Musicalster, choreograaf en regisseur Stanley Burleson (59), nu te zien in Ons Pap wil bij de Revue, staat steeds minder vaak op het podium. Dit is wat hij leerde in het leven: naast zijn vak kun je bijna geen sociaal leven hebben en het wordt altijd vanzelf elf uur.
„Ik word later succesvol, zei ik als kind altijd. Maar hoe, dat wist ik niet. Een tijdje wilde ik chirurg worden, want dat verdient goed, dacht ik. Tot ik een operatie op tv zag. Als je niet bent opgevoed met art komt artiest worden niet in je op. Mijn vader werkte in een fabriek en mijn moeder was huisvrouw. Op een dag vroegen een paar klasgenoten die op jazzballet zaten of ik een keer meeging. Het was meteen thuiskomen. Na een jaar vroeg de danslerares of ik auditie wilde doen voor Cats. Ik zong in de schoolband, dus zingen kon ik ook al een beetje. Ik werd aangenomen als understudy van twee rollen. In het tweede jaar kreeg ik een grote, vaste rol.
Ik heb het geluk gehad dat ik al in 1991 bij Joop van den Ende terechtkwam. Simone Kleinsma, Pia Douwes en ik waren degenen waarin hij tijdens de jaren negentig investeerde. Ik speelde in de ene grote show na de andere. Miss Saigon, Chicago, Elisabeth. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer. Producenten willen het liefst voor elke show een nieuwe ster hebben, een fris gezicht.
Een musical als Miss Saigon is helemaal gekopieerd uit Engeland. Daar zit een ‘resident director’ op die zorgt dat alles precies zo gaat als in Engeland. Als je een keer te ver naar links stapt dan komt er na afloop meteen iemand op je kleedkamerdeur kloppen om te zeggen dat je te ver naar links bent gestapt. Dan hadden ze aan mij een moeilijke. Ik doe mijn best een rol zo goed mogelijk te spelen, maar ik blijf mezelf. Als je wil dat het precies zo is als in Londen, dan moet je die gozer uit Londen hiernaartoe halen en hem Nederlands leren. Aan grote shows uit het buitenland valt minder eer te behalen. Nu sta ik in Ons Pap wil bij de Revue, een Nederlandse productie. We veranderen steeds dingetjes, improviseren een beetje. Zo kun je meer jezelf zijn en blijft het ook langer leuk.
Als ik in producties stond met Pia [Douwes], dan ging de meeste aandacht naar haar, zij was de ster, zij stond vooraan op de poster. Mijn ego begon dan weleens te zeuren: maar jij werkt toch net zo hard als zij? Zo’n gedachte kon ik altijd wegduwen. Met Ons Pap wil bij de Revue toeren we ook langs kleinere theaters. Ben ik daardoor minder? Nee. Als ik ergens trots op ben, dan is het dat ik mijn hele carrière lang mijn ego onder bedwang heb kunnen houden. Te veel mensen laten hun eigenwaarde afhangen van hoe succesvol ze zijn. Daar word je niet gelukkiger van.
Naast dit vak kun je bijna geen sociaal leven hebben. Je speelt een voorstelling vaak wel acht keer per week. Ik was nooit bij verjaardagen. Kerst? Misschien kwam ik na elf uur nog even. Iedereen om mij heen wist: hij kan nooit. Ik heb nog nooit een aflevering van Wie is de Mol? gezien. Voordat smartphones er waren, hadden we niet zo door wat er buiten onze bubbel gebeurde. Nu zie ik dat mensen om me heen vaker fomo hebben, fear of missing out. Daar probeer ik van weg te blijven. Ik heb wel Instagram, maar na vijf minuten scrollen ben ik er gelukkig wel weer klaar mee.
Op het podium voeren we drie disciplines tegelijk uit: zingen, dansen en acteren. We zijn aan het entertainen, dus we laten het eruit zien alsof het makkelijk is. Daardoor zien veel mensen musical als een mindere kunstvorm dan bijvoorbeeld opera. Dan denk ik: wij zingen hetzelfde liedje, maar dan met een andere stemsoort en dansen er ook nog bij. Er is niks zo moeilijk als die drie disciplines op een goed niveau uitvoeren. Als je bij een musicalster niet meer kunt zien of iemand van oorsprong nou zanger, danser of acteur is, dan heb je de ultieme musicalspeler: een ‘triple threat’. Dat is altijd mijn kracht geweest.
Wat mij betreft is het publiek de baas. Als zij komen, dan heeft iets bestaansrecht. Sinds ik in het vak zit, heeft musical altijd het meeste bezoekers gehad van alle podiumkunsten. En dat allemaal zonder subsidie. Musicals zijn laagdrempelig en openen deuren naar andere theatervormen. Veel mensen komen met theater in aanraking via musicals en gaan vervolgens een keer bij opera, ballet of toneel kijken.
In 2023 heb ik voor het eerst een musicalshow geregisseerd: Boni, over de Surinaamse verzetsheld die tegen de slavernij streed. Mijn vader komt uit Suriname. Maar hij heeft zich héél goed aangepast aan Nederland, dus ik ben niet opgevoed met de Surinaamse cultuur. Ik ben opgegroeid in Krommenie en daar woonde maar één andere zwarte man. Toen ik werd gevraagd voor Boni zei ik tegen het team: je moet je bewust zijn dat je mij vraagt omdat ik een goede show kan neerzetten, maar ik heb hulp nodig om er een authentieke show met verwijzingen naar de Surinaamse cultuur van te maken. Het is belangrijk dat je je goede en zwakke punten kent.
Ons Pap wil bij de Revue gaat over drie oudere variété-artiesten, waaronder ik, met daaromheen een ensemble van jonge mensen. Een show vol grappen en grollen over de generatiekloof. Ik maak zelf ook mee hoe dat kan schuren. De nieuwe generatie is veel mondiger. Ik hoor soms van collega-regisseurs en choreografen dat jonge mensen tijdens een repetitieperiode de hele boel laten stilleggen omdat ze het niet goed genoeg vinden wat er gemaakt wordt. Dan denk ik: really? Je komt net van school! Ik moet soms ook nog wennen aan die hele woke-situatie. Tijdens een repetitie vragen dansers elke dag aan elkaar: vind je het goed als ik je aanraak? Dat is toch gewoon je werk?
Voor Disney in Concert, de concerten waarmee ik in december drie keer in de Ziggo Dome stond, moest ik zeven Disney-liedjes uit mijn hoofd leren. Dat koste me vroeger een paar dagen, nu was ik er wéken mee bezig. Een bijkomstigheid van ouder worden. De eerste keer dat ik de nummers uitvoerde, zat er meteen 17.000 man naar me te kijken. Best stressvol, maar echt gespannen ben ik eigenlijk nooit meer. Ik weet inmiddels: het wordt altijd vanzelf elf uur. En dan is het weer gelukt. Of er gingen een paar dingetjes mis en die fixen we dan de dag erop. Ik word dit jaar zestig en kan steeds beter relativeren. Dat maakt het leven echt makkelijker. Dat mijn lichaam er langzaam mee stopt is wel frustrerend. Waarom heb ik opeens elke dag wel ergens pijn? Ik heb vorig jaar een nieuwe heup gekregen. Die was helemaal versleten, je zag het aan hoe ik over het podium liep.
Mijn man [musicalacteur Marcel Visscher] en ik zijn sinds 2003 samen, toen we samen in De Drie Musketiers speelden. Toen het homohuwelijk er kwam, dacht ik: fantastisch hoor, dat het kan, maar volgens mij moeten homo’s niet gaan trouwen, maar moeten hetero’s ermee stoppen. Ik vond het heel ouderwets dat er allemaal voordelen kleven aan een papiertje ondertekenen. Je moet als homo niet trouwen omdat de heteromaatschappij dat van je verwacht. Maar in 2023 had Marcel een surpriseparty voor mij georganiseerd omdat ik 35 jaar in het vak zat. Toen ik Marcel op het podium stond te bedanken voor de avond, heb ik hem spontaan ten huwelijk gevraagd. Ik dacht: we zijn al zo lang samen, ik weet zo zeker dat dit for life is. Laten we dat bekronen, puur omdat wij dat zelf willen.
Na bijna veertig jaar word ik niet meer zo gelukkig van op toneel staan als vroeger. Ik heb een keer met een coach gesproken die zei: je bent nu een senior artiest. Na tientallen jaren optreden raakt je lichaam zo gewend aan het podium dat het geen adrenalinestoot meer aanmaakt als je opkomt. En daardoor wordt er minder gelukshormoon aangemaakt. Dat geluksgevoel haal ik nu uit andere dingen. Als ik een auditie afneem en ik kan iemands performance met een paar aanwijzingen stukken beter maken, dán krijg ik kippenvel. Als ik vandaag te horen krijg dat ik nooit meer op het podium zal staan, dan denk ik: jammer. Maar het is niet het einde van de wereld.”
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC