Home

Rechtsorde en rechtsstaat staan bij de politiek al te lang op een sudderplaatje

Zou onze verdeelde politiek nog in staat zijn om ‘groot onderhoud’ aan politie, OM en rechtspraak te plegen? Ik zoek nog een antwoord, na m’n vorige stukje. Is een nieuw rapport ‘Samenleving en Criminaliteit’ over de échte prioriteiten voor 2026 en verder inderdaad een goed idee? Wat komt er voor eigen rekening, wanneer is preventie toereikend en wat moet er écht bestraft?  Welk gedrag laten we bijvoorbeeld over aan de volksgezondheid? Welke digitale technologie is zo ontwrichtend dat-ie in de kiem moet worden gesmoord? Hoeveel ruimte krijgen roes- en genotsmiddelen? Wie remt de vicieuze cirkel van ophef en emotie af, waarin politici onophoudelijk een ‘strengere aanpak’ eisen, aangestoken door media en morele paniek in de publieke opinie?

Het rapport ‘Samenleving en Criminaliteit’ zorgde medio jaren 80 voor een omslag. Er kwamen investeringen en beleidskeuzen. ‘Gedogen’ werd voortaan een probleem en niet langer folklore. Moet de rechtsorde niet óók in het rijtje staan met milieu, defensie, woningbouw, zorg, migratie? Thema’s waar zich grote keuzes aandienen. Rechtsorde en rechtsstaat staan nu al een poos politiek op het sudderplaatje – als een losse waaier van problemen. Bepalend voor de aandacht zijn toeval, emotie, angst, ophef, morele oordelen, ideologie, onzekerheid – met politiek opportunisme aan de knoppen.

Het leidt tot agenda’s waarin de één het schoonvegen van de PI’s eist, de ander intieme terreur apart strafbaar wil en de derde alle gedetineerden in roze overalls wil zien. De begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid vorige week liet de vertrouwde machteloze parade van rijp en groen zien. Er spraken 19 parlementariërs die samen 66 amendementen indienden over een variëteit aan (on)gesorteerde misstanden.

Ter herinnering: in justitie en veiligheid steekt het kabinet komend jaar 18,6 miljard, waarmee dit het zesde departement qua uitgaven is. Justitie is financieel een middenmoter, die soms wat hoger, soms wat lager op de ranglijst staat. Zorg krijgt het komend jaar 119,5 miljard, sociale zekerheid 124,7, defensie 34,5 miljard. Dat we zeven keer zoveel geld uitgeven aan sociale zekerheid als aan rechtsorde past wel bij ‘verzorgingsstaat Nederland’. Maar hoe kan je 18,6 miljard aan rechtsorde uitgeven, zo weinig écht resultaat boeken en met zo’n grabbelton eindigen?

In de Tweede Kamer wordt het besef wel gedeeld dat de zogeheten ‘strafrechtketen’ van aangifte, opsporing, bestraffing en reclassering, waar iedereen steeds iets nieuws van vraagt, al jaren kraakt en vastloopt. Tekort aan geld is  daarbij niet het eerste probleem. Rapporteur Ulysse Ellian (VVD) bracht in herinnering, namens de Kamer, dat Justitie in 2013 nog met de helft toekon, 9,7 miljard. De Rekenkamer was de afgelopen jaren consequent zeer kritisch; de Kamer keurde de jaarverslagen alleen voorwaardelijk goed. Er ligt een vrij schadelijk onderzoek van de Kamer uit 2023, ‘Prestaties in de strafrechtketen’ geheten, geschreven samen met de Rekenkamer. De kern: politie, OM en rechtspraak hebben geen gezamenlijke doelen, werken weinig samen en maken geen afspraken over te leveren prestaties. En hebben ze die incidenteel wel, dan zijn er geen gevolgen als die niet worden gehaald. De minister doet daar te weinig aan of is niet bevoegd. Politie, OM en rechtspraak wisselen informatie onvoldoende uit. Het is een vast thema in álle Rekenkamerrapporten van de afgelopen jaren, er is weinig vooruitgang.

Zo’n begrotingsdebat vindt dus plaats met een falend apparaat op de achtergrond. En iedereen weet dat. Tijdens het debat werd in het gevangeniswezen gestaakt. Dat is overbelast, onderbemand, kampt met wachtlijsten en kort noodgedwongen straffen in. De wachtlijst voor tbs is sinds 2020 vervijfvoudigd naar twee jaar. Het OM werd vorig jaar lamgelegd door een cyberaanval waarna het personeel een wanhoopsbrief aan de Kamer zond. Geschatte reparatiekosten: 80 miljoen.

Als online-debatkijker bekroop me de gedachte dat ik een polka op een postzegel bekeek. De christelijke partijen zijn verontrust over gokken, prostitutie, drugsgebruik. De Partij voor de Dieren praat over dierenmishandeling, 50Plus over ouderenmishandeling, BBB over dierenrechtextremisten. Denk over migrantenhaat, GroenLinks-PvdA over partnergeweld en femicide, net als D66, VVD en JA21. De PVV: strengere celstraffen voor alles en iedereen alstublieft.

Zijn er conclusies? De meeste fracties hebben in de gaten dat het apparaat dat moet opsporen en bestraffen eerder achteruit- dan vooruitgaat. Wachttijden lopen op, aangiften blijven vaker liggen, personeelstekort groeit, straf- en pakkans lopen terug. Als de Kamer de prioriteit voor de opsporing zelf zou bepalen, dan is de volgorde: huiselijk geweld, online misbruik van minderjarigen, zeden, cybercrime, gevolgd door georganiseerde drugscriminaliteit. Dat is overigens ook ongeveer de media-agenda – vooral partnerdoding gooit hoge ogen in de nieuwsconjunctuur.

Maar als je beter kijkt zou een reset van justitie en veiligheid het apparaat zélf moeten betreffen. Het veiligheidsprobleem anno 2026 is de eigen organisatie. En niet de criminaliteit. Die blijft gewoon op en neer gaan.

Source: NRC

Previous

Next