Geweld tegen Palestijnen in bezet gebied is niets nieuws, maar na de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 worden ook Arabische Israëliërs – Palestijnen met een Israëlisch paspoort – steeds vaker als de vijand behandeld. ‘Jij wordt op de bus naar Gaza gezet, zelfs al moet ik daar persoonlijk voor zorgen.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
Het was nacht, er werd op de poort gebonsd. Mohammed Hussein Tarabin al-Sana kleedde zich snel aan om te kijken wat er aan de hand was. De kinderen liepen nieuwsgierig met hem mee naar beneden. Toen al-Sana de deur opende, werd hij voor hun ogen doodgeschoten.
Sindsdien is het stil in het huis in Tarabin, een bedoeïenendorp in de Israëlische Negev-woestijn. Zes kinderen zitten met een lege blik op de bank, hun moeder, die drie maanden zwanger is, komt haar bed bijna niet meer uit. Twee tantes kijken bezorgd naar oma, de moeder van al-Sana; een 67-jarige vrouw met smalle schouders die zachtjes schokken.
De tragedie begon met een gestolen paard uit een naburige Joodse gemeenschap. De politie besloot direct dat de schuldige wel in Tarabin moest wonen en reed met groot machtsvertoon het dorp binnen. Kort daarna dreven wolken traangas door de straten.
Toen een dag later in twee Joodse gemeenschappen auto’s in brand werden gestoken, kwam Tarabin onder staat van beleg te liggen, vertelt oma. ‘Niemand kon het dorp nog zomaar verlaten. De politie patrouilleerde door de straten en sloeg iedereen in elkaar die zich buiten vertoonde. Overal werden huiszoekingen gedaan.’
Ze heeft geen idee waarom de politie ’s nachts bij haar zoon aanklopte en ze begrijpt al helemaal niet waarom hij dood moest. ‘Ze zeggen dat hij een gevaar vormde, hoezo? Mohammed was loodgieter, een man van 35 met kinderen. Hij had geen wapens. En wat had hij te maken met die brandstichting of die zogenaamde rellen?’
Palestijnse dorpen die worden aangevallen en moeders die huilen om hun doodgeschoten kinderen zijn helaas niets nieuws op de bezette Westelijke Jordaanoever. Maar daar ligt Tarabin helemaal niet. Dit is Israël, al sinds 1948. En alle inwoners hier zijn Israëlisch staatsburgers, met een Israëlisch paspoort, die elke vier jaar naar de stembus mogen of zelf een Israëlische politieke partij zouden kunnen oprichten.
Toch hebben Arabische Israëliërs, die 21 procent van de bevolking van Israël uitmaken, een andere positie dan hun Joodse landgenoten, zegt Meriam Azem. Ze is coördinator bij Adalah, een juridisch centrum voor de rechten van de Arabische minderheid in Israël. ‘Arabische Israëliërs werden bijna altijd al apart genomen zodra een soldaat hun identiteitskaart zag. En ze durfden al nooit overal Arabisch te spreken, omdat dit direct achterdocht kon wekken. Mensen kregen bovendien niet altijd de functie waarop ze solliciteerden, omdat ze, zoals werd gezegd, ‘toch ook wel begrepen dat we daar geen Arabier kunnen hebben’. En ze krompen altijd al ineen wanneer een politicus waarschuwde dat Arabieren nooit helemaal te vertrouwen zijn.’
Maar ondanks de discriminatie, konden Arabische Israëliërs wel gewoon studeren, arts of politicus worden, vriendschappen sluiten met Joodse Israëliërs of als goede buren met elkaar samenleven. Zeker bedoeïenen worden door veel Israëliërs gezien als loyale burgers, die in sommige gevallen zelfs vrijwillig in het leger dienen en daar vaak als spoorzoeker actief zijn.
Na de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 slonk die ruimte voor Arabische Israëliërs echter razendsnel. ‘Waar sommige Israëliërs deze groep altijd al als een vijfde colonne beschouwden, werd zij nu door het grootste deel van de Joodse bevolking gezien als een binnenlandse vijand en een mogelijk gevaar’, zegt Azem. ‘De hoogste politiecommissaris zei op 18 oktober, nog voordat er enige demonstratie tegen de oorlog had plaatsgevonden, dat hij er persoonlijk voor zou zorgen dat iedereen die zich met de Palestijnen in Gaza identificeerde, op de bus naar Gaza gezet zou worden.’
Volgens een rapport van Adalah zijn er de afgelopen twee jaar dertig nieuwe wetten aangenomen die de rechten van Palestijnen met een Israëlisch paspoort inperken en die afwijkende meningen streng bestraffen. ‘Er zijn sinds 7 oktober 2023 meer dan zeshonderd mensen gearresteerd en tweehonderd personen aangeklaagd omdat zij zich schuldig zouden hebben gemaakt aan ‘terroristische misdrijven’, zoals het uiten van medeleven voor burgers in Gaza’, aldus Azem. ‘Het maakt Israëlische Palestijnen angstig. Je kunt al in de cel belanden vanwege een verkeerde opmerking in de bus of door een ‘verdachte’ emoji bij een bericht op sociale media te plaatsen.’
Maar het is niet alleen de staat die zich steeds harder tegenover de Arabische Israëliërs opstelt; zij worden ook steeds vaker aangevallen door Joodse burgers. Hanan Khimal (30) was negen maanden zwanger toen zij in december samen met haar twee kinderen en haar schoonmoeder naar huis reed in Jaffa, een historische havenstad aan de Middellandse Zee, die tegenwoordig deel uitmaakt van de gemeente Tel Aviv. Plotseling werd zij door twee auto’s klemgereden, en toen ze stopte, liepen er drie jongeren naar de wagen.
‘Ze keken door het raampje en zagen dat er een gesluierde vrouw achter het stuur zat’, vertelt Khimal. ‘Daarop begonnen ze te schreeuwen dat ik een vieze Arabier was, en dat ik uit dit land moest oprotten, dat wij niets te zoeken hadden in de Joodse staat.’ De jongemannen braken een spiegel van haar auto en toen ze haar 7-jarige dochter door het open raam in haar gezicht spuugden, stapte Khimal uit de auto – wat moeizaam ging met haar dikke buik. Ondertussen schoten ook haar echtgenoot, die in de auto voor Khimal reed, en een buurtbewoner, haar te hulp.
‘Ik stapte weer in’, vertelt Khimal, ‘terwijl de buurman en mijn echtgenoot de mannen rustig vroegen om ons te laten gaan. Daarop dreigden ze ons neer te schieten, uiteindelijk spoot een van hen traangas in ons gezicht. Ik kreeg op slag geen adem meer en de huid van mijn kinderen brandde dagen later nog.’ Ze aait de baby die ze in een witte deken tegen haar borst aandrukt liefkozend over de rug en zegt: ‘Gelukkig heeft zij er niets aan over gehouden.’
De aanval schudde de wereld van Khimal volledig door elkaar. Jaffa is een gemengde stad waar Joden en Arabieren veelal vreedzaam samenleven, maar na deze gebeurtenis hoorde ze van vele anderen dat zij ook steeds vaker worden aangevallen, geduwd, bespuugd, bedreigd, omdat, zoals de daders dan roepen, ‘Jaffa helemaal Joods moet worden’. ‘Er zijn zelfs kinderen uit school achtervolgd en geïntimideerd, maar de meeste mensen durven er geen ruchtbaarheid aan te geven, want de politie neemt ons toch niet serieus.’
De baby laat een geluidje horen en vader Fady Khimal neemt het kind over. Hij wiegt het meisje zachtjes, zorgvuldig over het speelgoed heen stappend dat de andere kinderen op de vloer hebben achtergelaten. Op tafel staat een mandje vol roze snoepjes en een kaartje met de tekst ‘Welcome Little Princess’. Hanan Khimal glimlacht naar haar man. ‘Wij hebben wel een aanklacht ingediend, en ik hoop vurig dat de zaak uiteindelijk wordt opgepakt. Want ons kleine meisje en onze andere kinderen hebben ook recht op een veilige toekomst in hun eigen land.’
In Jeruzalem, ongeveer een uurtje rijden van Jaffa, wacht een man ook op een rechtszaak, maar Fakhri Khatib hoopt vooral duidelijk te kunnen maken dat hij niets verkeerd heeft gedaan. De 50-jarige buschauffeur zit thuis – hij heeft huisarrest – en is druk met koffie, hapjes, gebakjes en bonbons. Als hij gaat zitten, is er een gepijnigde glimlach. Elke ochtend als Khatib naar zijn werk ging, was hij bang voor een aanval van agressieve Israëliërs, vertelt hij. ‘En op 6 januari gebeurde het. Maar het was nog erger dan ik had gevreesd.’
De Arabische chauffeur reed die avond voor de derde keer zijn ronde toen zijn bus in een demonstratie terechtkwam. Overal om zijn bus stonden ultra-orthodoxe mannen die protesteerden tegen de verplichte dienstplicht waaraan ook hun gemeenschap, na decennialange vrijstelling, moet geloven. ‘Ik kon geen kant op’, vertelt Khatib, ‘er werd tegen de bus aangebonkt en op de ramen geslagen terwijl ze ‘Arabier, Arabier’ scandeerden.’
Geweld tegen Arabische buschauffeurs is in Jeruzalem en andere gemengde steden niet nieuw: de chauffeurs rijden door wijken heen waar inwoners elke Palestijn als vijand zien, ze worden geregeld bespuugd of zelfs het ziekenhuis ingeslagen. In 2024 werden er in Jeruzalem alleen al 70 aanvallen gerapporteerd, en in 2025 waren dat er 100.
Khatib stond die dinsdagavond doodsangsten uit en belde direct de politie, maar deze kwam nooit opdagen. Toen een van de deuren van zijn bus werd opengerukt en een groep jonge mannen scheldend, schoppend en spugend binnenkwam, raakte hij in paniek. ‘Ik was bang dat ik het niet zou overleven. Toen ik zag dat er links van de bus geen mensen stonden, besloot ik weg te rijden.’ Maar Khatib had niet in de gaten dat de 14-jarige Yosef Eisenthal zich aan zijn voorbumper had vastgeklampt. Toen de bus optrok, werd de jongen gedood. Drie andere tieners raakten gewond.
Iemand doodrijden, het is iets waar Khatib onder alle omstandigheden getraumatiseerd door zou raken. Maar het werd nog erger: hoewel de politie in haar eerste verklaringen bevestigde dat de buschauffeur in nood verkeerde, veranderde dat verhaal nadat uiterst rechtse politici lucht hadden gekregen van het incident, en op sociale media berichten begonnen te plaatsen waarin werd opgeroepen deze ‘Arabische moordenaar’ voor de rechter te brengen. ‘Uiteindelijk hebben zij me niet voor moord, maar voor doodslag aangeklaagd ’, zegt Khatib kalm. ‘We gaan nog zien waarmee het Openbaar Ministerie gaat komen.’
‘De Arabische buschauffeur was al een verdachte toen hij ’s morgens naar zijn werk ging’, schreef de Israëlische journalist Gideon Levy in zijn column in de krant Haaretz. ‘Hij werd veroordeeld op het moment dat bekend werd dat hij een Arabier is.’ Een Joodse kolonist die een Palestijn doodschiet als deze zijn auto aanvalt, zou dat nooit overkomen, aldus Levy. ‘Die zou in Israël als een held worden onthaald.’
Levy is een van de weinige stemmen in de Israëlische media die zich uitspreken tegen het onrecht dat Arabieren in Israël ten deel valt. ‘Zelfs iemand die volledig is geïntegreerd, moet constant bewijzen dat hij een zogenaamd ‘goede Arabier’ is’, zegt coördinator Azem van Adalah.
Terwijl een groot deel van de Joodse Israëlische bevolking geregeld demonstreert tegen de juridische hervormingen die de regering wil doorvoeren, omdat het vreest dat de democratie wordt uitgehold, spreekt het zich nauwelijks uit tegen de wetten die vooral Arabische Israëliërs treffen. ‘Mensen denken dat het hun niet persoonlijk aangaat. En velen denken: ‘Ja, dat is wel erg, maar tijdens een oorlog kan nu eenmaal niet alles even democratisch zijn.’ Terwijl elke uitholling van burgerrechten uiteindelijk ook een risico kan vormen voor de meerderheid.’
‘Maar wat kunnen we doen?’, zegt Taleb El Sana, een oud-parlementariër die in het bedoeïenendorp Tarabin op bezoek is om de problemen van de gemeenschap te bespreken. ‘We moeten zeker niet in opstand komen. Dat is precies wat de uiterst rechtse elementen in deze regering willen: dan kunnen ze het leger op ons afsturen, en zeggen: ‘Kijk, die Arabieren, het geweld zit hen in het bloed.’’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant