Home

Voormalig geheim agent Rachel van der Wilden (100): ‘Ik kan snel zien of iemand oprecht is’

Rachel van der Wilden-Fall is 100 jaar. Ze was geheim agent voor MI6, de Britse buitenlandse inlichtingendienst. Over die tijd licht ze een tipje van de sluier op.

Rachel van der Wilden-Fall zit geconcentreerd te luisteren naar het BBC-nieuws op de televisie, als haar bezoek de huiskamer betreedt. De berichtgeving gaat weer over die ene man die het nieuws al een jaar weet te domineren – ze volgt het op de voet. De in Engeland geboren 100-jarige vertelt ooit voor de liefde in Nederland te zijn gebleven. Ze werd als geheim agent voor MI6 tot haar grote teleurstelling gestationeerd op de Britse ambassade in het saaie Den Haag, terwijl haar Parijs was beloofd. ‘Ik was furieus, maar het heeft zo moeten zijn.’ In vlekkeloos Nederlands met een fraai Brits accent vertelt ze haar levensverhaal.

Hoe gaat het met u?

‘Heel goed. Ik ben nog lid van de British Club en ga naar lezingen en concerten die ze organiseren. Tot mijn 80ste heb ik vertaalwerk gedaan, voor musea, de politie en wetenschappelijke instanties. Twee jaar geleden zei ik toch ja op een verzoek een boek in het Engels te vertalen, een autobiografie van Ronald Loudon, een Nederlandse oud-diplomaat, die ambassadeur is geweest. Ik zal benaderd zijn omdat ik die wereld goed heb gekend, want ik heb ook op diplomatieke posten gewerkt, in Hamburg en in Den Haag.’

Kwamen er herinneringen naar boven over die tijd?

‘Het waren leuke en spannende jaren. Slechts een enkele collega wist dat ik eigenlijk werkte voor MI6, de Britse buitenlandse inlichtingendienst. Verder moest ik het voor iedereen verzwijgen, ook voor mijn ouders – dat heb ik wel moeilijk gevonden, omdat ik een goede band met ze had.

‘Mijn eerste uitzending was in 1950, naar Hamburg. De Britten hadden daar net een consulaat geopend. Duitsland was na de oorlog verdeeld in vier sectoren: een Russisch, Brits, Frans en Amerikaans deel. In de beginperiode hielden we ons vooral bezig met het normaliseren van de contacten met Duitsland.

‘Officieel was ik head secretary, en stuurde ik vijf jonge medewerksters aan. Ik deed secretarieel werk, en begeleidde bijvoorbeeld de pers toen koningin Elizabeth op bezoek kwam. Daarnaast kreeg ik van een collega die ook voor MI6 werkte, rapporten die ik moest vertalen uit het Duits en moest doorsturen naar Londen. Ze gingen bijvoorbeeld over militaire bewegingen van de Russen in Oost-Duitsland, die werden nauwkeurig in de gaten gehouden.

‘Ook kreeg ik de opdracht om rapporten van onze spionnen in het oosten van Duitsland in ontvangst te nemen. Dan kreeg ik een locatie op waar we elkaar zouden ontmoeten, allebei met een glossy magazine in de hand. We moesten doen alsof we elkaar kenden. Ik zei: ‘Hey, so nice to see you, shall we have a cup of coffee together?’ Het was altijd iemand die ik nooit eerder had gezien, gek genoeg altijd een man. Tijdens de koffie ruilden we van magazine. In de zijne zat een geheime rapportage.’

Hoe bent u bij de geheime dienst terechtgekomen?

‘Na mijn studie Duits aan de universiteit van Oxford nam ik een tussenjaar, waarin ik zangles nam, een secretaresse-opleiding volgde en mij aansloot bij de Young Conservatives, waar ik een cursus public speaking deed. Na wat verschillende baantjes, onder andere als leraar, kreeg ik van een bureau dat afgestudeerden helpt werk te vinden, te horen dat er iets voor mij was bij Foreign Affairs, het ministerie van Buitenlandse Zaken in Londen. Ik maakte een afspraak en daar aangekomen, werd ik doorgestuurd naar een ander adres. ‘Als je niet wilt werken voor MI6 kun je nu weggaan’, kreeg ik daar te horen. Ik had wel interesse. Ze hadden mij natuurlijk vooraf al grondig doorgelicht. Ik kreeg een opdracht: ‘Je gaat nu naar een kamer, als de telefoon gaat, moet je die opnemen. Als het goed gaat, word je aangenomen.’ Ik kreeg iemand aan de lijn die Duits sprak, dus ik moest een gesprek in het Duits voeren. Daarna volgde nog zo’n opdracht, met een Franse beller. Ik werd aangenomen.

‘Er volgde een training, waarbij ik leerde met een geheime camera foto’s te maken, en de negatieven in het donker te ontwikkelen. Ook kreeg ik instructies hoe je iemand moet achtervolgen zonder dat die het in de gaten krijgt. Stapt die persoon een bus in, dan moet je er niet meteen achteraan gaan, maar er pas op het allerlaatste moment inspringen.’

Heeft u die methoden in de praktijk toegepast?

‘In de jaren dat ik in Duitsland werkte, heb ik mensen achtervolgd om er achter te komen of zij inlichtingen uitwisselden met de Russen. Ik moest te weten komen met wie ze afspraken, en daar foto’s van maken. Dat was spannend om te doen. Op een avond was ik op het consulaat aan het werk toen ik om 21.00 uur werd gebeld door de consul – we communiceerden in geheime codes. Hij vertelde dat twee spionnen van MI6 waren overgelopen naar de Russen, Donald Maclean en Guy Burgess. Ze bleken te werken als dubbelspion.’

Opvallend dat u in oorlogstijd Duits ging studeren.

‘Eigenlijk wilde ik geschiedenis studeren, maar ik kon niet opschieten met die lerares. Mijn lerares Duits was heel goed en erg aardig, daarom koos ik voor Duits, met Franse literatuur als bijvak. Ik kon studeren in Oxford. Margaret Thatcher, de latere premier, zat een jaar boven mij. Oxford had toen nog vrouwencolleges. De baas was een man, dat vonden we heel vreemd en daar hebben we tegen geprotesteerd, maar dat hielp niet.’

Hoe kijkt u terug op uw jeugd?

‘Als een heel gelukkige tijd, met veel leuke vriendinnen. Mijn vader werkte zich op op een scheepswerf, waardoor we in een groot huis met een tuin konden wonen. Hij kwam uit de working class, en werd middle class. Ik was enig kind en had een zwakke gezondheid, ik was vatbaar voor bronchitis. Daarom kreeg ik tot mijn 8ste thuis les van mijn moeder. De onderwijsinspecteur kwam langs om te controleren of ik wel verder was gekomen.’

Een ziekelijk kind en toch 100 worden.

‘Dat kan ik niet verklaren. Ik heb drie keer kanker gehad en twee keer een herseninfarct. Elke keer herstelde ik. Ik doe niks verstandigs, want ga elke avond laat naar bed. Pas laat in de avond begin ik met de krant lezen en ik wil ook altijd het laatste BBC-nieuws nog zien.’

Wie is uw grote liefde?

‘Op een cocktailparty georganiseerd door de Britse ambassade, ontmoette ik Joop. Het was meteen raak, bij ons allebei. Hij was humoristisch, had een zacht karakter en dark curly hair, net zoals zijn grootmoeder, die Italiaans bloed had.

‘In 1956 zou ik een hogere post krijgen op de ambassade, diplomaat in plaats van secretaresse, maar dat ging niet door omdat ik ging trouwen. Zo ging dat in de jaren vijftig, ik vond het onzinnig en protesteerde ertegen, maar dat hielp niet. De personeelsmanager vond zelfs dat ik de verloving met Joop moest verbreken, omdat hij voor de BVD werkte, de Binnenlandse Veiligheidsdienst van Nederland. Ons huwelijk zou de relatie met MI6 kunnen beschadigen. Ik weigerde.’

Dus twee geheim agenten op één kussen.

‘Het verzetswerk dat Joop tijdens de oorlog had gedaan, maakte hem geschikt voor de BVD. Hij had geleerd te zwijgen. Ik wist een beetje wat hij deed, omdat ik hetzelfde werk had gedaan, maar hij vertelde er niets over. Joop verzamelde alleen inlichtingen uit het buitenland en moest geregeld op reis. Voor de buitenwereld was hij ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Een van onze vier kinderen vroeg een keer waarom hij nooit, zoals zijn vriendje, met zijn vader mee mocht naar kantoor. Gelukkig nam hij genoegen met het antwoord.’

Beïnvloedt het werk als geheim agent je persoonlijke ontwikkeling?

‘Een beetje wel. Als je geheime inlichtingen deelt, moet je weten of je de ander kunt vertrouwen. Ik kan snel zien of iemand genuine (oprecht, red.) is, of zich anders voordoet dan hij is, door overdreven te praten bijvoorbeeld.’

Waar moest u in het begin aan wennen in Nederland?

‘Mijn schoonmoeder wees mij aan bij welke winkel ik wel en welke ik niet mijn boodschappen moest doen. ‘Daar moet je niet komen, want die zijn katholiek’, zei ze. En: ‘En daar ook niet, want die is fout geweest in de oorlog.’ In Engeland had je dat niet. Ik herinner me wel dat mijn vader het onprettig vond dat onze buren pacifisten waren, dat vond hij niet loyaal in oorlogstijd.’

Voelt u zich nog Brits, na zo’n 70 jaar in Nederland?

‘Ik voel mij Nederlands. Wel ben ik blij als ik in Engeland ben, want ik houd van heuvels, niet van de polder. Na de Brexit was ik furieus en heb ik mijn Britse paspoort niet meer verlengd. Dat was mijn protest tegen het verlaten van de Europese Unie. We moeten samenwerken in Europa.’

Op uw tafel staat een doos met een gleuf en het opschrift: ‘Ask your question to the wisdom of a 100 year old’, welke vragen zijn u gesteld?

‘Dat heeft mijn kleindochter bedacht. Zullen we erin kijken?’

Ze opent de briefjes, leest ze hardop voor en geeft meteen antwoord:

How do you deal with a bad day?
‘Zo snel mogelijk vergeten.’

Hoe weet je of iets het juiste besluit is?
‘Als niemand er nadeel van heeft.’

How do you know you have found The One?
‘It just happens, dat voel je meteen.’

Did you ever wear a weapon?
‘No, never.’

Heeft u ergens spijt van?
‘Ja, er zijn een paar mensen met wie ik een misverstand had moeten uitpraten, dat heb ik nooit gedaan. De les is: je moet iets altijd uitpraten, anders blijft het je dwarszitten.’

What’s the secret of making something of your life?
‘Leef alsof het de laatste dag is.’

Rachel van der Wilden-Fall

geboren: 11 januari 1926 in Southampton, Engeland

woont: zelfstandig, in Rijswijk

familie: vier kinderen (van wie een is overleden), 9 kleinkinderen en 3 achterkleinkinderen

beroep: agent MI6 en vertaler

weduwe sinds 2008

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next