Home

Op het NK boulderen maken klimmers zich niet druk over het gebrek aan bergen: ‘We willen naar de Spelen’

De klimsport is de afgelopen jaren razendsnel gegroeid in de Lage Landen, en daarmee ook de sportieve ambities. Op het NK boulderen in Antwerpen dromen de deelnemers van de Olympische Spelen in 2028.

schrijft voor de Volkskrant over theater en human interest

‘Allez! Allez!’ schreeuwt het publiek zondagmiddag tijdens het NK boulderen, wanneer de voeten van Amber Schiffeleers (21) de mat verlaten en haar met magnesiumpoeder bedekte handen de eerste grepen zoeken. Terwijl ze langzaam haar lichaam omhoog beweegt tegen de steile wand, verraden haar zichtbaar uitdijende schouderspieren een uiterste krachtsinspanning. Dan, in een oogwenk, staat ze weer met beide benen op de grond. Ze kijkt omhoog. Nog eens.

In een oude loods, gelegen aan de oever van de Antwerpse Schelde, is speciaal voor het gecombineerde Nederlands en Belgisch kampioenschap een 30 meter lange, 4 meter hoge klimwand opgetuigd. Opgezweept door dreunende muziek en paarse sfeerverlichting strijden 24 mannen en 24 vrouwen voor een plek in de finale die later vanavond plaatsvindt.

Naast de klimwand is er ook speciaal voor het evenement een grote tribune opgebouwd, zijn er foodtrucks aanwezig op het ‘festivalterrein’, en is er een uitgebreid randprogramma waarbij de circa 1.500 toeschouwers ook zelf de muur op kunnen.

Het gaat goed met de bouldersport

Zo op het eerste gezicht lijkt het dus goed te gaan met de bouldersport, die in Nederland nog relatief jong is. Pas in 2003 opende in een kraakpand in Eindhoven de eerste onofficiële boulderhal, en na iets meer dan twintig jaar kent Nederland al zo’n 70 duizend amateurklimmers, verdeeld over ongeveer vijftig hallen.

Ondanks het commerciële succes speelt Nederland geen rol van betekenis op internationale toernooien, en blijven ‘we’ qua prestaties achter bij andere landen om ons heen. Op de Olympische Spelen van Tokio, waar klimmen voor het eerst op het programma stond, verscheen geen enkele Nederlandse klimmer aan de start. Vier jaar later in Parijs ook niet.

Daar moest verandering in komen, en dus installeerde de klimbond een aantal jaar geleden Dick Boschman als technisch directeur met een ‘keiharde’ doelstelling: minimaal een klimmer op de Spelen in Los Angeles in 2028.

Afzonderlijke categorieën

Boschman is aandachtig toeschouwer in Antwerpen, en ziet voor de Spelen in Los Angeles mogelijkheden: ‘Op de vorige Spelen waren lead (klimmen met touw, tot 15 meter hoogte, red.), boulderen en speed (zo snel mogelijk boven zijn, red.) nog gecombineerde categorieën, maar wij hebben vooral specialisten in boulderen en lead. Dat er voor elke afzonderlijke categorie medailles zijn te halen in Los Angeles is in ons voordeel.’

In navolging van andere sporten gaat het boulderen zijn toptalenten centraliseren. In mei opent in Nieuwegein een nieuwe hal, waar het Nederlands team gezamenlijk gaat trainen onder begeleiding van de beste coaches. ‘Straks kunnen we concurreren met de Oostenrijkse en Franse faciliteiten’, aldus Boschman, die wijst op het gebrek aan bergen als belangrijke reden voor het achterlopen op andere landen.

Teleurstellend optreden

Wie de uittredend Nederlands kampioen Schiffeleers ziet zwaaien en zwieren, of haar eigen lichaamsgewicht aan drie vingers omhoog ziet trekken, kan het zich haast niet voorstellen, maar ook zij kan op internationale toernooien nog geen potten breken. Ze staat momenteel op plek 76 op de wereldranglijst.

Na de halve finale, waarin Schiffeleers derde wordt, praat ze na met haar coach. Haar betraande ogen verraden, ondanks het behalen van de finale, teleurstelling over haar optreden. ‘Het kostte allemaal net te veel energie’, zegt ze. ‘Die ga ik straks missen in de finale.’

Over haar ambitie richting de Spelen in Los Angeles is ze duidelijk: ‘Ik ga proberen erbij te zijn, maar realistisch gezien is dat denk ik te hoog gegrepen.’ Wel kijkt ze ernaar uit om te gaan trainen in het nieuwe nationale klimcentrum. ‘Ik ga daar wonen en ook een deel van mijn studie doen. Ik hoop dat ik daardoor een grote stap kan zetten.’

Routebouwers

Wanneer de Belgische wereldtopper Hannes van Duysen de laatste boulder heeft ‘getopt’, en onder luid applaus de mat verlaat, snellen negen ‘routebouwers’ de mat op. In tien minuten schroeven zij de muur leeg, waarna ze de finaleboulders monteren. De finalisten zitten nu ‘in isolatie’ aangezien ze de boulders pas mogen zien vlak voordat ze gaan klimmen.

Een van die routebouwers is Nikki van Bergen, tevens coach van Jong Oranje. Zij noemt nog een voordeel voor het centraal laten trainen van de talenten: ‘We hebben jarenlang bij reguliere hallen moeten lobbyen voor meer dynamische boulders, een boulderstijl die veel in competities wordt gebruikt waarbij klimmers meer moeten springen. Nu kunnen we die zelf gaan bouwen.’

In één poging

Als de finale aanvangt is de hal donker. Een voor een worden de finalisten aangekondigd, waarna ze en groupe de boulders mogen bekijken. Briq Middelburg, een van de twee overgebleven Nederlandse mannen, beklimt de eerste van vier finaleboulders vlot. Ook Schiffeleers topt haar eerste boulder. Even blijft ze aan de eindgreep hangen om het oorverdovende applaus in ontvangst te nemen.

Middelburg weet ook de tweede boulder te toppen, maar na twee teleurstellende laatste boulders wordt hij toch nog ingehaald door Don van Laere (26) die de laatste boulder in één poging klaart en daarmee de titel grijpt.

Schiffeleers prolongeert met een spectaculaire eindmove op de laatste boulder haar nationale titel. Schreeuwend landt ze op de mat waarna ze met haar handen achter haar hoofd van opluchting op de grond blijft liggen.

In de algemene einduitslag eindigen ze allebei achter een Belg. Misschien een mooi doel voor in Los Angeles: meedoen en, als het even kan, voor de Belgen eindigen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next