Onlangs vertelde een van me homies mij over wabi-sabi, een Japans ethisch-filosofische idee dat de vergankelijkheid van die libi omarmt. Wabi-sabi komt erop neer dat slijtage een wet is van de natuur en bijdraagt aan de charme van dingen, en dat imperfectie een vorm van schoonheid is. Dus heb je bijvoorbeeld een leren jas en begint die shit te rimpelen na verloop van tijd, dan heeft men het over het karakter dat zo’n jas heeft gekregen in plaats van dat de gebruikssporen als iets negatiefs worden gezien. Ook als iemands haar begint te vergrijzen kun je wabi-sabi toepassen. Door de ogen van iemand die zijn of haar waarnemingen door deze filosofie laat navigeren is dat dan gewoon wat het is, en komt de gedachte aan verven niet eens op.
Me homies en ik genieten vaker van zulke ideeën uit het oosten, met name uit Japan, waar mensen in onze optiek veel harmonieuzer leven met de wetten van Moeder Natuur. Kintsugi is een ander voorbeeld, de Japanse kunst van het repareren van gebroken keramiek met een soort goud- of zilverkleurige lak, waardoor de gebreken op sierlijke wijze onderdeel worden van het nieuwe leven dat zo’n object krijgt.
Hier in het Westen is het zelden zo dat afbreuk van wat dan ook wordt beschouwd als iets positiefs. We lijden hier met z’n allen aan de ziekte van meer, en hebben het liefst dat alles vers uit de verpakking komt. Het idee van iets recyclen leeft hier pas sinds de 20ste eeuw, terwijl wabi-sabi in het Oosten al bestaat sinds de middeleeuwen.
De kunst met nieuw aangenomen ideeën is om ze zo snel mogelijk toe te passen. Onlangs ontdekte ik dat het scherm van mijn Apple Watch een barst heeft. Tijdens het hardlopen begon dat ding opeens vast te lopen, wat blijkbaar kwam door een druppel op het scherm die het besturingssysteem penetreerde. Eenmaal thuis was me hoofd heet om het feit, vooral omdat mijn hardloopsessie niet accuraat werd gemeten hierdoor. Uit frustratie gooide ik dat ding op de bank.
In de dagen die volgden sluimerde het gemis mijn gevoel te binnen: kijken naar m’n pols was niet meer hetzelfde. Na een paar dagen werd het mij te veel. Dan maar een nieuwe halen besloot ik, tot ik al jakkerend op weg naar de Apple Store, zigzaggend door de menigte plotseling werd getroffen door het nieuwe paradigma: wabi-sabi. Nieuwe ideeën zijn er voor de toepassing dacht ik, en in plaats van te stoppen bij de Apple Store fietste ik het Leidseplein voorbij alsof dat mijn initiële bedoeling was, richting de dichtstbijzijnde ramen-tent waar ik een vegan tonkotsu ramen bestelde.
Onderweg naar huis verlangde ik naar het weerzien met mijn horloge. En daar lag-ie, precies waar ik ’m had achtergelaten, verdronken tussen de kussens van de bank. In dit nieuwe aanzicht symboliseerde de barst in het scherm mijn gelouterde bestaan als fervent hardloper. Al die kilometers waren stortingen aan de debetzijde van m’n geestelijke vermogens, waaronder discipline en persistentie de voornaamste zijn die worden aangevuld, maar waar winst heerst moet ergens ook altijd iets verloren gaan.
En hier komt het stukje omarmen aan bod. No love lost. Ik deed hem om m’n pols alsof het om iets nieuws ging, en op dat moment verlengde ik niet alleen de duur van het gebruik, maar bespaarde ik mezelf ook een paar honderd euro. Gelukkig voor mij werkte die tori ook als vanouds, en sindsdien loop ik met dat ding vol trots, trots op alle kilometers die ik ermee heb afgelegd. Tijdens al die runs waren het me, myself en m’n Apple Watch die mij bijstonden, en daar ben ik dat ding dankbaar voor.
Source: NRC