De Netflix-hitserie Adolescence heeft bijna een jaar na haar première de weg gevonden naar het klaslokaal. Docenten gebruiken de serie om gevoelige thema’s aan te kaarten. ‘De leerlingen moeten ook een beetje sympathieke burgers worden.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Miranda Renders heeft een pittige les in petto voor haar mentorleerlingen. ‘Hoe leer je keuzes maken die moreel juist zijn?’, lezen de binnendruppelende 4-vwo’ers op het digibord. De lesboeken blijven in de tas, in plaats daarvan start Renders een fragment van Adolescence. In stilte kijken de leerlingen naar een scène waarin de 13-jarige hoofdpersoon wordt verhoord door de politie.
Als het fragment is afgelopen, vraagt Renders welke verantwoordelijkheden de verschillende personages hebben. ‘De jongen om de waarheid te vertellen’, klinkt voor in het lokaal. ‘De politie om de zaak op te lossen’, zegt een ander. En achterin: ‘De vader om zijn zoon te beschermen.’
De hitserie Adolescence gaat over de 13-jarige Jamie, die wordt verdacht van de moord op een meisje van zijn school. Wat blijkt (spoiler alert): in de online manosfeer heeft Jamie een toxische kijk op vrouwen ontwikkeld, die hem uiteindelijk heeft aangezet tot de moord.
Recensenten, opvoedkundigen en politici staken vorig jaar de loftrompet over de vierdelige serie, die ook door de Volkskrant werd uitgeroepen tot beste van het jaar. Niet zelden ging het over de opvoedkundige waarde van Adolescence.
Die loftuitingen vond Renders, docent digitale wereld aan het Alberdingk Thijm College in Hilversum, eigenlijk wat overdreven. Toch zag zij kans om de serie in te zetten in het klaslokaal. Niet zozeer om leerlingen iets bij te brengen over toxische mannelijkheid, waar de serie zo om is geroemd, maar om thema’s als social media, influencers, bubbels en relaties bespreekbaar te maken.
Op initiatief van Tweede Kamerlid Barbara Kathmann (GL-PvdA) ontwikkelde mediamuseum Beeld & Geluid vorig jaar een kant-en-klaar lespakket voor docenten, ‘als aanknopingspunt om in de klas te spreken over de kansen en risico’s van de online leefwereld’. Met haar collega Bas Pijnappel schreef Renders mee aan het twaalfdelige lespakket, dat is verdeeld over vier thema’s en afgestemd op leeftijd en niveau.
Hoeveel docenten gebruikmaken van het lesmateriaal, is moeilijk te zeggen. Volgens een woordvoerder van Beeld & Geluid hebben docenten de webpagina meer dan zesduizend keer bekeken en zijn de verschillende fragmenten ook meer dan duizend keer bekeken. Dat wil niet zeggen dat het materiaal daadwerkelijk in de klas is behandeld, maar volgens de woordvoerder zijn de cijfers ‘vele malen hoger’ dan bij andere lespakketten die Beeld & Geluid aanbiedt.
In Hilversum gaat het deze woensdag over het thema verantwoordelijkheid. Renders vraagt haar leerlingen welke tactiek zij Jamie zouden adviseren in het politieverhoor. Via hun laptop kunnen de leerlingen kiezen uit vier opties: niks zeggen, liegen, eerlijk antwoord geven of iets anders.
Bijna unaniem kiest de klas voor eerlijkheid, slechts één leerling pleit voor zwijgen. ‘Alleen als hij het gedaan heeft.’ Renders vraagt waarom. ‘Omdat je zwijgrecht hebt.’
Na de lessen praten Renders en collega Pijnappel over de toegevoegde waarde van Adolescence. ‘Op school is het vaak: juiste antwoord en weer door. Bij deze lessen probeer je mee te geven dat er niet altijd een goed antwoord is, en dat je het niet per se met elkaar eens hoeft te zijn’, zegt Renders. ‘Als docent is het ook onze taak om te zorgen dat de kinderen die we de maatschappij insturen, ook een beetje sympathieke burgers worden.’
Pijnappel, docent Latijn en Grieks met een verleden als filosofieleraar, vult aan: ‘Je probeert met de leerlingen terug te gaan naar waarom ze iets vinden, en hen bij te brengen om op verschillende manieren naar dingen te kijken. Dat is niet alleen belangrijk, maar ook hartstikke moeilijk om te doen.’
Chiara de Jong, universitair docent digitale weerbaarheid aan de Erasmus Universiteit, is enthousiast over de les over verantwoordelijkheid. ‘Bij jongeren is de prefrontale cortex, het voorste deel van de hersenen, nog volop in ontwikkeling. Daarin zit onder meer impulscontrole en het stop- en denkvermogen. Hier wordt ingegaan op de eigen verantwoordelijkheid binnen een morele keuze, en welke gevolgen die keuze heeft.’
De Jong stelt dat de docent een grote rol speelt in de effectiviteit van het lesmateriaal. ‘Het is zo belangrijk dat je vanuit de interesse en de leefwereld van de kinderen spreekt over digitale media. Ze moeten wel het gevoel hebben dat ze de ruimte krijgen. Dan kunnen ze daadwerkelijk kritisch bewustzijn ontwikkelen.’
Ook leraren van de jongste middelbareschoolleerlingen kunnen het lesmateriaal gebruiken. Met 1-vwo behandelt Renders deze woensdag ook het thema bubbels en identiteit. De klas kijkt naar een Adolescence-fragment over emoji’s, waarin de zoon van de politieagent zijn vader uitlegt wat de symbooltjes betekenen. Het kost Renders in deze klas meer moeite om haar leerlingen een antwoord te ontlokken.
Dat is bij 4 vwo niet het geval. Leerlingen discussiëren over de vraag of Jamies vader tijdens het verhoor wel achter zijn zoon moet staan. ‘Ja, hij heeft steun nodig en als ouder moet je je kinderen steunen’, zegt een van de jongens voor in de klas.
Zijn klasgenoot is het daar niet mee eens: ‘Wat Jamie heeft gedaan is niet goed, dus dan moet je ook niet achter hem gaan staan.’ Nog voordat de klas kan reageren, bedenkt hij zich: ‘Maar de vader weet nu nog niet dat Jamie het heeft gedaan, dus moet hij wel achter zijn zoon gaan staan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant