De grootste potloodfabrikant ter wereld, Faber-Castell, beschuldigt Costa Rica ervan een oude fabriek te misbruiken om asielzoekers vast te houden die de Amerikaanse regering vorig jaar heeft gedeporteerd. De Duitse producent had het gebouw geschonken voor humanitaire doeleinden.
Faber-Castell produceert wereldwijd meer dan twee miljard houten potloden per jaar. Vroeger had de fabrikant een fabriek in het zuiden van Costa Rica, waar het hout afkomstig was van bomen die in de regio werden geteeld. In 2013 sloot het bedrijf de fabriek vanwege ongunstige economische omstandigheden. Vijf jaar later schonk Faber-Castell het pand aan Costa Rica.
In een contract, dat The Guardian heeft ingezien, staat dat Costa Rica het pand zou gaan gebruiken als opvanglocatie om migranten in de regio onderdak en hulp te bieden. Dat was bedoeld voor de toename van het aantal Nicaraguanen. Zij staken de grens over naar Costa Rica toen de Nicaraguaanse regering gewelddadig optrad tegen demonstranten.
Het is niet bekend of het gebouw daar ooit daadwerkelijk voor is gebruikt. Maar Costa Rica heeft vorig jaar wel tweehonderd gedeporteerden uit de VS opgenomen en in de voormalige fabriek opgesloten.
Faber-Castell zegt dat het daar niet van op de hoogte was. "Er is onder geen enkele voorwaarde afgesproken dat het als gevangenis zou worden gebruikt", zeggen vertegenwoordigers van Faber-Castell in een verklaring.
De vanuit de VS gedeporteerde mensen zijn geen Costa Ricanen. Het gaat om mensen die vanuit Rusland en delen van Azië en Afrika naar de VS zijn gemigreerd. Hoewel ze geen criminelen waren, zijn ze wel gedeporteerd en geboeid naar Costa Rica gevlogen. Zij zijn daar minstens twee maanden vastgehouden, ontdekte The Guardian eerder.
Human Rights Watch bezocht de faciliteit afgelopen voorjaar en interviewde enkele gedeporteerden. De mensenrechtenorganisatie concludeerde in een rapport dat migranten maandenlang in het centrum werden vastgehouden, terwijl de faciliteit "duidelijk bedoeld was voor verblijven van slechts enkele dagen". Ook was er volgens de organisatie "geen wettelijke basis" voor hun detentie.
Het hooggerechtshof van Costa Rica oordeelde afgelopen zomer dat de migranten van "hun recht op vrijheid zijn beroofd". Het ministerie van Openbare Veiligheid, waarmee de potlodenfabrikant het contract sloot, ontkent dat. Faber-Castell heeft geen antwoord gegeven op vragen over de vraag of het bedrijf van plan is verdere stappen te ondernemen.
Source: Nu.nl economisch