Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Harry Prak (65) pakte als clusterchef de regie na de moord op een 17-jarig meisje. ‘Ze woonde bij mij in de buurt. Dat hakt erin.’
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Aan de gespannen stem van de centralist over de portofoon hoorde ik meteen dat deze melding ernstig was. Hier vlakbij, zo’n 200 meter van het bureau in Roden, was een 17-jarig meisje neergestoken. Twee collega’s gingen meteen ernaartoe. Ik sprong ook in een dienstauto en reed naar een parkje hier in de buurt waar de traumahelikopter landde, en bracht de arts en verpleegkundige naar de plaats delict.
‘Boven in de woning, in haar slaapkamer, waren mijn twee collega’s het meisje aan het reanimeren. Meteen namen de mensen van de traumaheli het over. Er was geen houden aan, ze had 27 messteken. Dus, hoe zeg ik dat netjes, geen muur was nog wit. De aanblik van dat slaapkamertje vergeet ik nooit meer. Echt gruwelijk.
‘Haar broertje vertelde dat het ex-vriendje van zijn zus had aangebeld met de smoes dat hij een schoolboek moest terugbrengen. Het was 2 juli, het schooljaar was ten einde. Drie dagen daarvoor had het meisje hun verkering uitgemaakt. Die jongen kon dat niet verkroppen en was met een mes naar boven gegaan.
‘Ik coördineerde de boel, ving de tactisch rechercheur op, liet alles afzetten, regelde een buurtonderzoek en zorgde dat de pers geen sporen binnen het afzetlint kon vervuilen. Het broertje van het slachtoffer gaf ons het telefoonnummer van de verdachte. Terwijl de tactisch rechercheur die jongen belde, klonk over de portofoon de melding dat 1,5 kilometer verderop, bij het sportpark van de voetbalvereniging, een verwarde jongeman rondliep. Eén en één is twee – dat was onze verdachte.
‘Onze tactisch rechercheur belde hem, en hij nam op. Ondertussen scheurden de andere collega’s naar het voetbalveld, hielden hem aan en brachten hem naar het cellencomplex in Assen. Ik kreeg alles mee over de portofoon. Ondertussen reed de brancard met het meisje langs me over het pad bij de voordeur, waar een ambulance haar naar het ziekenhuis bracht. Ze heeft het niet overleefd.
‘Ik ben heel lang bij die woning gebleven. Mijn eigen vrouw en zoon kwamen nog even kijken, dat doet iets met je. Ik kan goed in mijn politierol blijven, maar op dat moment vond ik het wel even slikken. Dan realiseer je je weer dat het slachtoffer iemands dochter en zusje is.
‘’s Avonds, rond half 10, kwam de moeder van het meisje thuis. Ze was op haar werk door mijn collega’s geïnformeerd en kwam wat toiletspulletjes halen omdat ze de plaats delict niet mocht betreden en bij familie ging logeren. Ik zei: ‘Ga niet naar binnen, ik wil niet dat jij het beeld van die slaapkamer op je netvlies krijgt. Als je zegt wat je wilt hebben, zal ik het voor je pakken.’ En dat heb ik gedaan.
‘Later heeft een medewerker van het mortuarium die slaapkamer schoongemaakt. Ik had de sleutel en liet hem binnen. Hij is er uren mee bezig geweest, heel professioneel. In mijn ogen verrichtte hij een kunststukje: alle muren waren weer wit. Ongelooflijk, als je zag in welke toestand het was toen hij eraan begon.
‘Meteen de dag na de moord ben ik met de wijkagent naar die school gegaan om een informatiebijeenkomst te houden. Onder de leerlingen en leraren heerste diepe verslagenheid. Diezelfde avond hebben we ook duiding gegeven bij het meisjeselftal, ook zij waren geschokt.
‘Dit was dus een puur geval van femicide. Hij, 19 jaar, vermoordde zijn vriendin van 17 omdat ze het had uitgemaakt. Ze kenden elkaar van school en waren allebei lid van dezelfde voetbalvereniging.
‘Andermans ellende, dat is ons werk. Maar deze melding hakte erin omdat het dicht bij mijn eigen woonomgeving gebeurde. Iedereen kende haar, ze was geliefd in onze gemeenschap. Maandenlang was dit het onderwerp van gesprek, overal waar ik kwam ging het steeds daarover. Het had een gigantische impact. Het is nu gesleten, maar steeds als ik daar voorbijkwam, zag ik dat slaapkamertje weer precies zo terug in mijn herinnering, als op die dag.
‘Wat dit verhaal vooral laat zien: femicide kan iedereen overkomen. Die jongen was een heel gewone jongen, geboren en getogen in de gemeente Noordenveld, die hier naar school ging, voetbalde, vrienden en verkering had. Hij had geen strafblad, deed het goed op school en kwam niet voor in onze politiesystemen. Deze daad was voor niemand te voorspellen.
‘De dader kan iedereen zijn, we moeten verdachten niet te snel stigmatiseren. In alle gevallen van femicide die ik van mijn werk ken, zijn de daders gewoon mensen zoals ikzelf, met een Nederlandse achtergrond.
‘Een effect van deze melding is wel dat ik minder onbevangen naar mijn dochter kijk. Ik heb ook een zoon, maar ik vind mijn dochter ineens kwetsbaarder. Ze is nu 21, en ik moet oppassen dat ik niet kritischer kijk naar de jongens met wie ze thuiskomt. Dat wil je niet. Maar als ik heel eerlijk ben: dat doe ik wel.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant