Home

In schuilkelders uit de Koude Oorlog slaan Nederlanders nu de sinterklaasspullen op

In de Koude Oorlog konden 450 duizend Nederlanders schuilen in speciale kelders. Die doen nu vooral dienst als opslagplaats. Hoe erg is dat in tijden van oorlog op het continent? ‘Ze bieden geen enkele bescherming.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.

Wie op weg naar de schuilkelder onder de Louis Bouwmeesterschool in Amsterdam Nieuw-West niet is gestruikeld over opgeslagen sinterklaaszakken, klompen of kunststof opbergdozen vol schoolspullen, kan achter de stalen deuren veilig plaatsnemen op een van de daar gestalde sleeën. ‘Het is een mooi groot magazijn’, zegt Monique Altink (61) van de administratie met een glimlach als ze de weg wijst door de monumentale school.

Het lot van de Amsterdamse schuilkelder is exemplarisch voor wat na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie gebeurde met deze rudimenten uit de Koude Oorlog. Als ze niet werden opgedoekt, veranderden ze in royale bezemkasten, opslagruimten, fietsenkelders of zoals in Nijkerk in een kegelbaan.

Tijden van dreiging op het continent en ongeïdentificeerde drones boven Nederlands grondgebied, roepen de vraag op hoe erg dit is. En ook of de behouden schuilplaatsen nog van nut kunnen zijn.

Gemeenten weten niet waar ze zijn

Om die laatste vraag te beantwoorden, is het eerst zaak te weten te komen waar ze nog zijn. Dat blijkt nog niet gemakkelijk, ervaarde het bestuurders- en ambtenarenblad Binnenlands Bestuur. Bij een uitvraag onder gemeenten bleek dat velen niet meer weten waar hun inwoners destijds konden schuilen. Van de 190 gemeenten die reageerden op de enquête, zeiden 116 dat ze geen schuilkelders hebben.

Dit strookt niet met gegevens van Stichting Menno van Coehoorn, die historische verdedigingswerken in kaart brengt. Uit haar cijfers blijkt dat zeker een derde van die gemeenten ze nog wél heeft. De algehele conclusie van Binnenlands Bestuur: ‘Nederland onbeschermd: gemeenten lieten bunkers vervallen’.

Als twee onderzoekers van Stichting Menno van Coehoorn rondgeleid worden door de schuilplaats onder de school in Nieuw-West, moeten ze gniffelen bij die vaststelling van het bestuursblad. Maar voordat Raphaël Smid en Rutger Noorlander uitleggen waarom ze die vaststelling voorbarig vinden, eerst een geschiedenislesje.

Betonnen kolossen

Na de Tweede Wereldoorlog verdwenen veel schuilplaatsen uit het straatbeeld. De oorlog was voorbij en men wilde niet meer worden geconfronteerd met de betonnen kolossen. Maar toen het eind jaren veertig alweer hommeles werd met de Sovjet-Unie, ging men de wederopbouw combineren met het aanleggen van nieuwe schuilkelders.

‘Amsterdam ging voortvarend te werk’, zegt Noorlander, die onderzoek deed naar schuilplaatsen in de hoofdstad. ‘Proactieve ambtenaren benaderden projectontwikkelaars of ze er onder een gepland bouwwerk niet een wilden aanleggen. De meerkosten voor de dikkere muren en voorzieningen betaalde het Rijk.’

Met een van de eerste schuilkelders, onder de H-vormige Louis Bouwmeesterschool, had Amsterdam in 1956 een standaardmodel voor ogen. Directeur Ingeborg van der Meulen (61) zegt dat ze leerlingen maar wat graag vertelt over ‘het stukje geschiedenis onder ons gebouw’, waar destijds plek was voor honderdvijftig mensen.

Sinds de oorlog in Oekraïne merkt ze de toegenomen interesse onder de kinderen. ‘Ze vinden het spannend’, zegt ze. ‘Mogen we mee naar beneden, vragen ze dan.’ Ze weet ook van collega’s die het maar unheimisch vinden en juist liever niet afdalen.

450 duizend schuilplaatsen

Uiteindelijk werd het standaardontwerp uit Nieuw-West tijdens de Koude Oorlog nog slechts één keer gebruikt bij de bouw van in totaal 41 openbare schuilplaatsen in Amsterdam, waarvan er 34 zijn behouden. Samen waren ze goed voor het opvangen van 35 duizend personen, zo’n 8 procent van het landelijke totaal van 450 duizend. Naast openbare schuilplaatsen, hadden veel bedrijven er ook een voor hun personeel. Onder meer bij Shell in Den Haag, de Postgiro in Arnhem en het busbedrijf in Amsterdam, omdat chauffeurs nodig waren bij een evacuatie.

Tezamen waren al die kelders lang niet genoeg voor de bijna 11 miljoen inwoners medio jaren vijftig. ‘Dat hoefde ook niet’, zegt onderzoeker Smid. ‘Bij een eventuele aanval werd geadviseerd onder de trap in huis te schuilen. De openbare kelders waren voor mensen die toevallig op straat waren.’

Behalve als plek om dekking te zoeken bij bombardementen, waren de kelders bedoeld te beschermen tegen straling na het gebruik van een atoombom. ‘Elke schuilplaats had daarom een gasdichte stalen toegangsdeur, overdrukventielen en luchtbehandelinginstallaties’, wijst Noorlander aan.

Als een ladder en een verkeersbord aan de kant zijn geschoven, toont hij achter een stalen luik het zandfilter. ‘De lucht van buiten werd geleid door fijne kiezels, waar atoomdeeltjes zich aan binden. Als de stroom zou uitvallen, kon met een slinger dit systeem blijven werken.’

Geen enkele bescherming

Dat Nederland de kelders heeft laten verstoffen, vinden de onderzoekers niet problematisch. Psychologisch dragen kelders, zoals onder meer niet-Navo-lidstaat Zwitserland die nog wel heeft, bij aan het algehele weerbaarheidsgevoel van inwoners, zeggen zij.

‘Maar in een tijd van hybride oorlogsvoering, met vooral digitale aanvallen op cruciale infrastructuur, bieden kelders geen enkele bescherming’, zegt Noorlander. Bovendien zijn grootschalige droneaanvallen, zoals dezer dagen in Kyiv, niet onmiddellijk te verwachten in Navo-landen. En, zegt hij: ‘Tegen de kracht van de hedendaagse bommen is sowieso geen schuilkelder opgewassen.’

Ook niet onbelangrijk, voegt Smid toe: ‘Als we ze toch weer willen, dan is zo’n project over tien jaar pas af, en dan alweer verouderd – en dat tegen gigantische kosten. Het is dood geld investeren.’

De absurditeit van het zich op deze manier voorbereiden op een totale oorlog, was voor het einde van de Koude Oorlog reeds ingedaald. De eerste schuilkelders werden nog voor de val van de Berlijnse Muur niet meer onderhouden. ‘Want wat zou je na een atoombom aantreffen als je uit zo’n kelder stapt?’, zegt Noorlander. ‘Men zag in dat niets van ons land over zou zijn.’

Die logica gaat volgens hem nog steeds op: ‘Nederland is te klein voor een atoombom.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next