is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant.
Er zijn heus ook aardige dingen te zeggen over het nieuwe kabinet. Zoals de aangekondigde suikertaks, een rookverbod tot 21 jaar, geen sociale media meer voor je 15de, fatbikes in de ban, en nog wat zaken. Allemaal volstrekt verstandige maatregelen tegen bewezen verslavingen of ondingen die maatschappelijke en persoonlijke ellende veroorzaken.
Maar verstandigheid is zelden populair in Nederland, zeker als die verstandigheid gepaard gaat met regels of verboden. NRC-columniste Rosanne Hertzberger, teruggekeerd na een daverend mislukt politiek avontuur, zag er wel een column in. Hoewel de genoemde maatregelen vooral uit de koker van het CDA lijken te komen, richtte haar onderbuik zich uitsluitend op D66. In een larmoyant staccato dat doet denken aan de schrijfsels van haar man klaagt ze over een denkbeeldige D66-stad waar mensen ‘gezond en gelukkig oud worden’. ‘Het ziekenhuis is ondertussen rustig. De focus ligt op preventie, infecties weggevaccineerd.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat hoeft van Hertzberger allemaal niet. Hertzberger is zo’n lekker vrijdenkende Nederlander, die houdt van een rauw randje en het romantiseren van ellende. Andermans ellende, welteverstaan. Ze kwam ook voor in het tamelijk briljante essay uit 2021 van Kasper C. Jansen, die deze stompzinnige interpretatie van het liberalisme als ‘libercynisme’ doopte. Bij libercynisme worden liberale uitgangspunten zodanig vervormd dat zij het functioneren van de overheid en de samenleving hinderen. En dus inbreuk gaan maken op andermans vrijheid.
De crux zit hem in het (onterechte) idee dat strenge regelgeving leidt tot tirannie, en een gebrek daaraan juist heel prettig en democratisch is. ‘Waaraan je tirannie herkent, is niet zozeer strengheid, maar willekeur’, schrijft Jansen terecht. Naast Hertzberger is ook nationale windvaan Johan Derksen een fervent aanhanger van dit libercynisme: alles wat nieuw is, wordt weggehoond als betutteling.
Je vraagt je af waarom. Ik weet dat er veel snobs zijn die het ‘ook wel wat vinden hebben’ dat er ‘volkse’ (lees: ongezonde, slecht geschoolde en ongelukkige) mensen in hun stad wonen, maar mijn eerste vraag blijft: wáárom? Waarom vind je het wel prima dat mensen onnodig doodgaan aan longkanker of extreem overgewicht, hun nek breken op een fatbike of zeven uur per dag verspillen op hun verslavende telefoon? Wat is daar precies ‘leuk’ aan, en waarom zou het willen bestrijden van die zaken problematisch (‘deugen’) zijn?
Overigens is libercynisme behoorlijk apolitiek; het komt zeker niet alleen op rechts voor. ‘Is het dan de bedoeling dat kinderen op hun 16de of 17de wél op sociale media gaan, zijn de negatieve effecten dan weg?’, vroeg sociaalwetenschapper Linda Duits in De Telegraaf. Zoals u weet zijn sociaalwetenschappers niet alleen overbodig, maar ook links. Tja, waarom zouden we peuters eigenlijk verbieden om auto’s te besturen? Linda Duits is heel slim.
In zijn essay maakt Jansen onderscheid tussen zij die daadwerkelijk denken dat de overheid alleen maar fout kan doen, extreemrechtse lui die de meute met wantrouwen tegen de overheid willen klaarstomen voor een autocratie, en zij – de vermoedelijk grootste groep – die libercynisme gebruiken als een façade, bijvoorbeeld om niks te hoeven doen.
Nu Hertzberger geen politicus meer is, blijft de vraag waarom zij, en vele anderen met haar, zo tegen verstandig beleid en een betere leefomgeving zijn. Voor velen zal er een platte reden zijn; zolang anderen er een potje van maken, doen zij het relatief best aardig. Anderen hebben last van survival bias; zelf zijn ze nooit verslaafd geweest of hebben ze juist een verslaving overwonnen, dan kan een ander dat toch ook? Maar een punt hebben ze geen van allen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant