Home

Hoe breng je een klassieker op de planken zonder de wereldberoemde regisseur ervan?

De Nationale Opera speelt Tristan und Isolde. Maar de regisseur van deze specifieke productie is er niet meer: Pierre Audi overleed vorig jaar. Lisenka Heijboer Castañón neemt het stokje over. Maar hoe doe je dat: het stuk van iemand anders op de planken brengen?

schrijft voor de Volkskrant over opera.

Bij De Nationale Opera is een repetitie voor Richard Wagners Tristan und Isolde in volle gang. Dirigent Tarmo Peltokoski leidt zonder te stoppen het Rotterdams Philharmonisch Orkest door de eerste akte. Aan een tafel in het midden van de zaal zit regisseur Lisenka Heijboer Castañón (34): haar in een lange vlecht, koptelefoon met microfoon op, een pen in haar hand.

Op deze plaats had nu Pierre Audi moeten zitten, de gerenommeerde operaregisseur die afgelopen mei op 67-jarige leeftijd plotseling overleed. Van 1988 tot 2018 was hij artistiek leider van De Nationale Opera (DNO), een visionair die het gezelschap veranderde in een vernieuwend operahuis met internationale allure. Hij zou zelf deze herneming van zijn productie uit 2016 regisseren, maar nu neemt Heijboer Castañón de reprise voor haar rekening.

‘Een opera als een koortsdroom’, schreef de Volkskrant in 2016 over de première in Parijs. Via een tussenstop in Rome kwam Tristan in 2018 naar Amsterdam, waar Heijboer Castañón werd aangenomen als Audi’s regieassistent. ‘Dat was de eerste keer dat ik Pierre assisteerde. Toen ging een wereld voor mij open, want de ‘wereld’ die Pierre op toneel schiep, paste goed bij mij.’

Herneming

Audi werd Heijboer Castañóns mentor en later een dierbare vriend. Zij komt nog steeds bij zijn weduwe over de vloer. Inmiddels maakt de Nederlands-Peruaanse Heijboer Castañón zelf naam als regisseur, met producties als Faust (working title) voor DNO en The Gospel According to the Other Mary van John Adams in Wenen, waarvoor ze de prestigieuze Götz Friedrich-prijs ontving. Zij heeft ook haar eigen Tristan und Isolde geregisseerd in Santa Fe, dus ze kent het stuk heel goed.

In de operawereld is het niet ongebruikelijk dat de herneming van een voorstelling aan een reprise-regisseur wordt toevertrouwd. Bij een nieuwe productie bepaalt de regisseur alle aspecten van de enscenering, van decor- en kostuumontwerp tot de manier waarop zangers hun personages interpreteren. Een reprise-regisseur brengt de oorspronkelijke productie opnieuw tot stand, aan de hand van de aanwijzingen van de scheppende regisseur.

Wel komt meestal de scheppende regisseur de laatste weken langs om details af te werken. Er zijn zelfs regisseurs die bijna uitsluitend hernemingen doen, maar Heijboer Castañón regisseert normaal gesproken alleen haar eigen producties. ‘Dit is niet echt mijn vak.’

En toch twijfelde ze geen moment toen DNO haar benaderde voor Tristan und Isolde. Ze zegde een andere opdracht in München af. ‘Het overlijden van Pierre was een groot persoonlijk verlies. Voor mij was het gewoon belangrijk om dit te doen.’

Alle Audi-kenmerken

Deze enscenering heeft alle Audi-kenmerken: visueel imposant, verwijzend naar tijd noch plaats, eerder suggestief dan interpretatief. In Wagners intiemste en meest intense opera lijden de twee hoofdfiguren vier uur lang onder hun verboden liefde voor elkaar, ontvlamd door een liefdesdrank. Hun verlangen blijft onvervuld totdat ze sterven en pas in de dood worden verenigd, zij het symbolisch.

Zowel de tekst als de muziek zit vol toespelingen op de verlossende dood, een ‘eeuwige nacht’ waarin ze samen kunnen zijn, in deze productie verbeeld als een kerkhof van walvisribben. Of is het een scheepswrak? Audi liet altijd ruimte voor het publiek om zelf associaties te maken.

Archeologisch project

Het lijkt intimiderend om verantwoordelijk te zijn voor een van Audi’s creaties in zijn operahuis, maar Heijboer Castañón schudt gedecideerd haar hoofd. Want leden van het oorspronkelijke productieteam zijn erbij betrokken, onder wie dramaturg Willem Bruls, en het team is ditmaal versterkt met associate hernemingsregisseur Frans Willem de Haas.

Met hen heeft Heijboer Castañón urenlang video’s van de productie teruggekeken. Samen met Bruls wijdde ze een hele dag aan elk van de drie aktes, waarbij ze de grote lijnen bediscussieerden en details bestudeerden. ‘Oké, hoe zijn we ooit bij deze ideeën gekomen? Waar komen die vandaan? We waren eigenlijk met een soort archeologisch project bezig, graven naar de oorspronkelijke visie, en bekijken hoe die zich tussen Parijs, Rome en Amsterdam heeft gevormd.’

Op deze manier heeft Heijboer Castañón zich ook voor de Nederlandse première in 2018 voorbereid, ‘door honderdduizend keer de video’s uit Parijs en Rome te bekijken’ en een ‘regieboek’ met aantekeningen samen te stellen.

‘De productie in Amsterdam heeft toen een ander zwaartepunt gekregen. Die is op een bepaalde manier eenvoudiger geworden dan de eerdere uitvoeringen, waardoor naar mijn mening de lange lijnen in het stuk zich meer hebben kunnen openbaren. De Amsterdamse voorstelling benaderde meer de essentie van de opera, en ik weet dat Pierre in 2018 heel blij was met de ‘nieuwe versie’.’

Meer dan kopiëren en plakken

Een herneming is dus meer dan een concept kopiëren en plakken. Om maar iets praktisch te noemen: het podium in Amsterdam is veel breder, waardoor zangers meer tijd nodig hebben om zich tussen decorstukken te verplaatsen.

Dit keer is er ook weer een volledig nieuwe cast. En dan wordt de lange, emotioneel slopende rol van Isolde, ‘de Mount Everest’ voor een sopraan, ook nog gezongen door een debutant, Malin Byström. Dirigent Tarmo Peltokoski en het Rotterdams Philharmonisch Orkest waren er in 2018 ook niet bij. De reprise-regisseur moet de enscenering aan al deze factoren zien aan te passen zonder de oorspronkelijke visie wezenlijk te veranderen.

‘Onze taak is om op zoek te gaan naar hoe we de onderbuik van de productie in leven houden met deze nieuwe lichamen, nieuwe brains en zangers met een andere emotionele reikwijdte, maar ook andere tempi van de dirigent bijvoorbeeld.’

Regieboek

Alles staat opgetekend in Heijboer Castañóns ‘regieboek’, dat ze toen maakte als regie-assistent, en dat in de muziekbibliotheek van DNO werd bewaard. ‘Ik heb acht jaar geleden aan de hand van de video’s uit Parijs en Rome dit boek voorbereid en alles wat we toen anders deden aangepast en vastgelegd. Alle personages krijgen een eigen kleur en alles staat erin, zowel fysieke als emotionele aanwijzingen. En ook technische dingen, zoals lichtstanden.’

Ze laat het boek zien: een piano-uittreksel (alleen de zangpartijen met pianobegeleiding) met gekleurde markeerblaadjes en aanwijzingen in gekleurde stiften. Op elke pagina staan aanvullende aantekeningen en tekeningen. De technische aanwijzingen zijn genummerd.

Zo staat er bijvoorbeeld, in het groen voor decor, ‘Bew 3’. Dat betekent dat hier een gemotoriseerd decorstuk, een zijwand van een schip, volgens de voorgeprogrammeerde beweging ‘nummer 3’ moet verschuiven. ‘De wagens waarop de decorstukken zijn gemonteerd, worden vanaf een brug door vier mensen op afstand bestuurd. Wat zij doen is echt moeilijk: de wagens voeren als het ware een ballet op de muziek uit.’

Monnikenwerk

Het vergelijken van de videoregistraties met de aantekeningen is monnikenwerk. ‘Soms doet een zanger iets anders en dat is helemaal niet erg. Maar bij een reprise moet je terug naar de oorspronkelijke wensen, want anders blijf je doorbouwen op een keuze die een zanger maakt in de vijfde voorstelling. Dus je moet kritisch kijken. Oh, deze omhelzing had twee maten eerder moeten gebeuren – de ene keer is dat van waarde, het volgende moment misschien weer niet.’

Behalve haar eigen regieboek raadpleegt Heijboer Castañón ook ter controle het voorstellingsleidingboek. Daarin staan alle technische ‘cues’ (aanwijzingen) voor de drie of vier voorstellingsleiders, die de communicatie tussen artiesten en technici coördineren en ervoor zorgen dat alles tijdens de voorstelling op tijd en soepel verloopt.

En van hen is de ‘showcaller’, diegene die naar de dirigent kijkt en via een headset op de juiste tel instructies geeft aan de technici en de zangers, bijvoorbeeld: ‘Attentie voor Lichtcue 30 en Beweging 3… Lichtcue 30 en beweging 3, NU.’ Op het podium verandert het licht en begint een van de enorme wanden te draaien. Alle ‘attenties’ en ‘cues’ staan vastgelegd in het voorstellingsleidingboek, en DNO heeft bovendien een audioregistratie van de showcaller uit 2018 bewaard.

Terwijl de productie wordt gereconstrueerd, worden continu dingen bijgesteld. ‘Tijdens de repetities corrigeren we veel aan het licht. De lichtstanden liggen vast in het archief, maar omdat we deels met nieuwere lampen werken, is de lichtkwaliteit anders.’

Vertrouwen op het team

Twijfelt Heijboer Castañón soms als ze een beslissing moet nemen, nu ze Audi niet kan raadplegen? ‘Ik denk dat het een kwestie is van jezelf en het team vertrouwen. Want we zijn als regisseurs eigenlijk nooit alleen. Pierre was ook niet alleen. Hij heeft de productie met zijn team en de zangers van toen gemaakt. Theater maken is ook een kwestie van reageren op elkaar, dus dat doen we nu ook.

‘Als tenor Michael Weinius, voor wie de derde akte een krachttoer is, zegt: ik wil liever twee maten eerder opstaan om dit te zingen, dan proberen we dat. Soms is dat prima en soms moet je vragen: wil je toch proberen om later op te staan? Want nu ik het verschil zie, lijkt hier toch het verhaal dat we willen vertellen van zwaartepunt te veranderen.’

Een operaproductie is een levend kunstwerk. We spreken van de ‘Tristan und Isolde van Pierre Audi’, maar als de regisseur er niet meer is, wie is dan de eigenaar? ‘Dat vind ik heel mooi in het theater, dat er zoveel eigenaars zijn – zoveel dat er uiteindelijk geen sluitend antwoord is op de vraag. Voor mij is het werk uiteindelijk van de zangers, het orkest en alle uitvoerenden. Pierre Audi heeft de weg gecreëerd, wij wijzen ze nu weer die weg en zij bewandelen die weg.’

Tristan und Isolde door De Nationale Opera. Nationale Opera & Ballet, Amsterdam, 8 t/m 23/2.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next