Kamerbreed werd onlangs een motie van de ChristenUnie aangenomen voor het aanstellen van een gezant voor godsdienstvrijheid en levensovertuiging. Don Ceder van de ChristenUnie wilde binnen de begroting van het buitenlandbeleid geld vrijmaken voor meer ‘religieuze geletterdheid’, om zo over de hele wereld geloofsvervolging tegen te gaan. Zijn verwachting is dat meer religieuze kennis leidt tot interreligieuze dialoog en verzoening. Kosten: 300.000 euro per jaar.
Ik ben een groot voorstander van geletterdheid – of die nu geopolitiek, religieus, cultureel of digitaal is. Ook is meer bewustwording hard nodig, niet alleen op buitenlandse ambassades, maar ook op universiteiten, waar Joodse studenten en medewerkers zich onveilig voelen. Maar of meer kennis over religie automatisch tot minder conflict en verzoenende gedachten leidt, is natuurlijk maar de vraag. Zelf werd ik ooit beticht van religieus analfabetisme – niet geheel ten onrechte, ik haalde aartsbisschoppen en kardinalen door elkaar. Omdat ik nooit te beroerd ben om bij te leren, verdiepte ik me in religieuze praktijken door de eeuwen heen. Veel geleerd, best geschrokken: over gewelddadige kruistochten, de wereldwijde opmars van christelijk nationalisme, en het met dwang kerstenen van Afrikaanse volkeren.
Maar vooruit, meer religieuze geletterdheid in een wereld vol conflicten waarin religie een rol speelt, lijkt een no-brainer.
Toch was er iets dat mijn aandacht trok: de uitslag van de motie. Tegen stemden BBB, FVD, JA21, PVV, en Groep Markuszower en… Volt. Volt? Een telefoontje met hun woordvoerder leerde me dat ze de motie te breed en te algemeen geformuleerd vonden, kortom: te vaag. Partijen zeggen al gauw ‘prima’ tegen iets wat ook prima oogt. Volt zet, aldus de woordvoerder, liever in op bredere culturele geletterdheid en mensenrechten, waar religie onder valt.
Ik deel de argwaan, zij het om andere redenen. Ten eerste: de afzender. Don Ceder beschouw ik niet als de ideale representant van de interreligieuze verzoening. Zo wordt hij geassocieerd met de omstreden christelijke, zionistische en pro-Israëlische lobbygroep Israel Allies Foundation.
Ook stelde Ceder precies één dag voor de motie veel Kamervragen over de gebedsgenezer Tom van der Wal. Van der Wals kerkdienst in Tilburg werd afgelopen 9 januari stopgezet door de politie, waarna hij die op straat voorzette. Daarop hield de politie hem aan omdat hij geen evenementsvergunning zou hebben. Dat was onrechtsstatelijk.
Ceder stelt dat Van der Wals aanhouding een voorbeeld van christenvervolging is. Dat is het niet. De vijandigheid jegens Van der Wal komt vooral door zijn omstreden gebedsgenezingspraktijken, met onzinclaims over het genezen van kanker; lhbtqia+-demonstranten keren zich tegen zijn opvattingen over homoseksualiteit. Meer religieuze geletterdheid zal mij niet op dialogische gedachten over Van der Wal brengen.
En dan is er nog een punt. Want gaat de oproep tot meer religieuze geletterdheid om zo vervolging van gelovigen tegen te gaan, wel écht over alle geloven, of betreft die vooral de vervolging van christenen? In de inleiding van de initiatiefnota van de ChristenUnie lijkt de religiegezant op het eerste gezicht niet alleen christenen te moeten gaan dienen: „Daarnaast worden tal van andere religieuze minderheden geconfronteerd met vervolging, zoals moslims in bijvoorbeeld China en Myanmar, joodse gemeenschappen, bahá’ís, yezidi’s en atheïsten.”Kortom: atheïsten behoren vanaf nu tot een religieuze minderheid!
Wie verder leest, ziet dat het de ChristenUnie inderdaad niet om de religieuze minderheid van atheïsten te doen is. Hoewel de komst van de gezant vast niet bedoeld is om ongelovigen een zoveelste standje te geven, kun je het wel zo lezen. „In Nederland is er onder ambtenaren religieus analfabetisme. Dat klinkt scherp, maar ik denk dat we op een seculier eilandje zitten”, zei Ceder vorige maand in een interview met EW Magazine. Hij vervolgt: „Als wij onze seculiere pet nooit afzetten, kunnen we niet volgen wat de motivatie is van het Iraanse regime om aan de macht te blijven en in het Midden-Oosten terreurbewegingen te ondersteunen, zoals de Houthi’s in Jemen, Hezbollah in Libanon en Hamas in Gaza.”
Een nieuwe religiegezant zou ons volgens de ChristenUnie moeten leren over godsdienstvrijheid. Maar wie leert ons over de waarde van seculier denken? Om te begrijpen wat er in Iran gebeurt, moet je de seculiere pet juist stevig ophouden. Je kunt je met religieuze geletterdheid verplaatsen in machtshongerige mullah’s en hun theocratie, maar zonder kennis over de seculiere geschiedenis van de bevolking blijf je ongeletterd.
Ik zou het pakket van de gezant daarom graag uitbreiden. Voor conflicten in de wereld is zowel religieuze als seculiere geletterdheid nodig. Religieuze geletterdheid is daarbij niet alleen belangrijk om de vervolging van christenen tegen te gaan, maar óók om te begrijpen hoe christelijke groeperingen geweld en uitsluiting legitimeren, bijvoorbeeld in Gaza.
Met seculiere geletterdheid leer je over de scheiding tussen kerk en staat; over het omgaan met eindigheid – dat er geen leven is na de dood en hoe je het bestaan hier en nu kan waarderen; over de nadruk op individuele keuze in plaats van traditie en autoriteit; over de seculiere samenleving als dé manier om met meerdere levensbeschouwingen pluralistisch samen te leven. Seculiere geletterdheid betekent ook dat gelovigen begrijpen dat de meeste seculieren voorstander zijn van vrijheid van geloof, maar dat die niet onbegrensd is.
Hoog tijd dus voor een gezant die onze seculiere ongeletterdheid oppakt. Zodat we beseffen dat ons ‘seculiere eilandje’ minder klein is dan we denken. En dat dat meer verdediging behoeft dan we ons realiseren.
Source: NRC