Spionage in de ruimte De recente berichten over Russische satellieten die radiosignalen van Europese communicatiesatellieten proberen af te tappen, passen in een stille maar al jaren durende wapenwedloop in de ruimte. „We zijn zo afhankelijk geworden van ruimtevaart, dat het een kwetsbaarheid is geworden.”
Een artist impression van een kleine Europese telecommunicatiesatelliet die binnenkort in gebruik genomen moet gaan worden.
Russische spionagesatellieten die in de buurt van Europese satellieten radiosignalen afluisteren? De Britse zakenkrant Financial Times meldde afgelopen week dat dit lijkt te zijn gebeurd. Heel verrassend was het niet. Al jaren vliegen Russische en ook Chinese satellieten naar westerse satellieten om daar rond te blijven hangen en signalen af te luisteren. Een praktijk waar de VS overigens al eerder mee begonnen.
„Dit is al veel langer aan de gang, maar de laatste tijd is er meer aandacht voor, en niet meer alleen in inlichtingen- en militaire kringen, maar ook bij commerciële operators van satellieten”, zegt onderzoeker Marco Langbroek, die aan de TU Delft aan Space Situational Awareness doet, het in kaart brengen van omstandigheden in de ruimte. Samen met het ministerie van Defensie werkt zijn afdeling aan een camerasysteem dat de hemel filmt, en daarmee ook satellieten kan localiseren.
Het FT-verhaal, geschreven op gezag van het hoofd van de Duitse militaire ruimtestrijdkrachten Michael Traut, onderstreepte echter wel nog een keer dat communicatiesatellieten essentieel zijn voor moderne defensie, en daarmee ook een doelwit in de ‘grijze oorlogvoering’ die Rusland tegen Europe voert. In dit specifieke geval ging het om communicatie-, telefoon- en televisiesatellieten in een geostationaire baan om de aarde, op 35785 kilometer hoogte boven de evenaar.
Normaal gesproken blijven geostationaire satellieten, eenmaal aangekomen op hun bestemming, daar voor de rest van hun werkzame leven hangen, vanaf de aarde gezien in één punt aan de hemel. Totdat de VS in 2009, nog tijdens de Irak-oorlog, een satelliet lanceerden die na aankomst aan het reizen sloeg langs de geostationaire gordel. De satelliet bleef hangen bij commerciële telefoonsatellieten die het Midden-Oosten bestreken.
De Amerikaanse NRO (National Reconnaisance Office) laat doorgaans weinig los over de doelen en banen van hun spionagesatellieten. „Maar wij konden ze daar gewoon zien”, zegt Langbroek, die lid is van een wereldwijde gemeenschap van satelliet-trackers, hobbyisten die de banen van geheime satellieten in kaart brengen. „Je kunt satellieten in de ochtend en avond gewoon terugvinden op foto’s van de hemel.”
Langbroek schreef in 2016 al een lang artikel over de bewegingen van de geheimzinnige rondreizende Amerikaanse satelliet, inmiddels bekend onder de weinigzeggende naam Palladium at Night (PAN). Het vermoeden was dat PAN telefoonverbindingen in kaart bracht om doelwitten voor drone-aanslagen te vinden, wat later bevestigd werd door de documenten van inlichtingendiensten die Edward Snowden in 2014 lekte.
Inmiddels zijn er meerdere opvolgers van PAN gelanceerd in het Amerikaanse Nemesis-programma. Voor het laatst hebben trackers en inlichtingendiensten PAN zien bewegen in 2023, toen hij zich ophield bij de Frans-Italiaanse militaire communicatiesatelliet Athena-Fidus, tot irritatie van de Franse militaire top, meldde de Franse publicatie Intelligence Online dat jaar.
Op die manier bekeken is de Russische afluister-missie gewoon een inhaalactie in een wapenwedloop. In 2014 lanceerde Rusland de satelliet Loetsj-Olimp naar een geostationaire baan. Na drie maanden begon ook deze satelliet te reizen: eerst bezocht hij twee Russische satellieten, daarna een reeks Europese satellieten en ook de Pakistaanse Paksat-1R.
Beeld van de Russische Loetsj-Olimp bij de Intelsat 1002, een commerciële satelliet die ook Europa bedient.
De afstand tot de Pakistaanse satelliet was maar 1,7 kilometer, een haarbreedte in ruimtevaarttermen, en veel minder dan de afstand die satellieten normaal gesproken van elkaar houden. „Dat is ruim dichtbij genoeg om inkomende en uitgaande signalen af te luisteren”, zegt Langbroek. In oktober werd de Loetsj-Olimp uitgezet, om eind januari uit elkaar te vallen, mogelijk door een botsing met ruimtepuin.
Inmiddels was in 2023 de opvolger, Loetsj-5X-Jenisei-1 gelanceerd, die ook diverse Europese en een Afrikaanse satelliet bezocht en afluisterde, en daarmee de Financial Times haalde. (Russische satellietnamen zijn al net zo weinig verhelderend als de Amerikaanse: ‘Loetsj’, betekent ‘straal’, ‘Olimp’ is de Olympus, en de ‘Jenisei’ is een grote Siberische rivier.)
Wat en hoe er afgeluisterd is, is moeilijk te achterhalen. „Gevoelige militaire informatie is wel versleuteld, maar mogelijk is de encryptie bij oudere satellieten minder sterk”, zegt Langbroek. „Daarnaast kan het doel ook zijn om contacten in kaart te brengen, of operatieprocedures van de satelliet voor latere aanvallen.”
Illegaal is het opdringerige naderen en afluisteren niet. De locaties en zendfrequenties van satellieten worden gecoördineerd door Internationale Telecommunicatie-Unie (ITU), maar kracht van wet heeft die coördinatie niet. Volgens het Ruimteverdrag van 1967 mag ieder land satellieten lanceren, en zijn de lancerende landen verantwoordelijk. Wel moeten lanceringen gemeld worden, en is het veroorzaken van schade aan andermans ruimtevaartuigen verboden.
Dat laatste verbod werd wel geschonden door China, de VS, India en Rusland, toen die landen in respectievelijk 2007, 2008, 2019 en 2021 anti-satellietwapens testten: een van de grond gelanceerde interceptor botste met een afgedankte satelliet in de ruimte. Weliswaar was dat steeds een satelliet van het land zelf, maar de wolk van ruimtepuin die dat opleverde was een bedreiging voor andere satellieten of het Internationaal ruimtestation ISS.
Er zijn sterke aanwijzingen dat de Russische en Chinese satellieten oefenen met een vergelijkbaar wapen, maar dan afgeschoten vanuit de ruimte. In 2017 schoot de Russische satelliet Cosmos 2521, een satelliet in een lage baan om de aarde, een projectiel weg met een snelheid van 27 meter per seconde, genoeg om schade op te leveren bij een botsing.
Ook China experimenteert met satellieten die andere satellieten naderen, en in minstens één geval sleepte de ene Chinese satelliet de andere weg, mogelijk een voorbereiding op het kapen van vijandelijke satellieten. Langbroek: „Het is goed dat de aandacht hiervoor groeit. We zijn inmiddels zo afhankelijk geworden van ruimtevaart, dat het een kwetsbaarheid is geworden.”
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC