De vier grote Amerikaanse techbedrijven Amazon, Alphabet, Microsoft en Meta pompen dit jaar samen zeker 500 miljard dollar, zo'n 424 miljard euro, in nieuwe datacenters en bijbehorende apparatuur. Het gaat om enorme investeringen in gebouwen vol servers, waar data wordt opgeslagen en software op draait. Die rekenkracht verhuurt een deel van de bedrijven aan andere klanten, maar ze gebruiken de datacenters ook intensief voor hun eigen diensten zoals Facebook, Instagram, Google en YouTube.
De groei van die datacenters roept al langer kritiek op, vooral door het hoge verbruik van stroom en water en het feit dat veel apparatuur na een paar jaar alweer wordt vervangen. Toch blijven de bedrijven het geld erin stoppen. Ze wijzen op de sterke vraag naar opslagruimte en rekenkracht, vooral nu kunstmatige intelligentie veel meer capaciteit vraagt. Volgens hen rechtvaardigt die vraag de enorme budgetten.
Ook in Nederland merken we die uitbreiding. Google opende in november een nieuw datacenter bij Winschoten in Groningen. Microsoft wil zijn bestaande datacenter bij Middenmeer in Noord-Holland verder uitbreiden. De bouw van die uitbreiding staat gepland voor de tweede helft van 2027. Daarmee blijft Nederland een belangrijke plek voor de digitale infrastructuur van deze bedrijven.
Amazon spant de kroon met de geplande uitgaven. Het bedrijf rekent dit jaar op zo'n 200 miljard dollar aan investeringen in gebouwen en apparatuur. Het grootste deel daarvan gaat naar Amazon Web Services, de tak die clouddiensten en serverruimte verhuurt. "We zien een grote vraag naar deze diensten en blijven erin investeren", zegt een topman. Alphabet, het moederbedrijf van Google, zet dit jaar tussen de 175 en 185 miljard dollar opzij voor onder meer datacenters, ook om eigen AI-projecten op te draaien.
Meta verwacht in 2024 tussen de 115 en 135 miljard dollar uit te geven aan infrastructuur. Een deel van dat geld gaat naar onderzoek en ontwikkeling op gebied van kunstmatige intelligentie. De rest is bestemd voor de diensten van het bedrijf, zoals Facebook en Instagram. Tel je de investeringen van Amazon, Alphabet en Meta bij elkaar op, dan kom je uit op zo'n 490 tot 520 miljard dollar. Daar bovenop komen nog de uitgaven van Microsoft, dat geen concreet bedrag voor dit jaar noemt.
Microsoft gaf vorig halfjaar al ongeveer 42 miljard dollar uit aan nieuwe datacenterapparatuur. De totale kostenpost waar datacenters onder vallen, liep in 2025 op tot 118 miljard dollar. Het bedrijf zegt dat de hogere uitgaven logisch zijn, omdat het al veel contracten heeft binnengehaald waarmee de investeringen worden terugverdiend. Ook Amazon en Google zeggen dat hun datacenters nu al miljarden per maand opleveren. Amazon Web Services draaide in de laatste drie maanden van vorig jaar een omzet van 35,6 miljard dollar, terwijl Googles cloudtak 17,8 miljard dollar binnenhaalde.
Amazon, Google en Microsoft verwachten hun investeringen daardoor relatief snel terug te verdienen. "De vraag is heel erg groot", zegt Amazon. "We verdienen er zo snel als we kunnen geld aan." Voor Meta ligt dat anders: het bedrijf verdient geen geld met de verhuur van servers, maar met advertenties. De miljarden gaan daar vooral naar projecten die mensen langer op Facebook en Instagram moeten houden. Zo werkt Meta aan software die video's automatisch vertaalt, zodat gebruikers meer content kunnen bekijken en dus meer advertenties zien. Op die manier moeten de investeringen zich op langere termijn terugbetalen.
Source: Fok frontpage