Het RIVM heeft 65 nieuwe chemische stoffen in het oppervlaktewater onderzocht, waarvan er vijf extra aandacht nodig hebben. Het instituut vindt dat er minder chemicaliën in het oppervlaktewater geloosd moeten worden en spreekt waterbeheerders vanwege de drinkwaterveiligheid aan op hun verantwoordelijkheid.
De waterbeheerders zijn Rijkswaterstaat, waterschappen, gemeentes en provincies. Zij controleren of er nieuwe chemische stoffen in het oppervlaktewater zitten. Een derde van het drinkwater in Nederland wordt uit dit water gehaald. Voor stoffen die boven de zogeheten signaleringswaarde komen, moet worden onderzocht of de stof via het drinkwater een gezondheidsrisico kan zijn.
Het RIVM onderzocht 65 stoffen die tussen 2017 en 2020 in het oppervlaktewater boven die signaleringswaarde uit kwamen. Het zijn vooral stoffen uit industrieën, resten van medicijnen en bestrijdingsmiddelen.
Voor vijf stoffen concludeerde het milieu-instituut dat de concentraties in het oppervlaktewater te hoog zijn om er met eenvoudige zuivering veilig drinkwater van te maken, iets wat wel moet volgens de Europese waterrichtlijn.
Wat dit in de praktijk betekent voor de veiligheid van drinkwater, is nog deels onbekend. Het RIVM merkt hierbij op dat drinkwaterbedrijven in Nederland nu vaak ook al meer doen dan een eenvoudige zuivering.
Een van de vijf stoffen die in hoge concentraties zijn gevonden, is lithium. Op basis van nader onderzoek concludeert het RIVM dat lithium in ons drinkwater nu geen risico vormt voor de gezondheid. Voor de andere vier stoffen wil het RIVM dit nog onderzoeken.
Om de kwaliteit in de toekomst veilig te stellen, is het belangrijk dat er minder chemische stoffen in het water terechtkomen, waarschuwt het instituut. De stoffen komen vooral via industriële lozingen in het oppervlaktewater terecht. Volgens het RIVM zullen drinkwaterbedrijven en waterbeheerders hierdoor steeds meer moeite moeten doen om het drinkwater schoon te krijgen.
Binnenland
Source: NOS nieuws