Een maand nadat de grote protesten in Iran bloedig werden neergeslagen, heerst wanhoop, uitzichtloosheid en frustratie. Veel inwoners verkiezen een Amerikaanse invasie boven een status quo. "Mensen rouwen om geliefden en een toekomst die er nu niet meer is."
Protesten groeiden begin januari in enkele dagen uit tot de grootste opstand sinds de Iraanse revolutie in 1979. "Er was optimisme", zegt Farhad, die in Teheran woont. "We dachten dat het regime begreep dat het de strijd had verloren."
Maar toen kwam de nacht van 8 op 9 januari, waarin de ordetroepen ongekend hard terugsloegen. Het is nog steeds niet duidelijk hoeveel doden er zijn gevallen. Volgens het Iraanse regime zijn het er 'slechts' 3.117. Volgens lokale medische diensten kunnen het er meer dan 30.000 zijn.
"Sinds het bloedbad is niets meer normaal", zegt Farhad. Elke dag ziet hij nog nieuwe, gruwelijke video's opduiken. NU.nl sprak vorig jaar al eens met de handelaar in koffieapparaten, nadat hij was gevlucht voor Israëlische bommen. Hij klinkt nu veel pessimistischer dan toen. "Nooit was de mentale gezondheid van Iraniërs er zo slecht aan toe", zegt hij. "We zijn boos, depressief en zonder hoop."
Dat is ook het sentiment bij drie Iraanse Nederlanders met wie NU.nl sprak. Parmida Baladi, die haar thuisland in 2018 is ontvlucht, heeft het over die ene vraag die blijft knagen. "Hoe kan een regime zoveel pijn, dood en verlies veroorzaken?"
Sara Nozohour zegt dat veel Iraniërs een mentale klap hebben gekregen nu het perspectief op een vrij land voorlopig is verdwenen. "Mensen rouwen", zegt ze. "Niet alleen om het verlies van geliefden, ook om de toekomst die er nu niet meer is."
Het leven kabbelt intussen wel weer voort in Teheran en andere Iraanse steden. De meeste scholen zijn weer open, nadat die in januari regelmatig dicht bleven. De winkels zijn open en mensen gaan weer werken.
"Maar mensen doen hun werk opzettelijk minder goed uit protest", zegt Negin Nafissi. Als IT'er begeleidt ze in haar vrije tijd enkele Iraniërs als mentor. "De handel ligt stil", zegt Farhad vanuit Teheran. "Iedereen lijkt af te wachten." Maar niemand weet precies waarop mensen wachten.
In de gesprekken met Farhad, Baladi, Nozohour en Nafissi komt naar voren dat Iraniërs tegen beter weten in op een buitenlandse tussenkomst hopen, vooral van de Verenigde Staten. President Donald Trump stuurde eind januari een "armada" aan marineschepen naar het Midden-Oosten. Sinds vorige week lijkt de geest van geweld weer uit de fles.
"Iedereen blijft hopen op oorlog", vertelt Nafissi. Ze beseft hoe heftig het is om dat te moeten zeggen. "Maar het Iraanse regime heeft mensen zo onder druk gezet dat het niet meer goed komt. Mensen zeggen: liever een bom op mijn hoofd, zodat onze kinderen in een vrij Iran kunnen leven."
"Steeds meer mensen klampen zich vast aan hoop op hulp van buitenaf", zegt ook Baladi. "Binnen Iran is bijna niets meer mogelijk." Volgens de in de VS gevestigde mensenrechtenorganisatie HRANA zijn na de protesten zeker 42.000 mensen gearresteerd.
Nozohour benadrukt dat ze zelf tegen een invasie is. Ze werkt bij VluchtelingenWerk Nederland en kent de nare gevolgen van oorlog maar al te goed. Maar ook zij weet dat men daar in Iran anders over denkt. "Laat die aanval maar komen, dan is het leven klaar", hoort ze wel eens.
Volgens onderzoek uit 2024, waarbij de universiteiten van Utrecht en Tilburg betrokken waren, steunt slechts 15 procent van de Iraanse bevolking het regime. Bij Iraniërs in het buitenland is dat minder dan 1 procent. Mogelijk is het aantal verder gedaald na het bloedige optreden in januari.
Mensen proberen in afwachting van wat komt de gebeurtenissen van de afgelopen maand een plek te geven. Er zijn nog veel onverwerkte trauma's. "Iedereen die ik ken is op straat geweest en heeft gezien hoe mensen werden doodgeschoten", zegt Nafissi.
Ze wordt emotioneel als ze terugdenkt aan een bericht van een oude schoolvriendin. Die moest zich verstoppen voor de ordetroepen tijdens de protesten in januari. Haar vader gaf haar een mes. "Verdedig je daarmee, of zet het op jezelf", zei hij. "Maar je gaat niet met hen mee." Ze kwam uiteindelijk met de schrik vrij.
Nozohour hoort nog steeds van vriendinnen hoe de straten drie weken na het bloedbad nog naar bloed ruiken. "Ik dacht eerst dat ze dit figuurlijk bedoelden", zegt ze. "Tot ik doorhad dat het echt zo is."
Baladi troost zich met de gedachte dat verandering tijd kost. "Het gaat niet om het afzetten van een dictator, maar om het ontmantelen van een systeem", zegt ze. "Op zijn minst is er geen weg terug."
Farhad trekt zich op aan een bijeenkomst die hij af en toe organiseert met vrienden. "Dan praten we enkele uren, drinken we wat en lachen we", zegt hij. "We hadden er gisteren eentje, voor het eerst in meer dan een maand. Ditmaal was iedereen stil, verzonken in gedachten."
Farhad is niet de echte naam van de geïnterviewde. We hebben op zijn verzoek een andere naam gebruikt. De echte naam is bekend bij de redactie.
Source: Nu.nl algemeen