De grens bij Rafah is na twee jaar weer open, maar blijft voor de meeste Palestijnen potdicht. Van de overige beloften in het bestand komt intussen vrijwel niks terecht: het geweld gaat door en hulpgoederen blijven uit. Israël houdt de touwtjes stevig in handen.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Vier maanden na het begin van het staakt-het-vuren in de Gazastrook is de tussenbalans grimmig: van alle Israëlische beloften uit het bestand is nog vrijwel geen enkele nagekomen. Het aantal hulptrucks blijft achter bij wat was toegezegd, van een internationale troepenmacht is geen sprake en Israëls bombardementen zijn niet gestopt.
Een andere Israëlische toezegging, het heropenen van de grens bij Rafah, kwam begin deze week wel tot stand, zij het met horten en stoten.
Hoewel de grens gecontroleerd wordt door Palestijnse douaniers en een agentschap van de Europese Unie, heeft Israël er het laatste woord. Per dag worden slechts enkele tientallen Palestijnen erin gelaten (of eruit). Donderdagochtend konden 25 mensen de terugtocht naar Gaza maken, nadat ze maandenlang buiten de strook waren geweest. In totaal zat de grens bijna twee jaar dicht, nadat Israël Rafah in mei 2024 had weten in te nemen.
Ook als de terugkeerders eenmaal zijn overgestoken is er nog gevaar, zo bleek maandag toen de eerste groep overstak. Drie vrouwen vielen in handen van de pro-Israëlische Palestijnse militie Abu Shabaab, die hen vervolgens afleverde bij een Israëlische militaire basis. Daar werden ze geblinddoekt en moesten ze vragen beantwoorden over Hamas.
‘Ze dreigden me vast te houden en zeiden dat ik niet meer naar mijn kinderen zou terugkeren’, zei een van hen tegen persbureau Associated Press. Het Israëlische leger verklaarde niet op de hoogte te zijn van het incident.
Dat de grens überhaupt open is gegaan, is te danken aan zware Amerikaanse druk. De Amerikanen beschouwen de grensovergang als een cruciale schakel bij het naar binnen brengen – in de toekomst – van benodigdheden voor de wederopbouw.
Ze weten echter ook dat een deel van Israëls politieke leiding nog altijd hoopt zoveel mogelijk Palestijnen voorgoed te verdrijven. Het heropenen van Rafah past niet in die plannen, omdat de route terug dan open blijft. Bovendien vrezen de Israëliërs dat er via Rafah wapens naar binnen komen.
De episode rond Rafah maakt deel uit van maandenlang diplomatiek getouwtrek tussen Washington en Tel Aviv, met het lot van het bestand als inzet. Terwijl de Amerikanen het omstreden ‘vredesplan’ van president Donald Trump tot een succes willen maken, probeert de regering van premier Benjamin Netanyahu iedere stap te vertragen.
De irritaties daarover worden steeds zichtbaarder. De extreemrechtse minister Bezalel Smotrich noemde Trumps plannen ‘slecht voor Israël’, om eraan toe te voegen: ‘Gaza is van ons.’
Tegenover nieuwssite Axios sloeg een anonieme Amerikaanse topdiplomaat terug. ‘We gaan niet met hem (Netanyahu, red.) in discussie. Dit is onze show, niet die van hem’, zei hij. ‘Laat hij zich concentreren op Iran en laat ons Gaza aanpakken.’
De redenen voor Israëls obstructiepolitiek liggen voor de hand. Allereerst gelooft de legerleiding niet dat de militante beweging Hamas ertoe kan worden overgehaald zich vrijwillig te ontwapenen (zoals in fase twee is voorzien), en bovendien is het voor Israël aantrekkelijker om – zoals nu – een kleine 60 procent van Gaza te blijven bezetten.
Het bouwen van nederzettingen (een vurige wens van extreemrechts) blijft op die manier een optie, evenals een hervatting van de oorlog. De Israëlische krant Maariv berichtte half januari dat de legerleiding al plannen maakt voor dat laatste scenario.
Sowieso oogt het huidige staakt-het-vuren in toenemende mate als een papieren werkelijkheid. Voor Palestijnen is het genocidale geweld nooit echt opgehouden. Dagelijks zijn er Israëlische bombardementen – volgens Israël als reactie op vuurgevechten met Hamas-militanten – met op woensdag 24 doden tot gevolg.
‘Waar is het bestand? Waar zijn de onderhandelaars?’, schreef de directeur van het Shifa-ziekenhuis, Mohammed Abu Selmiya, op Facebook. Sinds het begin van het bestand zijn er ruim 550 Palestijnen gedood.
Muhammed Shehada, verbonden aan de denktank European Council on Foreign Relations, beschrijft in een recente analyse dat Israël nog een flink aantal troefkaarten heeft om te voorkomen dat Trumps plan fase twee bereikt.
Een voorbeeld is het Palestijnse vijftienkoppige comité van technocraten dat half januari benoemd werd en dat het alledaagse bestuur van Gaza moet gaan overnemen van Hamas, zij het onder supervisie van Trumps Vredesraad (waarin geen Palestijnen zitten).
Eerst zorgde Israël ervoor dat onwelgevallige namen uit het comité werden gehouden. De bestuurders die er wel in kwamen, zijn deels afkomstig uit de koker van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), een land dat veel dichter bij Tel Aviv staat dan bij de Palestijnen en dat in Gaza een uiterst omstreden reputatie heeft.
Zo lijken de VAE te gaan betalen voor de kosten van een zogeheten ‘geplande wijk’ in zuidelijk Gaza. Bij dat pilot-project (in bezet gebied) zullen de Israëliërs op basis van digitale screening bepalen welke Palestijnen erin mogen en welke niet.
Pogingen van het comité om eigen ambtenaren te benoemen worden door Israël bovendien geblokkeerd, zodat ze voorlopig zonder staf zitten. Een van de comitéleden, Husni al-Mughni, kreeg geen toestemming van Israël om vanuit Gaza naar Egypte over te steken, toen het comité daar zijn oprichtingsvergadering hield.
Israël houdt op die manier de touwtjes in handen, en kan bij iedere stap nieuwe condities op tafel leggen. De grens bij Rafah mag dan ‘geopend’ zijn, maar blijft voor de meeste Palestijnen potdicht.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant