is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Met het risico dat mijn gehele huizenblok een weekendabonnement op de Volkskrant heeft, wil ik hierbij graag opbiechten dat ik al jarenlang mijn overburen bespied. Er zijn twee huishoudens die ik scherp in de gaten houd: een alleenstaande vrouw van midden 30 en een aanhankelijk, vaak schaars gekleed stel van begin 40.
Het is moeilijk om je overburen in al hun veelzijdigheid te aanschouwen. Er komt al gauw één thema centraal te staan. Bij de alleenstaande vrouw zijn dit microvezeldoekjes, die zij iedere ochtend op het balkon te drogen hangt. Alsof dat nog niet vreemd genoeg is, hangt ze de doekjes in een zeemansknoop aan een duivennet, wat de vraag oproept of we hier nu met een uiterst vieze of enorm schone vrouw te maken hebben.
Als ik een overkoepelend thema moest kiezen voor het aanhankelijke stel was het ‘Tarzan’. Daar lijkt mijn overbuurman namelijk heel erg op. Hij heeft een geweldig bovenlichaam en leidt het leven dat ik me altijd al bij geweldige bovenlichamen voorstelde: nooit shirts dragend, af en toe je geliefde optillend, almaar zoenend. Tarzan werkt thuis, maar lijkt vooral geleid te worden door zijn libido. Soms staat hij water te koken in de keuken, om zónder thee maar vol overgave terug te keren naar zijn vriendin in de woonkamer.
Toch merk ik na al die jaren van milde spionage dat er voor mij een zeurend, om niet te zeggen somber gevoel bij komt kijken. Op een dag realiseerde ik me wat het probleem was: het geluid. Beeld zonder geluid is extreem deprimerend. Ik registreer de lusten van Tarzan maar doorvoel ze niet, ik aanschouw de neuroses van mijn buurvrouw maar begrijp haar niet.
Het belang van geluid leerde ik van mijn ex-vriendin, die behalve regisseur ook foley-artiest was. Een foley-artiest creëert geluidseffecten voor films en series. Zo kan ik met trots zeggen dat mijn ex verantwoordelijk was voor het geluid van de hakken van Monica Belucci, die enkele stappen in het grind zette in de Israëlische spionagethriller Spider in the Web.
Wie een relatie krijgt met een foley-artiest, moet weten dat hij zich vanaf dat moment omringt met een echte geluidssnob. Mijn ex-vriendin had bijvoorbeeld meerdere lievelingsgeluiden, zoals de klank van langwerpige kaarsen die zachtjes tegen elkaar aan bewegen. (Het is een mooi geluid, geef ik inmiddels toe.) Ook zijn we weleens met gevaar voor eigen leven een treinspoor opgerend, waar stenen lagen die volgens haar een uitzonderlijke klank veroorzaakten.
Gelukkig kon ik iets beter meepraten over de andere expertise van mijn ex, namelijk films zelf. Op dat vlak heb ik nog een tip: de prachtige documentaire Doof kind, die juist invoelbaar maakt hoe het is om beeld te hebben zonder geluid – wat, zo blijkt, helemaal niet deprimerend hoeft te zijn.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant