Theaterfestival Het internationale festival Brandhaarden is doorgaans goed voor de introductie van interessante, internationale makers. In deze editie waren er vijf producties te zien van het Zwitserse Théâtre Vidy-Lausanne. De variatie in vormen was groot, maar de voorstellingen zelf overwegend teleurstellend.
'Le Lasagne della Nonna' op festival Brandhaarden in Amsterdam.
The Summit, regie Christoph Marthaler.
Le Lasagne della nonna, regie Massimo Furlan.
The Garden of Delights, regie Philippe Quesne.
Tapajós, regie Gabriela Carneiro da Cunha.
De eerste aanblik van het decor van The Summit, de voorstelling van de beroemde Zwitserse regisseur Christoph Marthaler, is prettig ontregelend. Het bestaat uit een grote, opengewerkte houten berghut, waarin in het midden een stuk bergtop door de vloer priemt. Aan de achterzijde is een liftje, waaruit de personages komen gekropen, in klederdracht: gebreide vesten, jagershoedje met veer, kniebroeken. Een van de eerste dingen die ze doen, is samen voorlezen uit grijze ordners: op hoog tempo, één woord per persoon, in een dwingend ritme: ‘But’. ‘Si’. ‘Yes’. ‘Mah’.
Het signaal is duidelijk: we kijken naar een kunstmatige, ontspoorde wereld. Dat blijkt ook. The Summit bestaat de volle twee uur alleen uit korte, malle scènes, die enkel met elkaar gemeen hebben dat ze nonsens zijn. De paar keer dat de personages spreken, heeft de taal kop noch staart, met zinnen als: „God is traag en mist uitbundigheid.” Een man speelt accordeon, soms wordt er gezongen. Met via de lift aangeleverde skistokken wordt er droog geskied. Ze slaan zichzelf met touwtjes. Enzovoort. De zes figuren verkleden zich ook nog drie keer. De eerste keer met de suggestie dat de blokhut een sauna wordt, dan zijn er galakostuums- en jurken, en uiteindelijk huispakken en sloffen.
Handelingen worden opzettelijk nep en klungelig uitgevoerd, wat de vervreemding nogal dik aangezet maakt. De poging de gekkigheid humor te laten zijn ligt er dik bovenop. Het effect is dan ook eerder koddig dan grappig. Wat er ontbreekt is dat deze situaties op de spits worden gedreven, tot ze werkelijk absurd of gevaarlijk worden.
In aanleg is The Summit een vintage Marthaler. Personages opsluiten onder idiote omstandigheden om de menselijke conditie te verbeelden, is een van de handelsmerken van de regisseur die geldt als een kopstuk in het Europese theater. Zijn carrière lang al wordt hij geprezen als een vooraanstaand, vernieuwend regisseur. Ook de personages in The Summit krijgen te horen dat de toegangswegen naar de vallei zijn afgesloten en iedereen de komende 15 tot 18 jaar op zijn plek moet blijven. Maar dat voelt in deze kluchtige omstandigheden eerder als een slap grapje, niet navrant of claustrofobisch. De gedachte dat er een beklemmende visie op de menselijkheid wordt gepresenteerd, voelt uitermate geforceerd en ver af.
Al zijn er een paar momenten niet onaardig. Een van de mannen heeft bijvoorbeeld verteld dat de lucht opraakt en dat er daarom wordt geprobeerd verse berglucht te verbouwen. De brandblusser aan de muur fungeert als zuurstofapparaat. Een helikopter, waarvan alleen het geluid te horen is, bezorgt door het dak een lading opblaasbrandblussers, die de zes vervolgens opblazen. Dat is geinig: je zuurstofapparaat zelf moeten opblazen.
Deze tegenvallende Marthaler-voorstelling was het sluitstuk van de presentatie van vijf voorstellingen van het Zwitserse Théâtre Vidy-Lausanne op het achtdaagse festival Brandhaarden. Dat festival is doorgaans goed voor de introductie van interessante, internationale makers aan het Nederlands publiek. Maar deze editie was in zijn geheel genomen een deceptie. Uit de producties spraken veel goede bedoelingen en de inzet om maatschappelijke misstanden en menselijk falen centraal te zetten, maar de uitwerking was theatraal gezien weinig aansprekend. Een van de vijf voorstellingen was niet nieuw voor Nederland. Wasted Land van Ntando Cele was vorig jaar te zien in Utrecht, en werd door NRC positief besproken.
‘The Gardens of Delights’ van regisseur Philippe Quesne.
Het festival begon met The Garden of Delights, waarin een bus met passagiers lijkt te stranden in een desolaat landschap. Ook in deze voorstelling overheerst de vervreemding. De tijd wordt gevuld met personages die nauwelijks communiceren, cellospel en gezang (van een mooie falset), voorgedragen teksten van anderen („De waarheid is een druppel!”), gedoe met pruiken, een lichtbalk op de grond waarop zinnen lopen en richtingloze handelingen.
Een enkele keer klinkt er een mooie zin, zoals „Weet u zeker dat de aarde niet de hel is van een andere planeet?” – van schrijver Aldous Huxley, bekend om zijn dystopische roman Brave New World. De omstandigheden in The Garden of Delights zijn misschien ook wel dystopisch, maar als theaterervaring is het gevoel overwegend landerig.
Bijzonder aan Tapajós van Gabriela Carneiro da Cunha is dat het begint met twee performers die foto’s ontwikkelen in het donker, met rood licht. Dat is op twee manieren een symbolische handeling. Ze willen iets aan het licht brengen en het werken met ontwikkelvloeistof lijkt op het handwerk van de mannen die ze aanklagen: goudzoekers die met kwik in de rivier zoeken naar bodemschatten. Die goudproductie gaat ten koste van de inheemse bevolking die leeft in het gebied rond de Tapajós-rivier in Brazilië. Ze worden hard geraakt door de vervuilende werkwijze van de goudzoekers.
‘Tapajós’ van regisseur Gabriela Carneiro da Cunha.
Op geluidsopnames zijn de bewoners te horen, vertellend hoe giftig het kwik is dat de goudzoekers gebruiken om het goud te vinden en hoe nog veel giftiger het methylkwik is dat daarbij ontstaat. Het methylkwik komt in de voedselketen terecht en in het menselijk lichaam, waarin het verwoestend kan zijn. Te horen is ook een vrouwelijk stamhoofd, dat zich afzet tegen de witte mensen die de rivier ziek maken en tegen Europeanen die het goud kopen.
De twee performers ontwikkelen ondertussen meer foto’s, laten bezoekers kruiden wrijven om geuren op te wekken en wassen de voeten van twee festivalgangers. Sterker is de boodschap die door de speakers klinkt: een snerpende aanklacht tegen leeg consumentisme en het westerse roofkapitalisme dat de wereld verziekt.
Ook Le Lasagne della nonna is documentair theater. Vier vrouwen op leeftijd krijgen het woord terwijl ze deeg kneden. Ze vertellen elk hun verhaal: hoe ze vijftig, zestig jaar geleden als jonge Italiaanse vrouwen in Zwitserland gingen wonen en daar hun leven opbouwden. Het zijn nagenoeg identieke, chronologische opgebouwde verhalen over een buitenstaander zijn in een nieuw land, over armoede, tegenslagen en een achtergestelde positie als vrouw. Een paar vertellen ook over verder reikende persoonlijke drama’s. De vier zijn geen acteurs en ze vertellen staccato, waardoor extra opvalt dat er geen spanningsboog is, alleen droge feiten.
Om hun optreden heen gevouwen zitten de verhalen van twee jonge mannen, de een homo, de ander uit Marokko. Hun thematiek is op papier hetzelfde, namelijk gezien worden als een ander en moeite hebben met integreren. Maar de uitwerking is natuurlijk onvergelijkbaar. Het maakt deze Lasagne tot een wonderlijke hutspot, die oppervlakkiger uitpakt dan je zou willen. En bij uitbreiding gaat dat op voor het hele festival, in een editie die beter snel kan worden vergeten.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC