Home

Waarom box 3 op de schop gaat (en die verbouwing nog wel even gaat duren)

De Tweede Kamer stemt vandaag over de nieuwe belasting op vermogen, die in 2028 wordt ingevoerd. Een Kamermeerderheid ziet dit wetsvoorstel als een tussenstation op weg naar een veel betere oplossing. Vijf vragen over box 3 nieuwe stijl.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.

Wat gaat er veranderen in 2028?

De vermogensbelasting, of eigenlijk: de belasting op het vermogensrendement, gaat over twee jaar compleet op de schop. Sinds 2001 berekent de Belastingdienst de box 3-belasting op basis van een fictief rendement. De dienst controleert niet hoeveel particulieren echt verdienen aan hun privévermogen (zoals spaarrente, huurinkomsten, dividend, koerswinst, waardestijging vastgoed), maar maakt daarvan een ruwe schatting op basis van marktgemiddelden. De verschuldigde belasting, die in het jaar erna geïnd wordt, bedraagt 36 procent van dat geschatte rendement.

Vanaf 2028 verandert dat. Dan moet de Belastingdienst van elke individuele belastingplichtige zo exact mogelijk nagaan hoeveel diens vermogen werkelijk heeft opgebracht en daar de belastingaanslag op baseren. Dat zou moeten garanderen dat niemand meer te veel of te weinig belasting betaalt over zijn of haar vermogen.

Hoe ziet die nieuwe box 3-belasting eruit?

Er zijn twee manieren om het werkelijk rendement te belasten: via een vermogensaanwasbelasting (vab) en een vermogenswinstbelasting (vwb). Bij een vermogensaanwasbelasting betaalt de belastingbetaler elk jaar belasting over de vermogensgroei in het jaar ervoor, net als in het oude box 3-stelsel. Die vermogensgroei bestaat uit (spaar)rente, dividend, huur en pacht, maar ook de koerswinst van effecten en waardestijging van vastgoed.

Bij een vermogenswinstbelasting betalen burgers pas belasting als zij de vermogenswinst te gelde maken. Voor koerswinsten van effecten en waardestijging van vastgoed komt dat ‘realisatiemoment’ als het vermogen in andere handen overgaat: bij verkoop, overlijden, schenking, huwelijk in gemeenschap van goederen en echtscheiding.

Het huidige wetsvoorstel verheft een vermogensaanwasbelasting tot hoofdregel in box 3. Voor vastgoedeigenaren die meer dan twee panden bezitten, wordt een uitzondering gemaakt: zij betalen vermogenswinstbelasting. Als aandelenkoersen en huizenprijzen dalen, mogen beleggers die verliezen in latere jaren van de belasting aftrekken.

Waarom kiest de Tweede Kamer voor een mix van vab en vwb?

Het ministerie van Financiën geeft de voorkeur aan een vermogensaanwasbelasting. Die is eenvoudiger uit te voeren, omdat de Belastingdienst en de belastingplichtigen dan minder lang gegevens hoeven te bewaren over aankoop- en verkoopprijzen en dergelijke.

Een groot nadeel van een vermogenswinstbelasting is dat belastingplichtigen betaling jaren kunnen uitstellen door vast te houden aan hun bezit. Zolang zij niet verkopen, hoeven ze immers niet te betalen. De schatkist loopt daardoor veel geld mis, leert de ervaring met grootaandeelhouders van besloten vennootschappen. Ondernemers maken in box 2 maximaal gebruik van de mogelijkheid tot belastinguitstel, waardoor zij in werkelijkheid veel minder belasting betalen dan op papier wordt verondersteld.

Maar vastgoed kan in een jaar flink in waarde stijgen. Dat gaat soms om grote bedragen. Een Kamermeerderheid wil niet dat pandjesbazen gedwongen worden een deel van hun bezit te verkopen omdat ze de box 3-aanslag niet kunnen voldoen. Daarom hoeven vastgoedeigenaren vanaf 2028 pas met de fiscus af te rekenen als ze hun onroerend goed verkopen.

GroenLinks-PvdA en de Partij voor de Dieren willen die uitzondering voor vastgoed schrappen. Waarom?

Omdat die volgens hen onnodig is. Vastgoedeigenaren die de vab niet in een keer kunnen betalen, kunnen namelijk gebruikmaken van bestaande betalingsregelingen. Het ministerie heeft onderzocht hoeveel vastgoedbezitters in betalingsproblemen komen als de huizenprijzen in één jaar met 10 procent stijgen. Dat zijn er slechts 2.400, waaronder een substantieel aantal zelfstandigen wier bedrijf slecht loopt. De betalingsproblemen van die laatste groep zijn dan niet te wijten aan de vab, maar aan andere oorzaken.

Bij gelijke belastingtarieven zou een vab voor vastgoedbezitters in de eerste dertig jaar maar liefst 42 miljard euro méér opbrengen dan een vwb. Het kabinet heeft zich echter voorgenomen de stelselwijziging ‘budgetneutraal’ in te voeren. De verwachte belastingopbrengst moet ongeveer hetzelfde zijn als de box 3-opbrengst in 2022. Mogelijk moeten spaarders en effectenbezitters straks via hogere tarieven meebetalen om het opbrengstverlies van de vwb voor vastgoedeigenaren te compenseren.

VVD, CDA, ChristenUnie, PVV, SGP, BBB en JA21 willen juist een vermogenswinstbelasting voor iedereen. Waarom?

Deze partijen zien het huidige wetsvoorstel slechts als tijdelijke oplossing. Ze willen een vwb voor iedereen, omdat dit ook de regel is in andere EU-landen. Ze zijn daarnaast gevoelig voor een stevige lobby van het bedrijfsleven (VNO-NCW) en belastingadviseurs.

Fiscalisten en belastingadviseurs worden betaald om de belastingaanslag voor hun cliënten zo veel mogelijk te drukken. De vwb biedt veel meer mogelijkheden voor belastingontwijking dan de vab, omdat de vermogenden het betalingsmoment dan min of meer zelf kunnen bepalen. En van jarenlang uitstel komt soms afstel. Juist de rijkste particulieren kunnen zich een dure belastingconsulent veroorloven die hen helpt box 3-belasting te ontlopen door maximaal gebruik te maken van de uitstelmogelijkheid.

De voorstanders van een generieke vwb weten nog niet hoe ze de hoge kosten daarvan (een belastingderving van ruim 5 miljard euro, alleen al in de eerste vier jaar) willen dekken.

D66 heeft, net als op andere punten in het regeerakkoord, ook in dit dossier een politieke draai gemaakt. Vóór de Tweede Kamerverkiezingen was de partij voorstander van het huidige wetsvoorstel: een vermogensaanwasbelasting voor effecten en spaarders, en een vermogenswinstbelasting voor vastgoed. Maar D66 wilde de box 3-belasting ook progressief maken, dus hoge rendementen veel zwaarder belasten dan kleine.

Inmiddels heeft de partij zich geschaard bij de rechtse meerderheid die in 2030 of 2031 een generieke vermogenswinstbelasting wil invoeren. In het coalitieakkoord staat dat het minderheidskabinet het nieuwe box 3-stelsel wil doorontwikkelen naar een ‘vermogenswinstsystematiek’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next