Home

Homo’s en joden hebben historisch gezien het een en ander gemeen

Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.

Vorige week werd ik per ingezonden brief gekapitteld, omdat ik onze toekomstige premier Rob Jetten ‘een sympathieke homo’ had genoemd. ‘Anno 2026 zou de geaardheid van iemand niet meer benoemd hoeven te worden; het voegt niets toe en doet niets af aan de mens of zijn functie’, schreef Johanna Gloudemans uit Den Haag. Kees Bergers uit Zaandam voegde daaraan toe: ‘Nog nooit een artikel gelezen waarin een politicus ‘een sympathieke hetero’ wordt genoemd’.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Met deze briefschrijvers kan ik het moeilijk eens zijn en ik zal proberen dat uit te leggen. Niet iedereen heeft mijn leeftijd, maar generatiegenoten zullen onmiddellijk de analogie hebben herkend met Izzy M. der sympathische Jude, de voorstelling die Ischa Meijer in 1980 ten tonele bracht. Hij deed dat met veel spot en zelfspot in het hol van de leeuw – Berlijn. Ischa, die als baby Bergen-Belsen had overleefd, was in de hoedanigheid van cabaretier speciaal naar de Duitse hoofdstad gereisd, om daar het ooit vijandige publiek te geselen en tegelijkertijd de liefde te verklaren.

Joden zijn geen homo’s, althans de meesten niet, maar toch hebben ze historisch gezien wel het een en ander gemeen.

Daar komt nog bij dat Rob Jetten zelf nooit besmuikt is geweest over zijn homoseksualiteit. Zo las ik op Gay News: ‘Zou het er dan toch eindelijk van komen? Als lijsttrekker van D66 treedt Rob Jetten openlijk over en trots op zijn homoseksualiteit naar buiten. Volgend jaar stapt hij met zijn hockey-international in het huwelijk, en laat dat ook overal uitgebreid zien.’

Inderdaad, Jetten is altijd voor zijn seksuele geaardheid uitgekomen en waarom ook niet? Hij postte foto’s met zijn Argentijnse partner en liet weten dat hij van plan is eerdaags met zijn sportieve vriend te trouwen. Ik las zelfs iets over een kinderwens. We hebben al een Argentijnse koningin in Paleis Huis ten Bosch, dus waarom niet een Argentijnse First Man op het Catshuis? Niets op tegen en er is ook niets op tegen om daarover te schrijven, zoals over alles wat een eerste keer gebeurt. Het zal bovendien iets toevoegen aan ‘de mens en zijn functie’, want wanneer voor het eerst een homo minister-president het roer van ons land overneemt, dan zal dat zeker een steun in de rug zijn voor de hele lhbti-community. Als iets wat afwijkt normaal is geworden, hoeven we er ook niet meer politiek correct over te doen.

Toevallig verscheen vorige week De rode en de zwarte jonker van Daniela Hooghiemstra, een biografische beschrijving van de broers Marinus van der Goes van Naters (1900-2005) en Willem van der Goes van Naters (1897-1944). De rode Marinus werd socialist, een vooraanstaand politicus in de SDAP en later in de PvdA. Hij stierf 104 jaar oud. Terwijl Marinus als linkse intellectueel in Buchenwald terechtkwam, vocht zwarte Willem als overtuigd nationaalsocialist aan de zijde van de Duitsers. Op 47-jarige leeftijd kwam hij aan het Italiaanse front om het leven door een pistoolschot, vermoedelijk zelfmoord. Beide broers waren keurig getrouwd, hadden kinderen, en verder met alles erop en eraan. Maar beide broers hadden ook wat Freud ‘homoseksuele neigingen’ genoemd zou hebben. Die ontstonden in hun studententijd en kregen bij Willem een extra stimulans door de verering van de mannelijkheid en het mannelijk lichaam, zoals die opgeld deed in het fascisme. Hooghiemstra laat mooi zien welke rol homoseksualiteit speelde in hun levens en in de keuzes die zij hebben gemaakt tijdens hun carrière.

In 1980, hetzelfde jaar dat Ischa in Berlijn in première ging, publiceerde Marinus zijn memoires onder de titel: Met en tegen de tijd. Herinneringen. Het toeval wilde dat ik van NRC Handelsblad de opdracht kreeg de toen 80-jarige Marinus te interviewen. Mijn vader, die nog leefde, moest daar erg om lachen. Hij kende de rode jonker uit de beweging en vertelde me maar al te graag dat die door zijn kompaan Meyer Sluyser (1901-1973) altijd ‘Van der Smoes van Flaters’ werd genoemd, omdat hij de gewoonte had om ‘op de verkeerde momenten de verkeerde dingen te zeggen’.

De jonker, nog altijd zeer rood, bleek een jaloersmakend huis in Wassenaar te bewonen en sprak een prachtig, maar lichtelijk bekakt soort Nederlands. Zijn vrouw Anneke leefde nog en als ik het mij goed herinner, wilde hij mij overal naar toebrengen om te laten zien hoe goed hij nog auto reed. Het werden een paar genoeglijke dagen die anderhalve pagina opleverden, maar met de kennis van nu zou ik hem heel anders hebben geïnterviewd. Of ik het aangedurfd zou hebben hem naar zijn homoseksuele neigingen te vragen, weet ik niet. Het waren andere tijden, al verscheen Gerard Reve bijna dagelijks op de teevee. En verder wens ik Rob Jetten als eerste gay premier natuurlijk veel succes.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Source: Volkskrant

Previous

Next