Draait carnaval nog om de omkering van de macht? Zou wel moeten, zeggen de mannen van carnavalsact de Gierboys. ‘Echte Gierboys-fans viben op het anti-establishmentding.’
Hoeveel dagen in een jaar denkt een Gierboy aan carnaval? ‘Bijna elke dag’, zegt Tommy Smits (34). Steven de Kok (35): ‘En dan per dag tien keer.’ Bas Kaufmann (34): ‘Onze hele vriendschap is tegenwoordig gebaseerd op de Gierboys. We praten nergens anders meer over.’
Er is een hoop veranderd sinds deze drie in 2019 een ontregelende carnavalsact werden, eentje in de dunbezaaide buitenbeencategorie. Carnavalsindie, zeg maar – niet direct iets dat ze zagen aankomen in de tijd dat ze fotografie en beeldende kunst studeerden aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en op een huisfeest vaststelden dat ze allemaal zijn opgegroeid in de buurt van Tilburg.
Zeven jaar later is de Gierboys een gevestigde naam in Kruikenstad, zoals groen-oranje Tilburg met carnaval heet. In februari kunnen ze er niet over straat zonder om de haverklap op de foto te gaan. Ze zijn dan misschien niet de grootste groep (hun bekendste nummer Goei laage heeft ‘maar’ 342 duizend luisterbeurten op Spotify), wel de opvallendste en eigenzinnigste, en daarmee volgens fans onbetwistbaar de leukste.
Een trippy kruising tussen de Lawineboys en de Colombiaanse reggeatonster J Balvin, dat is waar de Gierboys zichzelf op het muzikale spectrum plaatsen. Goei laage gaat over het aaneenrijgen van avonden die ‘goei’, ‘goed nat’ en ‘laage’ zijn – goed, dom, dronken, lachen.
Ze hebben een cultstatus, mede dankzij hun wilde gedans en extravagante verkleedvoorkeuren, denk rave-nar in maliënkolder bij het afvalscheidingsstation, plus veel veren en andere verwijzingen naar de gier. Het zijn vreemde vogels met lang haar in een toch redelijk eenvormige poel van handjes-in-de-luchthoempapa.
Leg mensen die niks met Brabants carnaval hebben maar eens uit wat er nou precies zo aanstekelijk is aan hun benadering van het feest als doorlopend kunstproject, als levenshouding. Het begint altijd ‘voor de grap’, een feestact worden die tijdens carnaval dorstig van het ene naar het andere podium trekt, met alle microroem die daarbij hoort.
Maar bij al dat moeite doen komt vanzelf serieuze zingeving kijken. Daarin schuilt een jaloersmakende aantrekkingskracht waar ook niet-vierders zich vast iets bij kunnen voorstellen. Kun je ergens méér lol aan beleven dan aan het besluit om als vriendengroep iets lolligs en schijnbaar onbenulligs extreem belangrijk te maken? Is er iets leuker dan ‘voor de gein’ oppompen met ernst, door bakken met tijd, aandacht en creativiteit in een project te stoppen en vervolgens steeds meer (on)bekenden te betrekken bij het plezier dat zoiets oplevert?
De eerste daad voegden ze in 2017 bij het epische woord (‘een soort Fear and Loathing in Brabant’), vertellen de Gierboys op een dinsdagavond bij Tommy Smits thuis in Den Haag, sixpack pils op tafel.
Ze versierden fietsen met rotzooi van de Action, pvc-buizen en papier-maché, stapten in Den Haag op de trein naar de omgeving van hun jeugd en besloten dagenlang stad en land af te trappen, van dorpscafé naar dorpscafé.
Smits: ‘Troubadourachtig, maar toen nog zonder muziek. We wilden ervaren hoe carnaval in verschillende plaatsen werd gevierd en vlogen het aan als een lijdensweg die we moesten afleggen. In ieder dorp stapten we op de lokale prins af om te vragen naar zijn beleid.’
De Kok: ‘We gedroegen ons alsof we met een Himalaya-expeditie bezig waren. Niet douchen, vroeg opstaan, in de kou weer op de fiets stappen naar de volgende bestemming.’
Smits: ‘Iedere plaats heeft andere gebruiken, maar overal zijn mensen carnaval echt aan het léven, terwijl het één groot theaterstuk is.’
Een jaar later kaapten ze met hun fietsen de optocht in Den Bosch. Daarna kwam het omslagpunt. De Kok: ‘Ik wilde niet meer een consument van carnaval zijn, maar een participant, iemand die iets bijdraagt.’
In 2019 maakten ze hun eerste nummer, Carnavallen met z’n allen, nadat Smits via Western Union 50 euro had overgemaakt voor een beat van een Peruaanse cumbiaproducer, gevonden op Facebook. Met een videocamera en nog twee liedjes op een USB-stick, Ringelingeling en March of the Gier Boy, trokken de Gierboys door Tilburg om in kroegen dj’s te vragen om hun muziek te draaien en te filmen wat er gebeurde.
Op Instagram houden ze intussen ook buiten het carnavalsseizoen een zot mini-universum in de lucht, met een eigen (beeld)taal, een garderobe vol verknutselde reflecterende pakken en korte video’s gemaakt op plekken die geen enkele associatie met een dampend feest oproepen, tot de Gierboys in kostuum verschijnen en het een bevreemdende toestand wordt. Het is absurde humor die, zoals wel meer absurde humor, moeilijk uit te leggen valt, met net als bij stadgenoot Gummbah een hoog if you know you know-gehalte.
De Gierboys in de verkleedkist van het ironische experiment mikken, zou geen recht doen aan hun onderliggende bedoelingen. ‘We waren met die fietstochten serieus op zoek naar de essentie van carnaval’, zegt Kaufmann, ‘en naar de creativiteit die het feest losmaakt bij mensen, juist ook bij degenen die in het dagelijks leven misschien niet naar musea gaan of kunst hebben gestudeerd.’
Zo kwamen ze uit bij de hypocrisie van het hedendaags carnaval. Er zit volgens de Gierboys interessante spanning op het feit dat het feest enerzijds drijft op kledingcodes en commissies, en anderzijds op creativiteit en klasseloosheid.
Aan de keukentafel ontvouwt Kaufmann een theorie: carnaval, en dan ‘het heidense oud en nieuw, dus voordat het christendom het stal’, hoort volgens hem uitsluitend om één ding te draaien: de omkering van macht. ‘Dan is het dus niet het feest van de horeca-industriëlen.’
De cijfers ondersteunen zijn hypothese dat er zoiets bestaat als het carnavelesk-industrieel complex, dat blijkt uit een vorig jaar verschenen studie in het economenvakblad Economisch Statistische Berichten. De economen achter het onderzoek, Charles Kalshoven en Thomas Grosfeld – voor de objectiviteit beiden ‘van boven de rivieren’ – merken op dat carnival economics in Nederland nog geen serieus studieobject is, terwijl ‘een serieus feest serieus onderzoek’ verdient.
Ze rekenden uit dat de totale uitgaven rond carnaval Nederland een ‘economische impuls’ geven van 1,4 miljard euro. Trek je daar alle verzuimkosten (bijna 800 miljoen euro), handhaving (15 miljoen) en EHBO-kosten (1 miljoen) vanaf, dan blijft er nog ruim 600 miljoen euro over. Ook op relatievlak noteren de ESB-economen ‘per saldo een plus’: de 17 procent relatievorming overtreft ruim de 5 procent break-ups.
Sommige cafés bestaan bij de gratie van carnaval: in een stad als Den Bosch ziet een gemiddelde kroeg zijn omzet vernegenvoudigen. Feesttenten, met erachter een klein legertje artiesten, managers, boekers en programmeurs, vragen makkelijk tientallen euro’s entree voor de duizenden euro’s die de artiesten kosten. En op Marktplaats wordt dezer dagen goeien handel gedreven, getuige ruim 68 duizend carnavalsgerelateerde advertenties, van een koperkleurige kunststof riem (‘Hond/mens’) tot een partij snorren (2.280 stuks).
Inmiddels ziet de gemeente Den Bosch hoe het feest stilaan uit zijn voegen begint te barsten en de ‘verkeerde mensen’ aantrekt: ‘We hebben na corona gezien dat carnaval meer een festival is geworden en daar willen we vanaf’, zei burgemeester Jack Mikkers tegen Omroep Brabant. Carnaval wordt een veel te drukke, verklede vrijmibo. De gemeente hoopt dat mensen die op zoek zijn naar een ‘gewoon feestje’ de stad overslaan.
Dat wil de gemeente doen door nog nadrukkelijker te wijzen op de tradities en gebruiken: je draagt een boerenkiel en luistert naar Oeteldonkse muziek. Jeroen Dona van carnavalsvereniging de Oeteldonksche Club: ‘Als stadsprins Amadeiro après-skimuziek had willen horen, was hij wel gaan skiën.’
Maar dat is dus in de Gierboys-filosofie óók weer vasthouden aan de macht. ‘Carnaval draait om regeltjes: wat je aantrekt, wat je luistert of zingt’, zegt Smits. ‘In de kern is het best een conservatief feest, waar veel mensen gewoon de muziek willen horen die ze kennen. Hoezo moet je per se een kiel aan? Hoe komt het dat bijna alle liedjes in de jaarlijkse Kies je kraker-verkiezing van Omroep Brabant hetzelfde klinken? Ik snap het echt niet.’
Hoe het ook kan, zagen ze tijdens hun fietstochten in de boerendorpen rondom Den Bosch. ‘Jongeren maken stampkarren, een wagen met alleen maar speakers erop. Dan komen er ’s ochtends uit de mist drie van die karren het plein opgedraaid met keiharde hardstyle. Boem, boem, als een legertje orks. Dát is ergens tegenaan schoppen, dat is carnaval.’
Als carnaval om vrijheid draait, zou je verwachten dat je je helemaal vrij moet kunnen voelen, zeggen de Gierboys. ‘Maar we merken vaak genoeg dat mensen aanstoot nemen aan hoe wij eruitzien en aan hoe wij elkaar daggeren op het podium. Vooral mannen hebben daar soms moeite mee. Of eigenlijk alleen mannen.’
Genoeg anderen zullen hun liedjes, optredens en online aanwezigheid ‘gewoon’ leuk of grappig vinden. ‘Maar echte Gierboys-fans viben op het anti-establishmentding’, zegt Smits. Die snappen meteen wat Kaufmann bedoelt als hij met een grijns op zijn gezicht begint over ‘Monty Python meets Peter Pan meets Marie Antoinette meets Tanja Nijmeijer’.
In een van de zalen van Hall of Fame, een strakke skatehal met podia aan het Tilburgse spoor, moeten de Gierboys het weekend voor carnaval aan de bak. ‘Misschien moeten we toch nog dat zwarte doek uit de auto halen. Wat denk jij?’, vraagt De Kok aan Smits. Kaufmann is druk in de weer met achtergrondrollen en klemmen. ‘Of misschien toch alles een kwartslag draaien en voor het podium opbouwen, dan zie je die lijnen minder.’ ‘Hmm... Ik vind die lijnen dus wel werken’, zegt Smits.
De professionele set steekt mooi af tegen de andere kant van de zaal, waar de attributen voor vandaag liggen: het lijkt of er een bagagekar is ontploft van een vlucht vol cliniclowns, ridders, ijshockeyers en vuilophalers.
Het is allemaal deel van het hogere Gierboys-plan: een debuutalbum dat later in het jaar verschijnt en gaat over maskers en ontmaskering. Het wordt geen album vol feestnummers. ‘Het zijn liedjes óver carnaval.’ Ze hoopten 6.000 euro op te halen met een crowdfundingcampagne en haalden dat bedrag ruim.
Deze zaterdag zijn de Gierboys naar Tilburg gekomen om drie donateurs die 250 euro bijdroegen hun tegenprestatie te geven: een fotoshoot. Eén van die gulle gevers zette zélf een crowdfunding op poten om haar bijdrage aan de Gierboys-crowdfunding bij elkaar te krijgen.
Terwijl de mannen nog druk in de weer zijn met doeken, klemmen en statieven, is de laatste donateur geruisloos binnengekomen. Alain van Hamond (42) heeft zijn zoon Alain (11) bij zich.
Vader Alain ontmoette het drietal jaren geleden. ‘Ik was net gescheiden, het was de eerste carnaval in lange tijd voor mij. Uiteindelijk belandde ik in de lokale stripclub, De Nacht. Daar zaten drie jongens aan de bar. Ze zagen er heel gezellig uit, dus ik ging bij ze zitten. Een week later hadden mijn vrienden het over een liedje van de Gierboys. Ik had nog nooit van ze gehoord. Tot een vriendin de videoclip van Carnavallen met z’n allen liet zien en ik zei: hé, met die gasten heb ik donderdag in De Nacht gezeten!’
Tijdens de traditionele carnavalsafter voor de Tilburgse horeca kwam hij de mannen opnieuw tegen. Sindsdien zoeken ze elkaar tijdens carnaval altijd even op.
Toen vorig jaar het verzoek kwam voor een bijdrage aan Carnaval ontmaskerd hoefde Alain niet na te denken: ‘Die jongens gun ik het natuurlijk.’ Vanwege hun persoonlijke geschiedenis, maar ook omdat de muziek leuker is dan gemiddeld, vindt Alain. ‘Het wijkt af van het gemiddelde hoempapanummer, terwijl er tóch feest in zit.’
Uit een plastic tas haalt hij een trainingspak en bodywarmer met bierprint, waarmee hij een mansgroot pilsje wordt. ‘Dit is de eerste keer dit jaar dat ik ’m aandoe. Kunnen nu mooi vast de kreukels eruit.’ Zijn zoon haalt een colbert en stropdas tevoorschijn: ‘Ik ben spion.’
Na een half uur poseren – ‘Als jij nou dat babyhoofd omhooghoudt, terwijl Alain zijn armen spreidt zoals die guy uit Rio’ – zit de shoot erop. Smits is druk bezig het beste exemplaar af te drukken en in te lijsten, vader en zoon kleden zich om.
Het wordt zoeken naar een goed plekje voor de foto. ‘Wij zijn net verhuisd, de muren zijn nog helemaal leeg. Maar in ieder geval niet op de badkamer of slaapkamer’, lacht Alain.
Het was een lange dag voor de zichtbaar uitgebluste gieren – ‘Eigenlijk hou ik helemaal niet van poseren’, liet Kaufmann zich al ontvallen. Het wordt nog een veel langere week voor ze: deze carnaval staan zestien optredens op het programma, niet alleen in Tilburg, maar ook in plaatsen als Drunen en Geertruidenberg.
Twee hoogtepunten: donderdag staan ze in de zaal van de fotoshoot met ‘de grote Gierboys-freakshow’, zaterdag rijden ze met een partybus vol vrienden en fans van show naar show. Alle dagen logeren ze met vrienden en vriendinnen in het ouderlijk huis van De Kok, ‘het gierennest’.
Goed moment om in de stilte voor de storm te reflecteren op wat het hen persoonlijk heeft opgeleverd om zó toegewijd te raken aan iets dat ontstond uit een grap.
De Kok denkt even na. ‘Het heeft nieuwe werelden geopend. Dat is de grootste verrijking. Het heeft ons naar zo veel plekken geleid waar we anders nooit waren gekomen, met mensen die we anders nooit hadden ontmoet.’
Een carnavalsact worden bracht hen ook dichterbij een oude wereld, de dorpen waar ze vroeger ‘de alto’s’ of outsiders waren, jongens die niet voetbalden en voor hun gevoel net niet helemaal pasten. En waar ze nu als Gierboys toch een plek hebben gevonden.
Smits: ‘Ook al zie ik eruit als een freakshow van carnavalsattributen, ik put veel zelfvertrouwen uit het dragen van mijn kostuum. En het is gewoon zó fucking leuk om op te treden. Daar is het ons om te doen. Voor de show geven we elkaar een kus, wensen we elkaar een goede wedstrijd. Dan ga je zingen en boem, de energie die terugstroomt uit het publiek voelt echt machtig.’
Waar houdt het op? Van de grap verder en verder doorvoeren wordt-ie alleen maar beter, vinden ze, en complexer. Als het aan hen ligt, groeit het Gierboys-wezen uit tot een op zichzelf staande planeet waar steeds meer leven is buiten carnaval.
Er zit een speelfilm in de pijplijn. Cannes is het doel, rode lopers – of anders het International Film Festival Rotterdam, ook goed. Het is menens. Kaufmann: ‘Hoe harder jullie lachen, hoe meer wij lullen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant