen Kjeld Nuis en Jenning de Boo de sfeer in Milaan vooral luchtig te houden. De Boo: ‘Je ziet allemaal serieuze koppies om je heen.’

is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.

Kjeld Nuis en Jenning de Boo worden volgens eigen zeggen ook wel de Geer en Goor van de ijsbaan genoemd. ‘Hij is Goor, ik ben Geer, denk ik’, zegt De Boo (22) over zijn veertien jaar oudere ploeggenoot. Met grappen en grollen komen de twee schaatsers van Reggeborgh de Winterspelen door. Tot opluchting van De Boo, zo vertelt hij een dag voor hun optreden op de 1.000 meter. ‘Hij is degene die alles een beetje ontspannen houdt. Daar ben ik wel heel blij mee.’

Samen met Joep Wennemars behoren de twee tot de Nederlandse troeven op de kilometer. Nuis, de routinier van het stel, is een man met een bewonderenswaardige statistiek: hij won al zijn olympische races waaraan hij meedeed. Op zijn palmares staat drie keer goud. ‘Maar dat gaat morgen helaas veranderen. Sorry jongens, ik ga zeker niet winnen, morgen. Als je meedoet, kun je winnen, maar dat is niet realistisch. Het slaat nergens op als ik dat zou zeggen.’

Er is één topfavoriet om woensdag op de vroege avond met goud te eindigen: de Amerikaan Jordan Stolz. Nuis: ‘Maar met mij zijn er acht anderen die op het podium kunnen staan. En dat maakt het zo spannend. Achter Stolz ligt het helemaal open.’ En om die spanning aan te kunnen, is juist ontspanning heel belangrijk, stelt Nuis. ‘Ireen (Wüst, red.) was net even op bezoek, zij zei ook: ‘Als je drie weken lang staat te trillen voordat je moet, is dat ook niet goed voor je. Een beetje lol maken. Dat doen we, we zitten er lekker in.’’

Grap uithalen

Eind dinsdagmiddag, in een gang op de olympische gelegenheidsijsbaan van Milaan, doet Nuis vol expressie voor hoe hij een dag eerder zijn ploeggenoot in de maling nam. Hij trok zijn kleding aan, beeldt Nuis uit. Daarna deed hij zijn winterjas erboven aan en pakte zijn schaatstas. Met gebalde vuist, alsof hij meermaals hard op een slaapkamerdeur bonst: ‘Jenning, we gaan naar de ijsbaan.’

De ploeggenoten van Reggeborgh zouden die middag ‘loopscholing’ doen en ‘een beetje fietsen’. Oftewel: oefeningen in luchtige kleding, ver van de ijsbaan. Maar De Boo staat bekend om zijn verstrooidheid. Hij vergeet nog weleens wat. ‘Jenning, weet je welke dag het is vandaag?’, kan Nuis hem gekscherend vragen, wetende dat zijn sprintcollega dan toch het antwoord wel schuldig zal blijven. Maar nu wilde Nuis een grap uithalen.

‘Ja, is goed, ik kom eraan’, antwoordde De Boo. Om vervolgens snel zijn spullen te pakken en daarna volgens Nuis verward in de rondte te kijken. ‘IJsbaan?’ Gevolgd door een positief bedoeld scheldwoord aan Nuis.

De Boo zei dinsdag, kort na zijn middagtraining op het ijs – deze keer wel – dat hij bewust probeert de sfeer luchtig te houden. ‘Want je ziet allemaal serieuze koppies om je heen en ik merk de afgelopen twee dagen, als zo’n race eraan komt – toch best wel een groot moment in je leven – dat ik me een beetje terugtrek.’

Aan de ene kant werkt dat laatste heel goed bij hem, zegt de man die debuteert op de Winterspelen. Door zich terug te trekken, wat vaker op zijn kamer rond te hangen in plaats van de mensen op te zoeken, wordt hij rustiger en geconcentreerder. Reageren op appjes en telefoontjes doet hij dan niet. ‘Maar ik moet er niet in doorslaan. Ik denk dat ik daar niet harder van ga rijden.’

Grijnzen

Hij is ook aan het genieten van de Spelen, voegt hij er snel aan toe. ‘De hele openingsceremonie heb ik van oor tot oor lopen grijnzen, waarbij ik ben vergeten om te filmen. Iedereen stond met telefoons om me heen, maar ik heb gewoon dat hele rondje gelopen en alles in me opgenomen.’

Bij het olympisch kwalificatietoernooi eind december was De Boo heel gespannen. Geen fijn gevoel, maar het bezorgde hem wel goede resultaten. ‘Maar hier haal ik meer lol uit. Hier kan ik winnen, daar kon ik alleen maar niet verliezen.’

In Inzell eindigde De Boo twee weken geleden naast het podium op de 500 en 1.000 meter. Inmiddels gaat het een stuk beter, zegt de schaatser. Mede omdat hij later wat last van materiaalproblemen bleek te hebben: er zat een schroefje niet goed vast.

En wat zijn uitspraak over het ‘grote moment van zijn leven’ betreft: dat klinkt aan de ene kant beladen, maar De Boo denkt ook nuchter: ‘Ik kan het wel niet uitspreken, maar het is nou eenmaal zo. Het zijn mijn eerste Spelen. Ze zijn eens in de vier jaar. Als het goed is, is het een moment dat je je leven lang bijblijft.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next